Boete voor vuilnismannen Utrecht

UTRECHT, 22 OKT. De Utrechtse politierechter mr. S. Braunius heeft gisteren twee vuilnismannen veroordeeld tot een boete van duizend gulden voor het aannemen van geld voor de afvoer van vuilnis. Het proces tegen een winkelier werd aangehouden voor nader getuigenverhoor.

De twee medewerkers van de gemeentelijke reinigingsdienst maken deel uit van een groep van zestien vuilnismannen en 75 winkeliers die vorig jaar zomer werden aangehouden op de beschuldiging van het aanbieden en aannemen van giften. Elf vuilnismannen en 25 winkeliers hebben inmiddels een schikking van duizend gulden betaald om verdere strafvervolging te voorkomen. Hoewel het gebruikelijk is dat verdachten die een schikking weigeren, bij een veroordeling een hogere boete krijgen opgelegd, besloot de politierechter in navolging van de eis van de officier van justitie, mr. J. Spee, de boete te beperken tot duizend gulden.

De vuilnismannen hadden jarenlang bij winkeliers fooien van vijf gulden of meer geïnd om extra vuilnis mee te nemen dat eigenlijk via speciale contracten als bedrijfsafval had moeten worden afgevoerd. Wekelijks verdienden zij zo 50 tot 75 gulden extra. Officier en rechter onderstreepten dat de verdachten zich niet schuldig hadden gemaakt aan "crimineel gedrag', maar dat er sprake was van laakbaar handelen. In de dagvaarding werden zij dan ook niet beschuldigd van omkoping, maar van het aannemen van giften, zo stelde officier Spee. “Het is heel onschuldig begonnen, maar op zeker moment is het uit de klauwen gelopen”, concludeerde mr. Braunius.

Een van de verdachten werkte al meer dan twintig jaar bij de gemeentelijke reinigingsdienst en beriep zich er op dat dit soort betalingen al die tijd gebruikelijk waren. “Het was het bloemetje voor de arbeider voor het vieze werk dat hij deed.” Het tweetal wees er op dat de gang van zaken door de bedrijfsleiding werd getolereerd. Volgens mr. Braunius was echter uit de verklaringen tijdens de verhoren "overduidelijk' gebleken dat de betrokkenen wisten dat zij fout zaten. Niettemin erkende officier van justitie mr. Spee dat “er wel wat meer controle had mogen zijn”.

Bij zijn eis hield de officier rekening met het feit dat de leiding van de gemeentereiniging tegen de twee vuilnismannen en een aantal van hun collega's ook een procedure heeft aangespannen met als inzet een voorwaardelijk ontslag.