Arbeidsbureau schiet tekort

DEN HAAG, 22 OKT. De wijze waarop arbeidsbureaus langdurig werklozen en werkloze allochtonen aan werk trachten te helpen vertoont belangrijke tekortkomingen. Dit stelt de Algemene Rekenkamer in een rapport dat vanochtend is gepubliceerd.

De Rekenkamer uit daarin harde kritiek op de arbeidsbureaus. Ze treden te weinig op tegen werklozen die zonder opgaaf van redenen afspraken negeren en wegen nauwelijks af of de werklozen in dit opzicht iets te verwijten valt. Slechts in 36 procent van de onderzochte gevallen werd de instantie die de werkloze een uitkering verstrekt door het arbeidsbureau ingelicht over diens verzuim. Ook de richtlijn dat de werkzoekende verplicht is passende arbeid te aanvaarden bleek vrijwel niet te worden toegepast.

De Rekenkamer baseert haar bevindingen op een onderzoek dat bij tien arbeidsbureaus werd verricht over 1991 en de eerste helft van 1992. Het betreft de arbeidsbureaus in de vier grote steden en verder in Nijmegen, Arnhem, Tilburg, Helmond, Hoogeveen en Den Helder. Bij deze arbeidsbureaus stonden 40 procent van het totaal aantal langdurig werklozen ingeschreven en 84 procent van de allochtone werklozen.

De Rekenkamer noemt de begeleiding door de arbeidsbureaus van langdurig werklozen te vrijblijvend en onvoldoende doelmatig. Met een groot deel van deze groep hadden de arbeidsbureaus al langer dan een jaar geen gericht contact meer gehad. Ook laakt de Rekenkamer het feit dat de arbeidsbureaus weinig doen aan preventie: werklozen die een groot risico op langdurige werkloosheid lopen krijgen nauwelijks extra aandacht.

De Rekenkamer stelt vast dat de arbeidsbureaus er niet in slagen te voldoen aan de afspraak dat zij eind 1994 voor langdurig werklozen aan de zogenoemde evenredigheidsdoelstelling zullen voldoen. Dat wil zeggen dat het percentage plaatsingen van langdurig werklozen in vacatures gelijk moet zijn aan hun aandeel in het bestand van werklozen. (De langdurig werklozen vormen 53 procent van het bestand; 53 procent van de vacatures zou dus eind volgend jaar aan hen moeten toevallen). De Rekenkamer constateert dat nog een “aanzienlijke kloof” tussen resultaten en doelstelling gaapt. Het Centraal Bureau Arbeidsvoorzieningen (CBA), de landelijke organisatie van arbeidsbureaus, had dat zelf ook overigens al ingezien en hanteert inmiddels 1996 als streefjaar.

Het CBA liet vanmiddag weten dat de conclusies van de Rekenkamer achterhaald zijn. Het wees erop dat de Arbeidsvoorziening in 1991 werd verzelfstandigd en dat er sindsdien veel is verbeterd. Dat het met de aanpak van langdurige werkloosheid minder goed gaat, erkent het CBA; het is daarom met de regionale arbeidsbureaus een “fundamentele discussie” hierover begonnen. De samenwerking met uitkeringsinstanties is inmiddels verbeterd, aldus het CBA.