Zomermode: terugkeer van de jurk, de kleur, de romantiek; Smeltkroes op de catwalk

De volgende zomer dragen we achttiende-eeuwse hoepelrokken, empire-jurken tot op de grond, en ultra-micro-minirokjes. Heel wijd of juist heel strak: alles kan volgens de modeontwerpers in Parijs, als het middenrif maar bloot is.

Blauwe plekken van het worstelen om bij het defilé van Dior binnen te komen. Kramp in de dijen van de zit/sta-houding om iets van Chloé te kunnen zien. Een stijve nek en een stevige griep van het urenlange wachten achter dranghekken in de regen. Het viel weer niet mee om de Parijse modeweek, waarin deze keer honderd ontwerpers hun collectie voor de lente/zomer van 1994 presenteerden, te overleven.

De prêt-à-porter modeshows zouden aanvankelijk gehouden worden in het nieuwe ondergrondse mode- en winkelcomplex Le Carrousel du Louvre in de Tuilerieën. Dat was de organisatie van het mode-evenement zeker ten goede gekomen. Helaas bleek op het laatste moment dat het ambitieuze project niet op tijd opgeleverd kon worden. Weliswaar werd vast een gedeelte van Le Carrousel (met een totale oppervlakte van 25 duizend vierkante meter) tijdens de modeweek geopend, maar de vier zalen van variabele grootte die voor de defilés bestemd zijn, worden pas januari in gebruik genomen.

Deze modeweek toonden de ontwerpers dus nog in overvolle zalen en benauwde hotels verspreid over de stad, een optimistische, romantische, internationale en "zachte' zomermode 1994, met diverse nieuwe tendensen. Het is verleidelijk te denken dat zij hiermee betere tijden aankondigen, net zoals ze met de sombere destroy- en poor look uit vorige seizoenen op de crisisjaren vooruitliepen. Zelfs Japanners als Yamamoto en Comme des Garçons, uitblinkers in het verkondigen van het crisis-gevoel, waagden zich aan kleur en romantiek.

Wat op de haute-couture wintercollecties afgelopen juli al zichtbaar was, werd deze dagen bevestigd: de minirok, maar dan in een ultra-mini-micro versie, is terug. Niettemin overheerst lang en zwierig, vooral bij de jonge garde. Meer nog dan vorige zomer zochten de ontwerpers inspiratie in Aziatische en Afrikaanse landen. Ze brengen pareo-rokken, sarongs, sari's, sultanebroeken, Chinese blouses, kortom soepele gewaden die meer gedrapeerd en gewikkeld zijn dan gesneden.

Neo-romantische jasjes, gilets met kort-lang effecten en minitopjes worden gedragen boven laag op de heup hangende, extreem wijde broeken. Het middenrif is vaak ontbloot; een platte buik en een perfecte navel zijn deze zomer dan ook onontbeerlijk.

De jurk is terug. Je hebt ze met hoepelrokken, klokkend of sluik of geïnspireerd op de classicistische empirestijl met een verhoogde taille. Nieuw zijn de hyperkorte, soepele, op onder- en nachtgoed geïnspireerde jurkjes van vederlichte, vaak doorzichtige mousseline. Luchtige, luxueuze zijdes en kant worden afgewisseld met tricot, haakwerk, katoen en raffia. De kleuren zijn zacht, maar wit domineert in de meeste collecties.

De Belgische ontwerper Dries van Noten, één van de Zes van Antwerpen, opende de modeweek met een defilé in hotel George V. We zaten er niet op gouden stoeltjes, maar lagen op grote, witte katoenen kussens op de grond. Daarmee zette Van Noten de toon voor zijn collectie: jong, ontspannen en eenvoudig. Typerend waren de op India geïnspireerde sluike, vloeiende jurken tot op de voet of onder de knie, de licht getailleerde redingote-jasjes, de lange sari's en sarongrokken, de minigilets die rechtstreeks op de huid worden gedragen, uitgevoerd in zachtgekleurde, vaak gebloemde, altijd mishandelde, gekreukte zijde of katoen. “Niet erg fris,” mopperde een ontevreden buurvrouw, “laten we hopen dat Dries volgend jaar naar Knokke gaat in plaats van Bombay.”

Bij het defilé van Issey Miyake lagen we niet op de grond, maar waren we in de hemel. De Japanner toonde zich opnieuw een poëtisch en technisch zeer kundig ontwerper. Met zijn fabelachtig kleurrijke, door de wind, wolken, regen en zon geïnspireerde en door het Forsythe Ballet gedanste show, zorgde hij voor één van de hoogtepunten van de week. Geestig waren zijn transformeerbare drachten zoals de lampionvormige kragen die in jurken veranderden.

Voor het defilé van Rei Kawakubo, de ontwerpster van Comme des Garçons, waren vele vervalste kaarten in omloop. In de mooie negentiende-eeuwse markthal, de Carrau du Temple, kregen genodigden en ongenode gasten dan ook bijna niets te zien. Ik kon me toch een beeld van Kawakubo's collectie vormen dankzij de nauwe samenwerking met een sympathieke buurvrouw. Zij, klein van stuk, keek via kijkgaatjes tussen de benen van de menigte door en hield mij op de hoogte over de lengte van de rokken en het schoeisel. Ik, nogal groot van stuk, kon op mijn tenen staand haar verslag doen over kapsels en lijfjes.

