Vakantiespreiding is triomf van de reisindustrie

Ooit verliep de wisseling van de schoolseizoenen volgens een kosmische orde: sinds mensenheugenis was de koningin op 31 augustus jarig. Deze dag markeerde het eind van de zomervakantie. Op 1 september riep de schoolbel de jeugd weer terug tot de ernst van het leven. Ook na de troonswisseling van 1948 bleef 1 september lang de natuurlijke eerste schooldag. In de dagen van olim was er na kerstmis en pasen een vakantie van twee weken. Enkele erkende christelijke feestdagen zorgden voor aangename onderbrekingen van wat anders monotoon lange trimesters konden zijn. Alleen plotselinge vorst kon de orde doorbreken: hoe vaak hebben we niet op de speelplaats van de Petrus Canisiusschool staan roepen om ijsvrij? In rijen stampvoetend en met dampende monden riepen we dan de slogan: "Alle scholen hebben vrij, behalve wij'. Alleen in het verlenen van vrij om te schaatsen toonden de scholen toen hun autonomie.

De nationaal samenvallende vakanties maakten opwindende logeerpartijen bij verwanten in andere provincies mogelijk. Voor zover gezinnen al op vakantie gingen, kon men er zeker van zijn dat alle kinderen op hetzelfde tijdstip vrij waren.

Inmiddels heeft de reisindustrie het voor elkaar gekregen dat alle eenheid zoek is: de chartervliegtuigen en de vakantiehuisjes moeten nu eenmaal tot de nok gevuld zijn. Het onderwijs is onder het juk van Center Parcs en Martin Air doorgegaan in de ijdele hoop het uitrafelen van het schooljaar tegen te gaan: het is moeilijk weerstand bieden aan ouders die voordelig een paar dagen eerder weg willen gaan. Eenmaal op het hellend vlak van vakantiespreiding gekomen, glijden we steeds verder af, want de toeroperatoren spreiden hun aanbiedingen: vertrekken in het weekeinde wordt financieel onaantrekkelijk gemaakt. Goedkope vluchten naar zonnige eilanden vallen vooral op maandag en woensdag.

Het onderwijs blijft op een uitzichtloze wijze concessies doen. De schuivende zomervakanties voor de drie regio's Noord, Midden en Zuid geven leerlingen van het voortgezet onderwijs in ieder geval vijf weken gemeenschappelijk vrij. Maar buiten het zomerreces begint de chaos compleet te worden. Dit jaar maken we het voor het eerst mee dat ook de herfstvakantie niet meer heilig is. Ooit was er een korte onderbreking op 1 en 2 november (Allerheiligen en Allerzielen). Om goede onderwijskundige redenen - het najaar kan lang zijn op school - is er een herfstvakantie halverwege oktober ingevoerd. Midden- en Zuid-Nederland hebben vrij van 18 tot en met 22 oktober, het najaarsreces van Noord loopt van 25 tot en met 29 oktober.

Ook elders in het jaar staat niets meer vast. Kerst- en paasvakanties kunnen al een week voor de hoogtijdag beginnen. De naam carnavalsvrij is terecht vervangen door het bloemrijker "krokusvakantie', omdat Aswoensdag geen ijkpunt meer is. Misschien geeft "skivakantie' het meest realistisch aan waarom de school even moet sluiten.

Niet ten onrechte geeft mijn nieuwe zakagenda bij het overzicht van de vakantiecarrousel de waarschuwing zeker bij de eigen school de zaak te verifiëren. Schooldirecties leven hun vernuft en vrijheid vooral uit in het triviale domein van het vrij geven. Binnen een regio en zelfs binnen een gemeente is de vrijheid ontaard in absolute wanorde.

Vakanties zijn toch ooit bedoeld geweest om het onderwijs ten goede te komen? De hoge mate van concentratie die het leren vergt, rechtvaardigt regelmatige intermezzi. Nu echter komen heel wat leraren niet meer aan een vakantieweek toe als ze zo ongelukkig zijn deelbanen te hebben in verschillende regio's: deelvrij is geen vakantie. Soms geeft een begrijpende rector aan dergelijke pechvogels maar een paar dagen extra vrij om eens echt op adem te komen. Waar blijven de verdedigers van de familie met hun pleidooien om contacten tussen neefjes en nichtjes mogelijk te maken?

Naast het individuele leed is er een structureler bezwaar. Als voorzitter van een "vak'vereniging ervaar ik hoe het "werkbare' schooljaar steeds meer ineenschrompelt. Voor vergaderingen en nascholingsbijeenkomsten zijn we op de zaterdagen aangewezen. Anders dan wel eens gedacht wordt, zijn leraren best bereid een deel van hun weekeinde aan zulke activiteiten te besteden. Maar als een gedeelte van het land in de week erna op reces gaat, heeft het geen zin op de zaterdag of vrijdagmiddag ervoor iets te organiseren. Zo maakt een schoolvakantie van een week drie weekeinden ongeschikt voor bijeenkomsten: er blijft zo niet veel over als ook nog heel wat zaterdagen heengaan aan "open dagen', natuurlijk ook weer heel gespreid. Voor de kwaliteit van het onderwijs is de loze vrijheid van de vakantiespreiding langzamerhand een crime.

    • Anton van Hooff