De buren moeten alles van mij weten; Gesprek met Nan Goldin, fotografe van seks en drugs

“Fotografie is voor mij een vorm van safe sex,” zegt de Amerikaanse Nan Goldin, die haar vrienden - transseksuelen, homo's en junkies - fotografeert in intieme situaties. “Ik wil laten zien dat lichamen niet zo volmaakt zijn en liefde niet zo makkelijk is.”

Nan Goldin: The Other Side, uitg. Scalo Publishers. Duitse versie Die andere Seite, uitg. Parkett. Prijs ƒ 79,90. Nan Goldin en Joachim Sartorius (gedichten): Vakat, uitg. Walther Koenig. Het derde fotoboek (titel nog onbekend) verschijnt in dec.

Exposities: The Other Side, galerie Stelling, Kruisstraat 1b, Leiden, t/m 7 nov; Bad Girls, Institute of Contemporary Arts, Londen, t/m 5 dec.

Het half verrotte gebit van een onuitgeslapen dertiger, een vers litteken van een keizersnede, een zelfportret van de fotografe met twee door haar minnaar dichtgeslagen ogen - de foto's van Nan Goldin zijn weerzinwekkend. Maar juist in deze weerzin ligt de sleutel tot een eigensoortige esthetiek. Een esthetiek die behoedzaam afstand houdt van het klassieke schoonheidsideaal.

Kijken naar het werk van Nan Goldin (Washington, 1953) is als het kijken naar de foto's in een familie-album. Niet van een doorsnee gezin, maar van een gezin dat gedwongen is te leven in de marge. De transseksuelen, homo's, aids-patiënten en junkies die het album bevolken zijn echter alles behalve de schilderachtige stereotypen uit de actualiteitenrubrieken en de boulevardbladen. Nan Goldin registreert het leven van deze personen van binnenuit. Het intrigerende van haar foto's is dat de weerzin verkeert in ontroering en mededogen op het moment dat je beseft dat je in een spiegel kijkt.

Sinds drie jaar woont Goldin in Berlijn, waar ze is neergestreken na een turbulente periode vol alcohol en drugs in New York. Het leven van de voormalige bohémienne is geleidelijk overgegaan in dat van een succesvol kunstenaar. De benauwde kamertjes, zo dominant aanwezig als decor in haar oudere fotodagboeken, zijn verruild voor een ruim appartement in Kreuzberg. Daar houdt Goldin audiëntie. “Er bestaat geen verschil tussen mijzelf en wie of wat ik fotografeer,” zegt ze. “Ik fotografeer mijn emotionele werkelijkheid. Het is er me niet om te doen mensen te gebruiken om een of ander artistiek of ideologisch concept te verkondigen, maar om mijn persoonlijke geschiedenis te bewaren. Om mijn levensverhaal te vertellen op een manier die niet kan worden verdraaid. De westerse cultuur is erop gericht de dingen mooier voor te stellen dan ze zijn. In de media herken ik vrijwel niets van het leven van mijzelf of mijn vrienden. Ik weet dat daardoor levens worden verwoest. Veel homoseksuelen die ik ken zijn opgegroeid in absolute eenzaamheid omdat ze geen enkele weerklank vonden. Het is zo goed als onmogelijk om in je eigen leven ook maar iets te bereiken van de verwachtingen die worden gewekt door de reclame, in Hollywood-films of televisieseries. Ik wil laten zien hoe het leven er werkelijk uitziet. Laten zien dat lichamen niet zo volmaakt zijn. Dat seks niet zo fantastisch is, en liefde niet zo makkelijk. Dat mensen neuken op vuile lakens, met vuile voeten. Dat er geen engeltjes beginnen te zingen als er een kind wordt geboren.”

