E. Appelo, afgezant vrouwenbeweging naar Algemene Vergadering New York; "Positie vrouw in VN bedreigd'

AMSTERDAM, 22 OKT. “Het milieu is een hot issue in de Verenigde Naties. Dat is prima, maar het moet niet ten koste gaan van de aandacht voor vrouwen.” Met die boodschap vertrekt de politicoloog E. Appelo morgen naar New York. Zij maakt als afgezant van de Nederlandse vrouwenbeweging deel uit van de regeringsdelegatie bij de VN en zal de Algemene Vergadering toespreken over het internationale vrouwenbeleid.

Appelo vreest voor het voortbestaan van de speciale commissie die sinds 1947 werkt aan de verbetering van de positie van vrouwen, de Commission on the Status of Women. Deze commissie bepaalt welke thema's met betrekking tot vrouwen in VN-beleid worden omgezet. “In de algehele herstructurering van de VN dreigt de commissie weggestructureerd te worden”, aldus Appelo. Een eerste teken ziet zij in de verhuizing van het VN-vrouwensecretariaat, het uitvoerend orgaan van de commissie, van Wenen naar New York. “Dat kan een bedreiging van de autonomie van het secretariaat betekenen.”

Dat vrouwen dreigen weg te glijden uit de internationale aandacht concludeert Appelo ook uit de geringe toeschietelijkheid van landen financieel bij te dragen aan de Wereldvrouwenconferentie die in 1995 in Peking wordt georganiseerd. “Nederland trok vorig jaar nog vier miljoen uit voor de VN-milieutop. Maar op de aanvraag van anderhalf miljoen voor de vrouwenconferentie wordt nu zuinig gereageerd. Hetzelfde geldt voor andere landen.”

De 34-jarige Esther Appelo spreekt de VN toe namens de Nederlandse VrouwenRaad, een overkoepelend lichaam waarbij 46 organisaties zijn aangesloten. Nederland is een van de weinige landen die jaarlijks een afgezant van zijn vrouwen naar New York stuurt die de Algemene Vergadering bijwoont en toespreekt - een traditie die dateert van 1947. Voorgangers van Appelo zijn ondermeer Marga Klompé, Hilde Verweij-Jonker en Hanja May-Weggen.

In haar toespraak zal Appelo ondermeer pleiten voor een commissie van vrouwelijke deskundigen op het gebied van seksueel geweld, die adviseert bij het internationale tribunaal over oorlogsmisdaden in het voormalig Joegoslavië. “Lang niet alle strafrechters zijn deskundig op het gebied van seksueel geweld tegen vrouwen. Vooral tijdens het verhoren van de slachtoffers kan dat nadelig zijn”, zegt Appelo die verontwaardigd is dat slechts twee van de elf rechters vrouwen zijn. “Dat zou meer evenredig moeten zijn.”

Net als haar voorganger, Ann Mannen, zal Appelo verder pleiten voor een VN-verklaring over het uitbannen van geweld tegen vrouwen. “Zo'n verklaring wordt steeds reëler nu ook islamitische landen haar steunen. Door het geweld tegen vrouwen van hun eigen geloof in Joegoslavië komt er enorme steun uit die hoek.” Appelo vindt verder dat een VN-rapporteur moet worden aangesteld die geweld tegen vrouwen systematsch registreert. “Dan kan je beter onderbouwen dat bepaalde maatregelen tegen geweld moeten worden ondernomen.”

Maar haar voornaamste zorg is toch de tanende internationale interesse voor vrouwenbelangen. “In 1995, bij het vijftig jarig bestaan van de Verenigde Naties, moet de herstructurering voltooid zijn. Vrouwen moeten nú alert zijn, zodat de VN-organen die zich bezighouden met vrouwenbeleid worden versterkt. Alleen dan valt er voor ons in '95 iets te vieren.”