Een jury verliefd; De zes kandidaten voor de Booker Prize

De zes boeken die voor de Booker Prize genomineerd zijn bevatten opvallend veel familiale verwikkelingen en, want dat wilde de jury, veel gevoel en passie. Welke roman moet aanstaande dinsdag winnen?

De uitslag wordt op BBC 2 om 21u10 bekend gemaakt.

Roddy Doyle: Paddy Clarke Ha Ha Ha. Uitg. Mandarin, ƒ 22,70

Carol Shields: The Stone Diaries. Uitg. Fourth Estate, ƒ 46,60

Caryl Phillips: Crossing the River. Uitg. Bloomsbury, ƒ 39,45

David Malouf: Remembering Babylon. Uitg. Chatto & Windus, ƒ 51,85

Tibor Fisher: Under the Frog. Uitg. Penguin ƒ 27,95

Michael Ignatieff: Scar Tissue. Uitg. Chatto & Windus, ƒ 33,60

Een boek lezen moet net zo'n overweldigende ervaring zijn als verliefd worden. Met dit onorthodoxe criterium in het achterhoofd las de jury van de Booker Prize dit jaar de ruim honderd ingezonden boeken van Britse, Ierse, Zuidafrikaanse en Gemenebest-auteurs. Stijl, techniek en andere ambachtelijke vaardigheden wegen voor deze jury minder zwaar dan "gevoel' en "passie'. De zeskoppige jury werd verliefd op Scar Tissue van Michael Ignatieff, Paddy Clarke Ha Ha Ha van Roddy Doyle, The Stone Diaries van Carol Shields, Remembering Babylon van David Malouf, Under the Frog van Tibor Fischer en Crossing the River van Caryl Phillips.

Afgelopen jaar werd de Engelse literaire wereld beziggehouden door een soms felle discussie over de opkomst van niet-Engelse (lees: niet-blanke) schrijvers in de hedendaagse letteren. "The Empire Writes Back!' kopte een Amerikaans weekblad uitdagend, waarna een stortvloed van artikelen en columns volgde. Volgende maand verschijnen vrijwel tegelijk drie boeken over de Englishness van de Engelse literatuur, waarin Malcolm Bradbury (The Modern British Novel), David Gervais (Literary Englands) en D.J.Taylor (After the War - The Novel and England since 1945) zich vermoedelijk enigszins bezorgd zullen tonen. Van de zes genomineerden voor de Booker Prize 1993 werd er maar één in Engeland geboren: Tibor Fischer, in 1959 uit Hongaarse ouders. Doyle is een Ier, Shields en Ignatieff Canadezen, de zwarte Phillips werd geboren op St Kitts en Malouf is een Australiër. Engelse coryfeeën die dit jaar met een roman kwamen maar tot veler verrassing toch de shortlist niet haalden: Ackroyd, Barnes, Murdoch, Boyd, Wilson, Pat Barker, de jonge maar getipte Irvine Welsh van Trainspotting. Adam Mars-Jones, wiens Waters of Thirst volgens de jury "intelligent, geestig, leesbaar en geweldig emotioneel' is, viel op het nippertje buiten de boot. Grote afwezige op de shortlist is natuurlijk Vikram Seth van de bestseller A Suitable Boy, met zijn 1349 pagina's over het zoeken naar een geschikte huwelijkskandidaat voor een Indiaas meisje door Van Oorschot onvertaald in Nederland uitgegeven. De Bookerjury zei doodleuk de waarheid over dit saaie mammoetboek, wat Engelse critici nauwelijks durfden: het heeft veel te bieden maar het is onaf, ongedisciplineerd geschreven en niet strak genoeg geredigeerd. Inderdaad is de op rijm geschreven inhoudsopgave (1 bladzij) zeker zo boeiend als de rest van de gedoodverfde Booker-Prizeroman van 1993. De criticus van The Indian Sunday Times smaalde op de bewonderende Britten ("totally unfamiliar with the milieu covered by the author'), met sardonisch genoegen citerend uit de talloze negatieve Indiase kritieken.