De collectie bleek nogal onsamenhangend en gespeend van enige boodschap. Na de grunge van het vorige seizoen kwam de excentrieke ontwerpster deze keer met wanordelijk in elkaar gezette, onafgemaakte (tenslotte volgde ze nooit een mode-academie) gewaden van ruige of doorzichtige stoffen. Vaak sleepten de licht-romantische, lange en pastelkleurige jurken met hun zoom over de grond. Verhoogde tailles versterkten het sluike effect. Poëtisch waren de van witte ganzenveren vervaardigde hoofddeksels, die het gezicht gedeeltelijk bedekten.

Onweerstaanbaar, romantisch en een tikkeltje decadent was de theatrale collectie van de Britse ontwerper John Galliano. Net als zijn landgenote Vivienne Westwood vertelt hij verhalen met zijn defilés. Deze keer stormden op de sound track van huilende wolven radeloze Russische prinsessen over de catwalk. Uitgedost in gigantische hoepelrokken en minitopjes van flinterdunne, doorzichtige, fladderende mousseline vluchtten ze naar een Schots kasteel. Daar leefden ze zich vervolgens opgelucht uit in klokkende minirokjes van Schotse ruiten of hermelijnbont - waar satijnen slipjes met kanten pijpjes onder uitpiepten - of in supersexy, onberispelijk schuin gesneden satijnen jurken, die alle vormen van het lichaam volgen.

Zelfs Jean-Paul Gaultier ging op de romantische toer in een show waarin hij op zijn geniale spottende manier landen, culturen, godsdiensten (ook Jeanne d'Arc stond op het programma), eeuwen, vormen en kleuren mengt. De meest "exotische' mannequins, getatoeëerd en de neuzen, lippen en tepels met ringen en naalden doorboord, toonden gewikkelde, gedrapeerde of gesneden laag-over-laag kleding. Heel draagbaar waren bijvoorbeeld de met geheimzinnige symbolen beschilderde chiffonblouses onder geborduurde maharadja-jasjes, boven sarongrokken. Sleutelstuk van de collectie was een getailleerd jasje dat al naar gelang materiaalkeuze en kleurgebruik van een Neroe-jasje in een romantische redingote veranderde.

In Karl Lagerfelds collectie, de grootste van het seizoen, leek het meer om seks dan om mode te gaan. Geen spoor van romantiek of een exotische sfeer te bekennen. Alles draaide om Lagerfelds laatste vondst, de skindress: een nauwsluitend, doorzichtig nylon/lycra laagje in de vorm van een broek, jurk, top of rok, dat rechtstreeks over de blote huid wordt getrokken. Over de skindress werden tunieken, gebloemde jurkjes of jasjes gedragen. De bijna één meter hoge Marie Antoinette-, punkpruiken en torenhoge spijkerhakken kwamen de nogal smakeloze, eentonige collectie niet ten goede.

Van een heel andere aard was Lagerfelds zacht-sensuele collectie voor Chloé die was geïnspireerd op onderkleding uit de tijd van Worth, nachtjaponnen uit de Belle Epoque en op de neoklassieke drachten van madame Récamier. Idyllisch waren de vloeiende jurken in bloedrode crèpe de Chine, bedrukt met erotische scènes zoals je die in Pompeï ziet; sensueel de soepele tuniekjurkjes, uitgevoerd in zachtroze mousselinen stroken, die werden gedragen boven satijnen shortjes. Op de vraag hoe hij na de ruwe Lagerfeld-collectie zo'n contrasterende romantische collectie voor Chloé kon brengen, antwoordde der Kaiser Karl: “Dr. Jeckill and mr. Hyde.”

Chanel wil niemand missen. Dat bleek weer uit de vijandige en chaotische sfeer die er bij dit defilé heerste. Een collega incasseerde een venijnige klap op haar hoofd toen zij vanaf haar zitplaats-zonder-zicht even durfde op te staan. Gelukkig sloeg ze onmiddellijk terug.

Het is de vraag of de Chanel-collectie al deze aandacht waard is. We zagen een verleidelijke maar nogal ordinaire straatmode voor vrouwen van onder de twintig. De rokjes van de in gemeen zuurtjeskleurige tweed uitgevoerde Coco-pakjes met bijbehorende gestoffeerde beha's bedekten maar amper de plooi tussen bil en dij. Claudia Schiffer leek met haar x-benen niet erg op haar gemak in deze hypermini.

Net toen iedereen dacht dat het afgelopen was met Yves Saint Laurent, kwam hij terug met een van de beste shows die hij in jaren te zien gaf. Romantisch waren de smetteloos witte, vloeiende katoenen tunieken boven wijde, zwierige zwarte crèpe de chine-broeken. Up to date en kleurrijk was Laurent met de onberispelijk gesneden, getailleerde broekpakken in combinaties van donkerblauw en zwart of hardblauw en appelgroen. En verleidelijk waren de driedelige linnen pakjes met gilet, bolero en een minirok afgezet met een strook van zwarte kant.

Ook Laurent put inspiratie uit Azië, getuige de Chinese rieten punthoeden boven nauw aansluitende wikkeljasjes en wijde, kuitlange broeken. Sensueel zijn de zacht vloeiende, lange zwarte satijnen jurken en rokken; geestig de op de Afrikaanse strohut geïnspireerde raffiarokjes met bijbehorende bolero. Een collectie waarin de huidige tendensen op een draagbare en elegante manier werden toegepast.

    • Hadewijch Bouvard