Afhankelijke bankier

Hoe onafhankelijk is de effectenbeurs als het gaat om onderzoek naar misstanden, zoals misbruik van voorwetenschap? Dit ligt gevoelig bij het beursbestuur dat bestaat uit leden die zelf op de beurs actief zijn en zichzelf moeten controleren. De schijn van belangenverstrengeling is snel gewekt.

De beurs zelf verwerpt elke veronderstelling in die richting. Beursjurist mr. D.H. Cross stelde deze week in deze krant dat wanneer een beurslid betrokken is bij een zaak, hij niet deelneemt als er besluiten worden genomen over een onderzoek ernaar. Netelige en vertrouwelijke kwesties behandelt de onafhankelijke beursvoorzitter, drs. B.F. baron van Ittersum, doorgaans in eigen persoon.

Doorgaans, want als de baron afwezig is, fungeert drs. Th.A.J. Meys, lid van het beursbestuur, als "waarnemend voorzitter'. Uit een vertrouwelijke brief van 22 juli blijkt dat niet de baron, maar waarnemend voorzitter Meys degene was die opdracht gaf voor een controle-onderzoek bij commissionair Nusse Brink. ABN Amro had via dochter Mees Pierson belang bij een onderzoek naar deze commissionair. Het uiteindelijke faillissement van Nusse Brink in augustus leidde tot een miljoenenverlies bij Mees Pierson, dat deze schade nu moet proberen te verhalen op de beurs.

Meys, die opdracht gaf voor het controle-onderzoek, is echter ook lid van de raad van bestuur van ABN Amro. Geen nood voor Meys: het vermijden van belangenverstrengeling door beursbestuurders is nooit schriftelijk vastgelegd, zo laat de beurs weten. Geheel in de geest van de zelfregulering betreft het hier slechts “een usance”. (KB)