Duisenberg: geen snel herstel van "oud' EMS

AMSTERDAM, 22 OKT. Een spoedig herstel van de smalle marges in het Europese Monetaire Stelsel (EMS) is onwenselijk. Dit heeft de president van De Nederlandsche Bank, Wim Duisenberg, gisteravond gezegd.

De bankpresident deed de uitspraak tijdens een tafelrede ter gelegenheid van een congres, A framework for monetary stability, georganiseerd door De Nederlandsche Bank en CentER, het economische onderzoeksinstituut van de Katholieke Universiteit Brabant.

Ook zullen volgens Duisenberg de Economische en Monetaire Unie en een gemeenschappelijke Europese munt langer op zich laten wachten en moeilijker te bereiken zijn dan oorspronkelijk voorzien. Het "oude wisselkoersmechanisme' kan pas worden hersteld als het economische klimaat in de EG is verbeterd en de bereidheid om samen te werken met aandacht voor elkaars problemen is toegenomen. Bovendien moeten de EG-landen hun overheidstekorten weer onder controle krijgen. Op het ogenblik voldoen elf van de twaalf (de uitzondering is Luxemburg) EG-landen niet aan de "Maastricht-norm' voor de omvang van het financieringstekort.

Een tijdsschema voor terugkeer naar de smalle marges in het EMS noemde Duisenberg contraproduktief, omdat de financiële markten de houdbaarheid hiervan onmiddellijk zullen testen. Hij herhaalde het standpunt van de centrale bankiers in de EG dat de twee crises die het EMS het afgelopen jaar uiteen hebben gerafeld niet het gevolg zijn van de regels van het EMS, maar van gebrekkige toepassing ervan.

In gezelschap van internationaal vermaarde monetaire deskundigen kritiseerde Duisenberg standpunten ten aanzien van het EMS die deze zomer in de Verenigde Staten werden verkondigd. Volgens een aantal Amerikaanse economen zouden de EG-landen gezien de hoge werkloosheid en recessie hun rente agressief moeten verlagen en de koppeling van hun munt aan de D-mark, het anker van het EMS, moeten opgeven.

Daarmee wordt het belang van stabiele koersen voor de werking van de gemeenschappelijke Europese markt “door sommigen sterk onderschat”, aldus de bankpresident. “In de open, onderling sterk vervlochten continentaal-Europese economieën zijn schommelingen in de wisselkoersen veel schadelijker dan het geval is voor de Verenigde Staten.”

Na de aanpassingen van deze zomer, toen besloten werd de bandbreedte aan weerszijden van de spilkoers te verruimen van 2,25 tot 15 procent (met uitzondering van de koppeling van de gulden en de D-mark) zonder de spilkoersen aan te passen, trachten de EMS-landen hun munten dicht bij elkaar te houden. De verbreding van de marge was volgens hem noodzakelijk om de financiële markten weer een risico te laten lopen als ze tegen een munt speculeren. De stap moet niet worden uitgelegd als “vergroting van de ruimte voor monetair beleid en evenmin als een stap naar zwevende wisselkoersen”.

De bankpresident refereerde eveneens naar het verschil in betekenis van de korte rente in continentaal Europa en de Angelsaksische landen. In tegenstelling tot Groot-Brittannië en de VS hebben aanpassingen van de korte rente - die door de centrale banken wordt beïnvloed - op het Europese vasteland geen grote invloed op het beschikbare inkomen van consumenten en ondernemingen. “De centrale bankiers in continentaal Europa beschikken niet over middelen om de economische cyclus drastisch te beïnvloeden.”