Effect embargo Haïti is vooralsnog psychologisch

MALPASSE, 22 OKT. De fraai geasfalteerde weg is leeg. Tussen Haïti en de Dominicaanse Republiek is nauwelijks verkeer. Minibusjes staan tevergeefs op passagiers te wachten bij de grenspost Malpasse, ruim een uur rijden van de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince en op een paar uur afstand van Santo Domingo. Halfnaakte kinderen bedelen om geld (“hé blanc, geef me een dollar, ik heb honger”), vrouwen achter grote koelboxen verkopen frisdrank, soldaten hangen verveeld in de schaduw van de douanegebouwtjes. “Het is hier altijd zo rustig”, zegt François Lafontant, de plaatselijke legercommandant.

“De mensen zijn bang voor een Amerikaanse invasie in Haïti”, zegt een Dominicaanse reiziger, die als een van de weinigen die ochtend via Malpasse Haïti is binnengekomen. “Aan de andere kant staan alleen maar lege vrachtwagens.”

De Dominicaanse Republiek is voor Haïti de belangrijkste bron geworden van goederen die sinds enkele dagen onder embargo's van de Verenigde Naties en de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) vallen. De regering van president Joaqun Balaguer heeft weliswaar beloofd die embargo's te zullen naleven, maar in praktijk worden op ruime schaal hand-en-spandiensten verleend aan de Haïtiaanse militairen met wie de Dominicaanse Republiek graag goede betrekkingen onderhoudt.

Sinds afgelopen dinsdag 5.01 uur Nederlandse tijd mogen er krachtens het VN-embargo geen olie en wapens meer naar Haïti, terwijl het (vrijwillige) OAS-embargo alle commerciële activiteiten verbiedt. De twee organisaties hopen daarmee de koppige militairen in Haïti zo ver te krijgen dat ze alsnog uitvoering geven aan het zogeheten "Akkoord van Governor's Island', dat de terugkeer van de democratie en van de verdreven president Jean-Bertrand Aristide naar Haïti regelt.

Gisteren werd in de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince al merkbaar dat de, door een maritieme blokkade versterkte, embargo's beginnen te bijten. Voor de benzinestations stonden lange rijen auto's te wachten. Hoewel volgens schattingen van deskundigen nog voor zo'n drie maanden olie voorradig moet zijn in het land, zou de Amerikaanse regering grote druk hebben uitgeoefend op belangrijke distributeurs als Texaco en Shell om die voorraden niet aan te spreken. Andere berichten willen dat de militaire autoriteiten de pomphouders hebben verboden te verkopen aan particulieren.

Marineschepen die de blokkade uitvoeren hielden gisteren een Hondurees schip aan dat motorolie voor Haïti vervoerde. Een ander schip werd door een Amerikaans marineschip verjaagd met schoten voor de boeg, nadat het geweigerd had zijn lading te laten inspecteren.

De OAS-sancties werden vrijwel direct na de coup van september 1991 tegen president Aristide van kracht, maar de statenbond kan zijn leden niet verplichten zich aan het embargo te houden. Dat werd dan ook op grote schaal genegeerd, niet in de laatste plaats door OAS-lid de Dominicaanse Republiek.

Bovendien voelden veel andere landen zich niet gehouden aan het inter-Amerikaanse embargo, ondanks een verzoek tot solidariteit van het meest prominente OAS-lid, de Verenigde Staten. Zo werd de Nederlandse ambassadeur in Washington vorig jaar op het matje geroepen op het State Department. Daar moest hij, samen met onder andere zijn Franse collega, de Amerikaanse teleurstelling aanhoren over het feit dat veel van de olie die naar Haïti ging van de spotmarkt in Rotterdam afkomstig was, en met Nederlandse of Antilliaanse schepen naar Port-au-Prince werd vervoerd.

Met het op 26 juni dit jaar van kracht geworden VN-embargo lag dat anders. Binnen enkele dagen waren de eerste gesprekken tussen legerleider Raoul Cédras en president Aristide (via VN-bemiddelaar Dante Caputo) een feit. Dit embargo werd op 27 augustus opgeschort wegens geboekte de vooruitgang in de uitvoering van het akkoord. Nadat generaal Cédras en politiecommandant Michel François weigerden om af te treden, werd het embargo deze week opnieuw van kracht.

De schade aan de Haiïtiaanse economie door de embargo's zal pas over enige tijd meetbaar zijn. In deze beginfase is het psychologische effect belanrijker, zeggen diplomaten. Deskundigen vinden het moeilijk om de effecten van het embargo in cijfers uit te drukken. Volgens gegevens van de Amerikaanse ambassade in Port-au-Prince zou de Haïtiaanse economie in 1991/'92 met tien procent zijn gekrompen, terwijl in 1992/'93 het bruto nationaal produkt (BNP) met vijf procent daalde. Diplomaten wijten de achteruitgang in 1992 vooral aan de effecten van de staatsgreep in september 1991. In de formele en informele economie te zamen verdwenen als gevolg van de sancties tussen de 80.000 en 100.000 banen, waarvan een kwart in de assemblage-industrie die zich grotendeels naar Midden-Amerika heeft verplaatst.

Hoewel de internationale humanitaire hulp niet wordt aangetast door de embargo's leiden stijgende transportkosten tot hogere voedselprijzen, die vooral arme mensen treffen. Beide zijden in het Haïtiaanse conflict erkennen dat ook ditmaal vooral armen het slachtoffer zullen worden. Toch merken ook de relatief kapitaalkrachtigen nu al de gevolgen van het embargo. Hotels in en om Port-au-Prince, die met de toegestroomde wereldpers nu een vrijwel maximale bezettingsgraad hebben, haastten zich om de met Amerikaanse kredietkaarten gegarandeerde, en onveranderlijk hoge, telefoon- en barrekeningen direct te innen.

    • Reinoud Roscam Abbing