Seksuele opwinding

Nan Goldin was elf jaar oud toen haar 18-jarige zus Barbara zelfmoord pleegde. In haar fotoboek The Ballad of Sexual Dependency (1986) beschrijft ze hoe ze nog geen week later werd verleid door een oudere man. Het verdriet om het verlies van haar zus raakte, zo schrijft ze, daardoor vermengd met een hevige seksuele opwinding. Ondanks, of juist dankzij het schuldgevoel dat ze daaraan overhield, raakte zij volledig in de ban van haar seksualiteit. Nog steeds spelen beide jeugdervaringen een aanzienlijke rol in haar leven. Pogingen om de macht van de seksualiteit in kaart te brengen en te doorgronden kenmerken haar oeuvre.

Goldin groeide op in de slaapsteden van Boston. Het exhibitionistische, soms voyeuristische karakter van haar fotografie is in veel opzichten een reactie op het bangelijke burgerfatsoen dat haar als kind met de paplepel werd ingegoten. “Mijn ouders zeiden altijd: zorg dat de buren niets kunnen zien. Dat was de familiecode. Naar buiten toe was alles koek en ei, zelfs al sloeg iedereen elkaar de hersens in. Ik wilde juist dat de buren wisten wat er bij ons thuis gebeurde. En ik wilde weten hoe het bij hun was, maar dat was absoluut taboe.” Broeiende conflicten over machtsverhoudingen tussen man en vrouw, seksualiteit en erotiek waren in dit milieu volledig onbespreekbaar. De aan haar zus opgedrongen vrouwenrol en de daarin onderdrukte seksualiteit ziet zij als de voornaamste reden voor haar zelfmoord.

Goldins obsessieve belangstelling voor seksualiteit, geslachtelijkheid en rolpatronen heeft behalve met de vroegtijdige dood van haar zus ook te maken met haar eigen geaardheid. "Wat je gevoelsmatig weet en waar je seksueel naar hunkert kan volkomen met elkaar in tegenspraak zijn,' schrijft ze. "Ik weet dat ik het meest geschikt ben om met een vrouw samen te leven. Tegelijkertijd zie ik de ondoorzichtigheid van de mannelijke sekse en de inherente conflicten in relaties tussen mannen en vrouwen als een uitdaging.'

Op het toilet

Toen ze veertien was ontvluchtte Goldin het verstikkende klimaat van suburbia en ging in een hippie-commune wonen. Ze bouwde intensieve vriendschappen op met haar huisgenoten, vrijgevochten jongeren die experimenteerden met relatievormen en drugs. Goldin begon te fotograferen toen ze achttien was, naar eigen zeggen omdat ze verontrust was dat ze haar herinneringen aan Barbara begon kwijt te raken: “Ik begon mijn vrienden te fotograferen omdat ik dacht dat ik ze nooit kon verliezen als ik ze maar genoeg fotografeerde.” Goldins vrienden zijn eraan gewend geraakt voortdurend door haar gefotografeerd te worden, bij voorkeur in hun intiemste situaties: op het toilet, in bad, dronken, masturberend, copulerend, huilend, stervend. Geposeerd wordt er niet.

Goldin fotografeert zonder restricties en kent vrijwel geen scrupules. In technisch opzicht zijn de foto's onconventioneel. Onscherpte, oververzadigde kleuren en nadrukkelijke slagschaduwen van haar flitslamp behoren tot de prominente stijlkenmerken. Uit het beschikbare fotomateriaal maakt zij naderhand selecties, die ze thematisch ordent en publiceert in fotoboeken en diashows.

“Fotografie kan je aanmoedigen om dingen simpeler te zien dan ze zijn,” zegt Goldin. “De fotografie heeft onze blik al op een heel negatieve manier geconditioneerd. Als ik naar een landschap kijk, lijkt het soms net alsof ik een ansichtkaart zie. Als ik een landschap fotografeer wil ik een lijfelijke verbinding met dat landschap voelen. Dat kan niet binnen het kader van één enkele foto. De neiging de wereld te zien in fragmenten die je in een lijstje kunt stoppen vind ik destructief en bezitterig. Het gaat mij om de dynamiek van het leven. Het fragmentarische, dat altijd als karakteristiek voor fotografie wordt genoemd, wil ik doorbreken.”

