Gevallen dingen

Laatst was ik weer eens op bezoek bij het meisje dat alles verzamelt. Op suikerzakjes en postzegels is ze allang uitgekeken. Ook met de gekleurde glasscherven en proppen papier is ze gestopt. Ze moeten nog wel ergens in die diepe kast liggen, maar ze kijkt er niet meer naar om.

“Dat is allemaal onzin,” zegt ze, “want kijk eens wat ik nou heb uitgevonden.”

En ze laat het meteen zien.

Op twee planken aan de muur liggen haar nieuwe schatten. Een schoen, een kastanje, een puntenslijper. Ze liggen netjes naast elkaar. Een fietsbel, een papieren bloem, een oud polshorloge. Allemaal op een rij. Een tubetje blauwe verf, een schaar, een leeg parfumflesje.

“Ja,” zegt ze, “van alles hoef ik nou nog maar één ding te hebben. Dan heb je op het laatst de hele wereld bij elkaar.”

Ik begrijp het. Eén schoen staat voor alle schoenen, één bloem voor alle bloemen, één schaar voor alle scharen. Op die manier past alles ook beter in haar kamer. Ruimte genoeg.

Ze heeft ook dingen uit de krant geknipt. Haar grote trots is een foto van een vreemde bril. Die heeft maar één glas.

“En daarom hoort die er ook bij,” zegt ze. “Aan zo'n gewone bril met twee glazen heb ik natuurlijk niets.”

Ik wil haar een oud Grieks verhaal vertellen over een reus die maar één oog had.

“Zulke reuzen bestaan niet,” zegt ze. “Maar die bril wel, anders zou er geen foto van zijn.”

Ik kijk nog eens naar de bril en wijs op de poten.

“Dat zijn er wel twee,” zeg ik. Voor ik het weet heb ik het gezegd.

Ze pakt de schaar en het is wel duidelijk dat ze één poot wil wegknippen. Dan ziet ze dat het nooit zal lukken. Als ze een poot afknipt, gaat de andere ook kapot.

“Ik vergis me,” zeg ik nog. “Het maakt niets uit. In een schoen zitten ook allemaal gaatjes en een schaar bestaat uit twee gelijke delen en een horloge heeft twee wijzers.”

“Ga weg,” zegt ze. “Ga alsjeblieft weg.”

En met een paar maaien van haar armen zwiept ze alles wat op de planken ligt op de grond.

    • K. Schippers