"De zee blijft hetzelfde, maar niveau van deelnemers is veel hoger'; Waterhozen van 150 meter breed

ROTTERDAM, 22 OKT. De wind had ze kunnen redden. Maar het waaide nauwelijks. Elf bemanningsleden op een zeilboot van achttien meter in de windstilte-gebieden bij de evenaar. Achtervolgd door een waterhoos van honderdvijftig meter breed waarin miljoenen liters water omhoog werden gezogen. De wervelingen zoemden en bromden als een enorme stofzuiger. Het water lokte en kolkte.

Een kwartier lang stonden de zeilers van de Intrum Justitia gespannen op het dek. De schipper koos voor het westen, het noorden, het oosten. Maar de boot maakte geen vaart. De hoos naderde tot op honderd meter.

Even plotseling als de waterhoos was ontstaan, verdween de natuurkracht weer. Weg spookbeeld over gebroken mast en ledematen. Terug naar de wedstrijd. De eerste etappe van de zesde Whitbread-zeilrace om de wereld.

Een week later kwam de Intrum Justitia, met aan boord de Nederlandse navigator Marcel van Triest, als vijfde in de zestigvoets-klasse (18 meter) aan in Punta del Este in Uruguay. De Winston, met Bouwe Bekking, was al ruim twee uur binnen. De maxi New Zealand Endeavour (25 meter lang) had de etappe gewonnen. Die zeilde in 24 dagen en ruim zeven uur van Southampton naar Punta, een afstand van 5938 zeemijlen, bijna 11.000 kilometer. De Tokio was, met een achterstand van drie uur, de snelste van de kleinere sixties.

Bekking en Van Triest hadden respectievelijk dertien en vijftien uur meer nodig dan de Tokio. Peter Tans op de Brooksfield arriveerde bijna twee dagen na de winnaar. De vloot heeft nog vijf etappe's voor de boeg, nog 26.000 mijlen, via Australië, Nieuw-Zeeland, nogmaals Uruguay, Florida en Engeland, waar ze juli volgend jaar moeten arriveren.

“Je komt rond de evenaar wel vaker van die hozen tegen”, vertelde de 29-jarige Marcel van Triest per telefoon vanuit Punta del Este. “We hebben er dit keer vijf gezien, meestal op grote afstand. Je kan ze niet voorspellen. Ze ontstaan bij warm, drukkend weer, met plaatselijke buien. Ze duren een paar minuten of een kwartier. Als hij ons had ingehaald, was het einde race. Dan is alles weg wat los op het dek zit en breekt de mast.”

Ook de Winston werd verrast door een wervelwind. “We zaten onder een onweersbui”, verhaalde de 30-jarige Bekking vanuit Uruguay. “De wind was zwak. Plotseling voeren we tegen een muur van windstilte, terwijl de wind vlak daarvoor sterk was toegenomen. We dobberden ongeveer vijf minuten middenin een hoos. Een kleintje, zoals wanneer op Terschelling in de zomer opeens de tenten de lucht in vliegen, met windsnelheden van 25 knopen. De wind draaide voortdurend, de zeilen klapperden alle kanten op. Om de boot heen, op ongeveer vijtig meter kolkte het water, maar het werd niet de lucht in gezogen. Toen we er uit waren, zagen we achter ons wel een slurf omhoog gaan.”

De eerste etappe was zo slopend dat Van Triest zijn eerste nacht in een stilstaand bed zestien uur aan een stuk heeft geslapen. “De onderlinge verschillen tussen de eerste boten zijn te verwaarlozen”, zei Van Triest de volgende ochtend. “Het is ook geen lange-afstandswedstrijd meer. We gaan zo hard en blijven zo dicht bij elkaar dat het een tactische race is geworden. Iedere zes uur kregen we de posities van de anderen op onze computer. Daarna besloten we eventueel de koers te wijzigen.”

Het belangrijkste is dat er niets stuk gaat, ontdekte Van Triest. “Je vaart voortdurend op het maximum. Nog meer waterballast binnenpompen, nog meer zeil zetten. Het is bijna gekkenwerk. Dan moet er wel eens wat fout gaan. We zullen de komende dagen het tuigage verzwaren en verstevigen.” Reparaties aan een grootzeil kostte de Intrum bijvoorbeeld vier uur. De concurrentie voer met 20 knopen (36 kilometer per uur) door, de Intrum haalde tijdelijk nog niet de helft.

“Deze Whitbread is niet zwaarder dan die van acht jaar geleden”, vond Bekking, die toen op de Philips Innovator zeilde. “De zee blijft hetzelfde. Maar het niveau van de deelnemers is veel hoger. Iedere fout wordt dit keer direct afgestraft.”

De Winston van Bekking had geen last van materiaalpech. Tot 24 uur voor de finish. “Ik lag te slapen, was wacht af”, vertelde Bekking. “Maar ik werd wakker aan lijzijde, was mijn kooi uitgevallen en door het ruim gerold.” De Winston profiteerde op dat moment van depressies voor de Argentijnse kust met windsnelheden van 25 tot 30 knopen. Maar die ontwikkelden zich onverwacht snel. Tot vlagen van 55 knopen.

“We waren te laat met het omlaag halen van de spinnaker, liepen uit het roer, braken de giek en scheurden het grootzeil. De boot heeft 20 minuten plat gelegen, met de mast en de giek in het water. Het was één en al voor je zelf. We raakten niet in paniek, maar het duurde wel langer dan nodig was.” In de vroege ochtenduren moest Bekking, terwijl de golven over de boot rolden, het roer ontdoen van de spinnaker, waar het schip overheen was gevaren. Met één hand aan de staalkabels en één hand om te werken.

De fout kostte de Winston, die met geïmproviseerde zeilvoering de haven haalde, ongeveer twee uur. De Yamaha, die vlak voor de Winston voer, zag de concurrent kapseizen, kon zelf net op tijd de spinnaker reven en liep twee uur uit. De uiterst competitief ingestelde bemanning van de Winston was teleurgesteld over de vierde plaats. Schipper Dennis Connor, de 111-kilo zware godfather van het zeilen, gaf zijn levensverhaal de titel No excuse to lose. Zijn fysieke inspanningen beperkten zich de afgelopen weken voornamelijk tot het op de hoogte houden van de Amerikaanse media. Hij hing iedere dag tien uur aan de telefoon. In de komende etappe's laat hij verstek gaan, omdat hij aan wal fondsen moet werven voor de America's Cup, het prestigieuze evenement dat hij al vier keer heeft gewonnen.

De Tokio heeft een knappe race gevaren, maar een voorsprong van dertien uur is niet beslissend, stelde Bekking in de geest van zijn schipper. “De vorige keer lagen we na de eerste etappe twaalf uur achter, maar lagen we in Australië twaalf uur voor.”

Bekking heeft gisteren de boot schoongemaakt, krijgt vandaag vrij en begint morgen met het monteren van de nieuwe giek, met reparaties en onderhoud. Op 13 november zet de vloot koers naar Freemantle in Australië. De roaring forties van de zuidelijke oceanen moeten nieuwe snelheidsrecords opleveren. Als de schepen ijsbergen en ongelukken weten te vermijden.