Hartstocht en gevoel wilde de Bookerjury. Ze bedoelde vanzelfsprekend geen sex-and-semtex-literatuur, maar wat dan wel? Als iets de genomineerde romans bindt, dan is dat het woord "familie'. Het ontroerende Scar Tissue van Ignatieff gaat over een zoon die zijn eigen gezin verwaarloost - en verliest - door zijn obsessie voor het ziekteproces van zijn geliefde moeder. Zij dementeert vroegtijdig door littekenweefsel in haar hersenen, waarna de zoon haar als een kind moet verzorgen en volledig opgaat in nadenken over de werking van het geheugen. Familiebanden zijn hier wel erg stevig, want de zoon wordt niet alleen volkomen uit het lood geslagen door al zijn herinneringen, maar erft de ziekte van zijn moeder ook nog. Shields' The Stone Diaries zet groots in met de geboorte van een baby uit een moddervette vrouw die niet eens wist dat ze zwanger was. De moeder sterft bij het baren, en het meisje Daisy wordt opgenomen bij de zoon van de buren, bioloog aan de universiteit, die haar een kastlade als wiegje geeft. Het boek volgt Daisy's leven, van 1905 tot 1985, met speciale aandacht voor al haar familiebetrekkingen. Als Daisy overgrootmoeder wordt heeft ze met ons haar vergaarde wijsheid gedeeld over naaste en verre vrienden, gewone en vreemde mensen. Haar leven is heel huiselijk en doorsnee - hoewel Shields op tijd absurditeiten invoegt. Zo niest Daisy op huwelijksreis haar man het raam uit, van drie-hoog. In rijk, gul proza met treurige en humoristische passages schreef Shields (58) met haar gerijpte observatietalent een pracht van een familiegeschiedenis, één om helemaal in op te gaan. Ze speelt vrolijk met het dagboekgenre en laat stenen in velerlei vormen op Mulischiaanse wijze achteloos maar niet toevallig opduiken.

Witte zwarte

Een steen die er nooit was speelt een belangrijke rol in Remembering Babylon van de Australische auteur Malouf. Deze roman gaat over een outsider die vergeefs probeert zich aan te sluiten bij een gezin en een groep kolonisten. Als spelende Schotse kinderen in 1840 aan de snikhete kust van Australië wolvenjacht in Siberië aan het spelen zijn zien ze een griezelige manke vogelverschrikker op een hek zitten, die echter niet zo'n gevreesde zwarte aboriginal blijkt te zijn maar een vervuilde blanke schipbreukeling die zestien jaar lang bij een stam inboorlingen heeft geleefd. Zijn taal - en dat is wat een mens aan zijn land bindt - is hij bijna vergeten, hij is een parodie van een blanke geworden. Bij de familie hoort hij niet, bij de kinderen alleen zolang ze nog jong zijn, en de kolonisten zijn doodsbang dat die "white blackfeller' de zwarte barbaren rondom hen aan zal trekken. Aanschouwelijk beschrijft Malouf welke onthutsende effecten een ongewenste vreemdeling op een gesloten gemeenschap kan hebben. Verspreid door het boek - dat daardoor geen hechte eenheid is geworden - vertelt hij het afschuwelijke leven van een underdog, die als klein jongetje veger in een houtzagerij was, later (vandaar zijn weggevreten oor) eigendom van een rattevanger, als ziekgeworden ketelbinkie bij Australië overboord gekieperd, om tenslotte door zijn "eigen' mensen weer gekweld en mishandeld te worden.

Net als bij Malouf stelt ook in de genomineerde roman van Caryl Phillips het slothoofdstuk teleur. In de eerste regels van Crossing the River weeklaagt een man die eeuwen geleden na het mislukken van de oogst zijn kinderen als slaven verkocht. Phillips plaatste die kinderen in drie verschillende eeuwen, om werkelijk schitterend van hun dramatische en wrange levens te verhalen. Een Amerikaanse plantagehouder zoekt in Liberia naar zijn lievelingsslaaf, die hij een missionarisopleiding gaf en terug liet keren naar de "heidense kust' waar de man langzaam zijn verworven geloof verloor en terugviel in barbaarse luiheid. Een vrouw sterft in een besneeuwd portiek na een leven waarin ze verkocht werd van de ene plantage naar de andere, man en kind (geveild als "broedwichtje') kwijtraakte en van het harde werken instort wanneer de slavernij net is afgeschaft. De uitgebuite zwarte Amerikaanse soldaat uit de Tweede Wereldoorlog aan het slot van Crossing the River overtuigt helaas meer als Phillips' boodschapper dan als romanpersonage.