Sommige vrienden worden al zo'n twintig jaar door Goldin gefotografeerd. Een verrassende categorie binnen het oeuvre wordt gevormd door Goldins foto's van drag queens. Al twee decennia is zij door deze transseksuelen en travestieten gebiologeerd. Ze was jarenlang vaste klant van een travestietencafé in Boston en leefde temidden van de drag queens. Het boek The other Side, waarvan een jaar geleden een Duitse versie verscheen, en die deze maan din het Engels verschijnt, is een hommage aan de drag queens. Een boek over schoonheid, zegt Goldin.

Derde geslacht

“Drag queens zijn mensen die het idee verwerpen dat er maar twee geslachten bestaan. In het begin kleden ze zich vaak als vrouwen, omdat ze zich proberen aan te passen aan de traditionele rollen. Maar daarna creëren ze iets heel nieuws: een soort derde geslacht. Het zijn pioniers in een nieuw territorium, mensen die hun geslacht transcenderen. Toen ik een jaar of twintig was dacht ik dat ik zelf een drag queen was. Ik was me er van bewust dat ik veel eigenschappen heb die als "mannelijk' omschreven worden. Ik had geen behoefte me als man te verkleden, maar ik voelde me wel een man in vrouwenkleren. Misschien voel ik me daarom zo verbonden met mensen die de traditionele grenzen van hun sekse durven te overstijgen.”

Goldin treedt tegenwoordig graag op als ambassadeur van gemarginaliseerde groepen in het officiële kunstcircuit. Ze werkt aan prestigieuze tentoonstellingen in Amerika, Europa en Japan, vertoont diashows en korte films. Ze maakt haast met de publikatie van haar fotoboeken, waarvan er voor het eind van dit jaar maar liefst drie verschijnen. De tijd dringt, lijkt het. Tussen 1984 en 1986 raakte ze, na al jarenlang drugs gebruikt te hebben, zwaar verslaafd. In dezelfde periode begon het HIV-virus om zich heen te grijpen in haar vriendenkring.

Goldin: “De drugs hebben me als tiener geholpen mijn persoonlijkheid te ontwikkelen, maar op het laatst vormden ze een gevangenis. Al mijn vrienden die niet aan aids zijn overleden, zijn nu geheelonthouder geworden. Iedereen probeert elkaar te helpen met overleven. Het is moeilijk om te geloven in je eigen sterfelijkheid, daarom ga je ermee spelen. Maar er is een groot verschil tussen spelen met zelfdestructie en het ondergaan. Vooral in Europa is de mythe van de zelfdestructieve kunstenaar nog springlevend, misschien omdat men hier nog niet heeft meegemaakt wat wij hebben meegemaakt. Ik zie daar geen enkele vorm van schoonheid meer in.”

Toch heeft de aids-epidemie Nan Goldin de meest aangrijpende foto's uit haar loopbaan opgeleverd. Zo documenteerde zij onder meer de dood van haar beste vriendin Cookie. De foto's in het boek Cookie Mueller zullen niemand onberoerd laten: we zien Cookie op haar bruiloft en Cookie bij de kist van haar aan aids overleden echtgenoot. Dan volgt een foto van de opgebaarde Cookie, nadat ze zelf aan aids is bezweken en tenslotte zien we de lege huiskamer die Cookie en haar man achterlieten.

“Ik denk nooit aan kunst als ik een foto maak,” zegt Goldin. “Ik maak mijn foto's openbaar om mijn ervaringen te kunnen delen met anderen. Als dat gebeurt, kan het kunst worden. Het fotograferen zelf zie ik als het leggen van een contact, dat in wezen heel erotisch is. Fotografie is voor mij een liefkozing, een vorm van safe sex.”

Goldin heeft er geen moeite mee te erkennen dat haar oorspronkelijke drijfveer om te gaan fotograferen berustte op een illusie. In plaats van zich te behoeden voor het verlies van haar vrienden, heeft ze in de eerste plaats zichtbaar gemaakt hoeveel ze heeft verloren. Haar foto's blijken wapens tegen moralisme, vooroordelen en onwaarachtigheid.

    • Onno Schilstra