Hans Koetsier

Galerie Snoei, Witte de Withstraat 17a, Rotterdam. T/m 14 nov. Wo t/m zo 13-17u. Prijzen van 400 tot 7.500 gulden.

Galerie Snoei presenteert werk van Hans Koetsier (1930-1991) en de jonge Amerikaan Douglas Kolk. De benedenruimte is door Aad Krol omgebouwd tot beatkelder. In deze zwart geschilderde ruimte worden afgetrapte Op-art motieven aangelicht door "black-light' spots. Het deed denken aan een spookhuis, waar de skeletten en natte dweilen zijn vervangen door horreurs uit de kunstgeschiedenis.

De confrontatie tussen de series zeefdrukken van Koetsier uit de periode 1970-1980 en de cartoon-achtige tekeningen en installaties van Kolk uit 1993 komt niet helemaal uit de verf. Daarvoor is er te weinig werk van beide kunstenaars te zien. Tegenover de prille tekeningen van Kolk waarop hij de groepstherapie op de hak neemt, houden de gezeefdrukte teksten van Koetsier ("Doctor, an engine is starting in my head') zeker stand.

Die indruk wordt versterkt als we het werk van Koetsier vergelijken met de schilderijen en fotowerken van een andere Amerikaanse kunstenaar, Richard Prince, die nu in Museum Boymans-van Beuningen een overzichtstentoonstelling heeft. Beiden onderzoeken, kort samengevat, de raakvlakken tussen kunst en massamedia. Koetsier publiceerde in 1969 zijn eerste advertentie als een nieuwe vorm van beeldende kunst op de voorpagina van Vrij Nederland. Prince's voorkeur voor advertenties en illustraties ontstond in de jaren zeventig, toen hij in New York werkte bij de knipseldienst van Time Life.

Behalve onderschriften van bestaande cartoons die hij op doeken schildert, verzamelt Prince reclamefoto's van bijvoorbeeld de Marlboro cowboy. Hiervan maakt hij nieuwe opnames en voegt ze samen tot een kunstwerk. Prince houdt zich vooral bezig met de beeldvorming in de media, bij Koetsier ging het meer om de overdracht van tekst. Ook al zijn de zelfbedachte teksten van Koetsier soms behoorlijk melig, toch blijven ze spiritueler en beter verteerbaar dan de zouteloze moppen van Prince.

Vergeleken met de aandacht die Museum Boymans besteedt aan Prince en andere verwante Amerikanen als Christopher Wool en Stephen Prina komt een kunstenaar als Koetsier er in eigen land over het algemeen wat bekaaid af. Ook in het onlangs verschenen boek over de Nederlandse kunst 1970-1990, Vrij spel, komt zijn naam niet in de inhoudsopgave voor - ten onrechte.

    • Din Pieters