Theaterstuk van Musil is interessant als literair curiosum

Voorstelling: De fantasten van Robert Musil door De Tijd. Vertaling: Hans W. Bakx; regie: Lucas Vandervost; vormgeving: Erik Lagrain; spel: Warre Borgmans, Rita Wouters, Mirei Bonte, e.a. Gezien: 19/10 Schouwburg Rotterdam. Tournee t/m 27/11.

Toen regisseur Lucas Vandervost in 1991 Robert Musils toneelstuk De fantasten door acteurs van het Antwerpse gezelschap De Tijd achter lange tafels liet voorlezen, zei hij ervan overtuigd te zijn dat deze door velen onspeelbaar geachte tekst ook als theaterstuk is te ensceneren. Nu, twee jaar later, hebben De Tijd en hij een poging gewaagd en brengen ze De fantasten als een vijf uur durende voorstelling met decors en requisieten en acteurs die rollen vertolken zonder script in de hand.

Dat betekent echter niet dat het nu opeens een bruisend toneelspektakel is geworden. Het theatrale aspect is nog steeds gering: de acteurs staan vaak, ver van elkaar af, als vastgevroren aan de vloer. De statische mise-en-scène onderstreept opnieuw dat De fantasten een conversatiestuk is, waarin actie en een concrete verhaallijn van ondergeschikt belang zijn. Het zijn niet de gebeurtenissen die er toe doen, maar dat wat gedacht wordt, aldus Thomas, een van de hoofdfiguren.

Dwepen met ideeën, filosofische gedachtenconstructies en paradoxen is Thomas' raison d'être. Dat geldt ook voor zijn vrouw Maria, haar zuster Regine en hun vriend Anselm. De vier jeugdkameraden zijn fantasten die eens geloofden dat zij de nieuwe mensen waren: innerlijk onbepaald en zonder vast omlijnde eigenschappen. Hun houding wordt getypeerd door “opstandigheid tegen datgene waar de rest van de wereld tevreden mee is”, zoals de gezelschapsdame van Regine bitter opmerkt. Deze juffrouw Mertens behoort samen met Regine's man Josef en detective Stader tot de mensen die met beide benen in de burgerlijke maatschappij staan en anders dan de fantasten niet twijfelen aan de werkelijkheid, de waarheid en de feiten.

Om deze zeven personages heen spon Musil een flinterdunne plot die er slechts toe diende zijn 'dichtertheater' enige structuur te geven. Wie in het geheel niet vertrouwd is met dit soort theater en gelokt door het verhaal over twee driehoeksverhoudingen de voorstelling van De Tijd bezoekt, zal waarschijnlijk net zo'n klap moeten incasseren als enkele toeschouwers in de Rotterdamse schouwburg die na een uur zwaar zuchtend de zaal verlieten. Inderdaad is het gebrek aan dramatische handeling zo'n aanslag op het uithoudingsvermogen van de toeschouwer dat hij vroeg of laat de spelers wel eens een lekkere koprol of een frivole radslag wil zien maken. Een nar met bellen die even om een hoekje kijkt, zou ook al mooi zijn.

Maar nee, niets van dat al bij Lucas Vandervost. Serieus en gewetensvol kwijten de acteurs zich van hun taak - en toegegeven: ze leveren een bewonderenswaardige prestatie. Want al is er dan behalve de drie naturalistisch vorm gegeven decors weinig te zien, wie wil kan aan de glasheldere tekstbehandeling heel wat beleven. De dialogen die op papier dikwijls uit beton lijken opgetrokken, worden licht en transparant door de zorgvuldige dictie van de acteurs.

Vooral als Warre Borgmans (Thomas) het woord heeft is luisteren een plezier. We zien een rationele en bedachtzaam reagerende academicus die niettemin flink uit zijn slof kan schieten in discussies met zijn vrienden. Mooie rollen zijn er ook van Rita Wouters als Maria en Dirk Buyse als Stader. Onbedoeld is de droogstoppelachtige detective de clown in het bevlogen gezelschap en Dirk Buyse heeft daarvoor precies de juiste luchtige, enigszins satirische toon.

Dat er af en toe om Musil te grinniken valt, is een verdienste van deze voorstelling. Het is zelfs mogelijk - en dat is een minstens zo grote verdienste - betoverd te raken door de taal die drie bedrijven lang als een eindeloze lavastroom de zaal in golft. Maar dat maakt deze voorstelling niet ook automatisch tot een even indrukwekkende theatrale gebeurtenis. Vandervosts enscenering bewijst vooral dat De fantasten als literair curiosum interessant is.