Tibor Fischer moet maar niet de Booker Prize '93 krijgen. Under the Frog begint overrompelend met een team Hongaarse basketballspelers die naakt door het land reizen in een voormalige Gestapo-coupé en de mensen op de perrons shockeren met hun tegen het raam gedrukte blote achterste. De andere kant van die achtersten krijgt in de eerste helft van de roman alle aandacht; de basketballers kunnen over niets anders denken en praten dan vrouwen en seks, en dat op een naar te vrezen valt realistische, dat wil zeggen uiterst onaangename toon. "Riding the unirail' of "drilling for the white oil' - subtiliteit is niet Fischers grootste kwaliteit. Een kruisbeeld op een kamertje? Dat is net zoiets als "een marmeren paardelul van twee meter op een plein'. Er zit iets onverteerbaars, iets quasi-achtigs in de grove taal en de overdrijvingstactiek van deze schrijver. In een willekeurig hoofdstuk moet de lezer eerst door kamelenmoppen heen, dan door een eetwedstrijd waarbij een dode valt (een omelet bij Fischer telt tenminste 45 eieren), en een fluim waarmee iemand een zigeuner omver werpt. Daarna pas blijkt Fischers ware kracht. Zijn "black comedy' speelt tussen 1944 en oktober 1956, en de machteloze woede of gelatenheid waarmee de Hongaren de communistische bezetting ondergaan is bij alle machismo soms voelbaar. Ver voorbij de helft, gek genoeg bijna precies waar de hoofdpersoon een echte geliefde vindt, wordt Under the Frog de moeite waard. Dan richt Fischer zijn zware pijlen op (schijn)heilige politici ("We were only obeying ideals') en op dictatoriaal communisme. Aangrijpend is zijn weergave van de demonstraties en vluchtpogingen in 1956, waaraan vermoedelijk ook zijn eigen ouders deelnamen. Sommige (Duitse) critici hebben de AKO-roman van Margriet de Moor een "vrouwenroman' genoemd. Zou Under the Frog nu eens een typisch mannenboek kunnen zijn?

Lauwe limonade

Favoriet bij de bookmakers is Paddy Clarke Ha Ha Ha. Niet als eerste maar wel uitmuntend knap verplaatste Roddy Doyle zich in de denk- en doewereld van een tienjarig jongetje, vol fantasie en vol raadsels opgroeiend in een uitdijende stadswijk. Zo lomp als Fischer zich toont, zo ragfijn is Doyle in zijn boek. 't Kan aan de leeftijd liggen, maar Doyle weet tijden en pijnen terug te brengen die haast vergeten waren, van het helpen aan de wringer, de smaak van lauwe limonade bij een regenachtige picknick in Pa's eerste auto, tot de geur van school- en kerkbanken.

Phillips en Malouf vallen in dat zo belangrijke laatste hoofdstuk tegen. Fischer moet verplicht in de schoolbank bij Doyle. Ignatieff is fantastisch, maar de ziektegeschiedenis in Scar Tissue kan al te goed voor non-fictie doorgaan. Gedeelde prijzen, zoals het fiasco vorig jaar met Ondaatje en Unsworth, worden niet toegekend. Zoals al aan de shortlist te zien valt wil de jury een toegankelijker boek dan de laatste paar jaar met Possession, The Bone People (het buiten Nederland weinig populaire Kerewin) of The Famished Road. Een groot, tevreden publiek is weggelegd voor zowel Doyle als Shields. The Stone Diaries gaat veel meer in de breedte en is soms echt geestig; terwijl Paddy Clarke Ha Ha Ha buitengewoon geserreerd en treurig is, al grinnikt de lezer geregeld. Met Shields beleef je aanzienlijk meer dan met Doyle, die binnen één Iers jochie het verlies van hoop en vertrouwen in ouders beschrijft. Shields is voor het lekkere lezen. Doyle schenkt meer het bewonderend lezen, een genieten met finesse. Ik kies voor Ierland. Dinsdag 26 oktober valt de beslissing.