Kans op hartaanval bij mannen minder door stof in groente en fruit

ROTTERDAM, 22 OKT. Mannen die voedsel eten waarin veel flavonoïden zitten, hebben minder kans om aan een hartaanval te overlijden. Flavonoïden zijn stoffen met een anti-oxyderende werking. Ze komen voor in alle groenten en fruit.

Uit laboratoriumonderzoek is al bekend dat flavonoïden beschermen tegen bloedvatwandbeschadiging en ongewenste bloedstolsels. Nederlandse onderzoekers hebben nu voor het eerst een effect van flavonoïden in mensen aangetoond. Epidemioloog drs. M.G.L. Hertog, werkzaam in een samenwerkingsverband van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne, de Landbouwuniversiteit en het Rijksinstituut voor Kwaliteitscontrole van Land- en Tuinbouwprodukten in Wageningen, onderzocht vijf jaar een groep van 805 oudere Zutphense mannen.

Mannen uit Zutphen worden al sinds de jaren zestig regelmatig onderzocht op desamenhang tussen hun voeding en gezondheid. In 1985 werd voor het laatst uitgebreid geïnventariseerd wat de mannen, die toen tussen de 65 en 84 jaar oud waren, aten, welke leefgewoonten ze hadden en hoe hun gezondheidstoestand was. In 1990, toen er van die groep nog 509 leefden, werden ze opnieuw onderzocht.

Alle verse groenten bevatten flavonoïden, maar de hoogste inname in het Zutphen-onderzoek komt uit zwarte thee (61 procent), uien (13 procent) en appels (10 procent). In het derde deel van de groep met de hoogste flavonoïde-inname (meer dan 30 milligram per dag) vielen tien doden door een hartaanval, tegen 22 in het derde deel met de laagste flavonoïde-inname (minder dan 20 milligram). Het risico halveert dus. De gemiddelde consumptie van flavonoïderijk voedsel was 3,4 kopjes thee, 9,4 gram uien en bijna 70 gram appelen per dag. Wijn werd in Zutphen niet veel gedronken, maar daar zitten wel flavonoïden in.

Hertog waarschuwt dat het te vroeg is voor een uien-appeldieet met thee en wijn: “Dit soort epidemiologisch onderzoek is per definitie ongeschikt om het verband tussen minder hartdoden en flavonoïden te bewijzen. Je kunt altijd volhouden dat flavonoïde-inname alleen een indicator is voor een gezonde levenswijze. Het verband bleef echter bestaan na correctie voor andere beïnvloedende factoren als roken, vezelgehalte van de voeding, inname van vitamine B, C en E, lichaamsbeweging, vetzucht en bloedlipidengehalte. De enige manier om het effect te bewijzen is om groepen mensen onder gecontroleerde omstandigheden meer of minder flavonoïden te laten eten. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door de flavonoïden als supplement te geven.”

Flavonoïden hebben in de plant een functie als afweerstof tegen schimmels of andere micro-organismen. Er bestaan tientallen verschillende flavonoïde-moleculen.