Günter de Bruyn

Günter de Bruyn: Verschoven stad (Zwischenbilanz). Vertaald en voorzien van noten door W. Hansen. Uitg. De Arbeiderspers (Privé-domein), 365 blz. Prijs ƒ 59,90.

De schooltijd van de nu 67-jarige Günter de Bruyn viel samen met het twaalfjarige regime van Hitler. En op de dag van zijn geboorte werd Goebbels tot Gauleiter van Berlijn benoemd. Over zijn jeugd in Berlijn, de stad waarvan het lot zo nauw verbonden was met zijn eigen leven, vertelt De Bruyn in de autobiografische roman Verschoven stad. Zijn relaas eindigt in 1949, het jaar waarin de DDR wordt opgericht en Berlijn in twee verschillende steden uiteenvalt.

De Bruyn belooft zijn lezers dat hij de waarheid zal vertellen, maar, voegt hij daar schalks aan toe, hij zal niet alles zeggen. Zijn door de Duitse critici bejubelde openhartigheid blijkt alleen die zaken te betreffen waarover de schrijver wènst te spreken. Günters diensttijd bij de Wehrmacht bijvoorbeeld moet haast een idylle zijn geweest. Een van de luitenants citeert voortdurend Rilke en de zestienjarige soldaat-in-opleiding wordt zowaar voor de culturele avonden in de officiersmess uitgenodigd. Zo krijgt de lezer de indruk dat de Wehrmacht uit louter geciviliseerde heren bestond. De zorgvuldig gekoesterde mythe van de slechte SS en de goede Wehrmacht vertoont slechts op één plaats een barst. Pas in een toestand van bewustzijnsvernauwing, veroorzaakt door de granaatsplinters in zijn hoofd, gaat de jonge soldaat een licht op. In het lazaret, waar hij de praatjes over het doodschieten van joodse vrouwen moet aanhoren, dringt het eindelijk tot hem door dat ook hij zich aan de kant van de moordenaars bevindt. Hij voelt dan echter geen schaamte, maar angst: “...angst voor de mannen die zich hier van hun boosaardigste kant lieten zien, en angst voor een vergelding die ook mij kon treffen.” Daarmee is dit onaangename onderwerp wat De Bruyn betreft afgedaan en kan hij zich weer concentreren op de onhandige verliefdheden van de jonge Günter.

De herinneringen in Verschoven stad hebben de opgewekte toon van iemand die volledig op zijn kritische geest en analytische verstand vertrouwt. Dat deze vermogens ook heel goed van pas komen om een al te harde buitenwereld op een afstand te houden, lijkt de schrijver maar half te beseffen.