Hutu-droom al weer ten einde

De staatsgreep in Burundi heeft een einde gemaakt aan een democratisch experiment dat drie maanden geleden begon en hoop wekte voor meer stabiliteit in een regio die wordt gedomineerd door etnische tegenstellingen en autoritaire regimes. Tegen de verwachting in droeg de militaire president Pierre Buyoya zonder slag of stoot de macht over aan Melchior Ndadaye, die hem in de verkiezingen van juni verpletterend had verslagen. Voor het eerst in de geschiedenis kwam zo de macht in handen van de grootste bevolkingsgroep van Burundi, de Hutu's. Ndadaye was tevens de eerste niet-militaire president sinds Burundi 1962 onafhankelijk werd van België.

Hoewel de Hutu's 85 procent van de totale bevolking uitmaken, hebben de Tutsi's het land eeuwenlang als feodale landheren gedomineerd. Met behulp van het leger zetten zij hun heerschappij na de onafhankelijkheid voort. Opstanden van de Hutu's tegen het Tutsi-bewind liepen herhaaldelijk uit op bloedige slachtingen, waarbij honderduizenden doden vielen. Na de laatste grote confrontatie in 1988, waarbij naar schatting vijfduizend mensen omkwamen, begon de toenmalige president Buyoya te zoeken naar politieke oplossingen om een verzoening te bewerkstelligen. Hij gaf Hutu's de helft van de ministersposten in het kabinet, waarmee de Hutu-stam voor het eerst regeringsmacht kreeg.Na de verkiezingen beloofde Buyoya de nieuwe regering de steun van de strijdkrachten. Niettemin brak in juli al een opstand uit in het leger, maar de vijf rebellerende officieren kregen nauwelijks steun en konden worden gearresteerd. Dit leek de kansen voor Ndadaye's regering te vergroten. Ndadaye zette de politiek van nationale verzoening van zijn voorganger voort. Hoewel zijn partij bij de verkiezingen de absolute meerderheid had behaald, gaf hij Tutsi's belangrijke posten in zijn kabinet, onder meer die van premier, en aanvaardde hij de door Buyoya opgestelde grondwet. Blijkbaar was dit alles voor de onttroonde Tutsi's echter niet voldoende.

Het hoofd van het nu door de militairen ingestelde Nationale Reddingscomité, François Ngeze, is een Hutu die eerder minister van binnenlandse zaken was in Buyoya's kabinet. Volgens politieke waarnemers is Ngeze veel minder dan Ndadaye gericht op nationale verzoening en hebben de militairen hem alleen benoemd om een massale opstand van de Hutu's te voorkomen. Of het tot een opstand zal komen is nog onduidelijk; wel zijn duizenden Hutu's vandaag en gisteren naar Rwanda gevlucht, waar een Hutu-regering aan de macht is.

Waarnemers vrezen dat het geweld in Burundi de precaire stabiliteit in het buurland Rwanda weer in gevaar brengt. In Rwanda is sinds twee maanden een vredesakkoord van kracht tussen de Hutu-regering van president Habyarimana en de Tutsi-rebellenbeweging Rwanda Patriottisch Front (RPF). Het akkoord maakte een einde aan een bloedige burgeroorlog tussen de stammen, die drie jaar geduurd had. De VN besloten vorige maand een vredesmacht naar Rwanda te sturen om toe te zien op het bestand en verkiezingen voor te bereiden. De coup in Burundi en de verhalen van de vluchtelingen zullen in Rwanda het wantrouwen tussen de Hutu's en de Tutsi's weer aanwakkeren. Waarnemers vrezen dat hiermee in een klap alle vooruitgang die de afgelopen maanden werd geboekt in het vredesproces in Rwanda teniet gedaan kan worden.