"Controle verkoop drugs aan buitenlanders ondoenlijk'

AMSTERDAM, 22 OKT. “Een absurd voorstel”, zegt de met soft drugszaken in Den Bosch belaste advocaat generaal mr. I. Van Asperen de Boer over het idee van Tweede-Kamerlid G. Koffeman (CDA) en minister Hirsch Ballin om aan buitenlanders geen soft drugs te verkopen. Volgens haar zal een maatregel in deze richting onmiddellijk leiden tot het gebruik van "stromannen', die de gevraagde waar buiten de koffieshops zullen gaan verhandelen.

Woensdag merkte minister Hirsch Ballin van justitie in de Tweede Kamer op dat hij paal en perk wil stellen aan de verkoop van softdrugs aan buitenlanders in de koffieshops. Met name in de weekeinden komen vanuit omringende landen enkele duizenden jonge toeristen naar Nederland om soft drugs te kopen.

Volgens Koffeman zorgt deze vorm van drugstoerisme voor overlast in de grenssteden en hij stelde eerder voor een nieuw criterium aan het gedoogbeleid toe te voegen: een verbod soft drugs aan buitenlanders te verkopen. Bij de behandeling van zijn begroting voor 1994 in de Tweede Kamer verwelkomde minister Hirsch Ballin de mening van Koffeman. Een werkgroep met Nederlandse procureurs-generaal gaat het voorstel onderzoeken.

Behlave Van Asperen de Boer hebben ook de betrokken politiekorpsen hun twijfels over het voorstel van Hirsch Ballin en Koffeman. Volgens een woordvoerder is de politie van Maastricht “geen voorstander van een strafrechtelijke aanpak. Je moet dat zien als het door rood rijden van een personenauto. Je geeft de dader een boete, maar bestrijdt het probleem niet.”

Af en aan rijdende auto's, lawaai in de straten en een groeiend onveiligheidsgevoel is maar een deel van de overlast die met het drugstoerisme gepaard gaat. Ieder weekeinde gaat het alleen al in de stad Maastricht om enkele honderden drugstoeristen, aldus de woordvoerder. Hij meent dat de verordening moeilijk nageleefd kan worden. “Koffieshops kunnen niet altijd controleren of iemand een drugstoerist is en wij kunnen niet controleren of een koffieshop aan buitenlanders verkoopt.”

Ook de Rotterdamse politie is “geen warm voorstander” van het idee. Een woordvoerder: “We leven in een multiraciale samenleving en dan is het een slechte zaak als mensen worden geselecteerd op hun afkomst en nationaliteit. Daarnaast hebben we veel meer last van hard drugstoerisme. Dat zou aangepakt moeten worden.”

Kamerlid Koffeman wuift de kritiek weg. “Ik denk dat het verbod goed controleerbaar is. Er bestaan nu criteria op basis waarvan de soft drugs mogen worden verkocht. Een daarvan is dat eigenaren van koffieshops niet mogen verkopen aan minderjarigen. Daar hoor ik geen commentaar op en dat kan dus wel. Dan kun je ook controleren waar iemand vandaan komt.”

Volgens het Kamerlid zijn er drie soorten acties die ondernomen kunnen worden om de overlast van het drugstoerisme te laten verdwijnen: het opheffen van het gedoogbeleid, het legaliseren van de soft drugsverkoop of het gedoogbeleid aanscherpen. “Dan lijkt mij de laatste optie het beste. Met de eerste gooien we het kind met het badwater weg omdat er ook positieve kanten aan het beleid zitten, met het tweede ga ik niet akkoord omdat ik van mening ben dat soft drugs schadelijk zijn.”

Koffeman zegt wel de bezordheid te delen dat de verkoop van de soft drugs door het verbod naar de straat verhuist. “Daar moet inderdaad serieus aandacht aan worden besteed.” Toch meent Koffeman dat zijn voorstel moet worden ingevoerd “want het hele Nederlandse gedoogbeleid is in onbalans”.

Onder koffieshophouders heerst verontwaardiging over het plan. “Knap waardeloos”, vindt de eigenaar van koffieshop De Smurf in Maastricht. De barkeeper van koffieshop Kosbor is het met zijn collega eens. “Iemand uit Kerkrade praat ook als een Duitser. En een Marokkaan heeft veelal een Nederlands paspoort. Dan moet ik zeker iedere klant om zijn of haar identiteitsbewijs gaan vragen, daar pas ik voor. Dat wekt ruzies op.”

De handel in soft drugs zal weer in het criminele circuit terecht komen, stellen de koffieshophouders. Micha, barman van de Hunters Bar in Amsterdam vreest dat de verkoop van soft en hard drugs weer hand in hand zullen gaan. “Die handelaren op straat zijn ook de handelaren in cocaïne en heroïne. Zo verdwijnt de verkoopsscheiding tussen de twee soorten drugs die in de loop der jaren is opgebouwd.”

M. Lap van het Nederlands Instituut voor Alcohol en Drugs (NIAD) onderschrijft die mening. “Hollanders zullen de verkoop van soft drugs aan buitenlanders voor de deur van de koffieshop voortzetten. De vraag zal zeker niet afnemen, dat is een illusie,” aldus Lap.

De medewerker van het NIAD ziet heel andere oplossingen voor het probleem. “De enige goede benadering is bestuursrechtelijk. Geef koffieshops een legale status, neem ze op in het bestemmingsplan en duw ze niet terug in de illegaliteit. Daar is niemand mee gebaat.”