"Verdwenen koolstof' wellicht opgeslagen in diepzeebekkens

Grote hoeveelheden koolstof die in de mondiale koolstofbalans "zoek' waren, zijn wellicht terecht. Bij berekening van de koolstofstromen waren wetenschappers tot nu toe steeds een flinke hoeveelheid koolstof kwijt. Drs. Isabel van Waveren denkt dat deze koolstof in de vorm van chitine in de bodem van hoogproduktieve oceaangebieden zit. Haar bevindingen kunnen implicaties hebben voor klimaatonderzoek. Van Waveren promoveert op 25 oktober aan de Rijksuniversiteit Utrecht.

In sedimentmonsters die de Snellius II-expeditie uit de Bandazee (Indonesië) meebracht, ontdekte Van Waveren fossielen van microscopisch kleine kreeftachtigen en van plantenresten die vroeger door rivieren zijn aangevoerd. Tot nu toe dachten marien biologen dat diepzeesedimenten geen organisch materiaal bevatten, maar volgens Van Waveren krijgt het organisch materiaal in voedselrijke zeeën met een hoge bezinkingssnelheid niet de tijd om afgebroken te worden. Het wordt dus in de bodem van diepzeebekkens geconserveerd.

Wetenschappelijke communicatiestoornissen zorgden ervoor dat biologen dit niet eerder ontdekten. In het organisch materiaal uit de Banda Zee zaten vooral zogenoemde acritarchen, een groep organische fossielen die biologen als de oudste fossielen van organismen met een celkern beschouwen. Marien biologen dachten sinds de publikaties van Eisenack in 1938 dat acritarchen fossiele groenalgen waren, maar uit Van Waverens onderzoek blijkt dat de acritarchen de eieren van microscopisch kleine kreeftachtigen zijn. Daarnaast zitten in de monsters exoskeletten van deze kreeftjes, die uit chitine bestaan. De vondst van de eieren sluit aan bij publikaties van de onderzoeker Wetzel uit 1911, maar die artikelen raakten in de vergetelheid, waardoor de verkeerde ideeën van Eisenack konden domineren.

Over chitine bestaat bij marien biologen ook al jaren een misverstand. Ze denken dat het een stof is die zeer snel afgebroken wordt, maar palaeobotanici weten al lang dat dat niet het geval is, want chitineuse schimmelsporen worden gelijkmatig in zeer oude afzettingen gevonden.

Door de vondsten van Van Waveren is nu een verklaring gevonden voor wat onderzoekers eufemistisch de "missing sink' in de koolstofcyclus noemen. De kleine planktonische kreeftachtigen die de Utrechtse biologe vond, produceren in een voedselrijke zee een zeer grote hoeveelheid chitine. Chitine bevat veel koolstof dat zo aan de koolstofcyclus onttrokken wordt.

Voedselrijke gebieden boven diepzeebekkens zijn niet uniek. Alle belangrijke tropische rivieren (de Bramaputra, de Amazone, de, Congo, de Orinoco) zorgen voor een hoge produktie van organische stof op zee, waardoor veel materiaal (chitine) snel opgeslagen wordt in diepzee-afzettingen. Bij de evaluatie van de koolstofopslagcapaciteit van deze gebieden is geen rekening gehouden met het feit dat chitine niet altijd gemakkelijk afgebroken wordt. Ook in de evaluatie van de koolstofcyclus is met chitine-opslag geen rekening gehouden. Het gaat daarbij om hoeveelheden die de "missing sink' zouden kunnen verklaren.