Shanty-festival; Meezingen gewenst

Internationaal Shanty-festival en Strontrace, Workum, 23 en 24 okt. Inl 05151-43656.

Dat er laatst een meisje loos was - die wou gaan varen als lichtmatroos - is algemeen bekend. Maar wat heeft het zeemansliederengenre verder aan de Nederlandse cultuurschat toegevoegd? Niet veel, beaamt Rensje Plantinga van de organisatie van het zesde Internationaal Shanty-festival te Workum. Niet veel.

Er moet, bijvoorbeeld op de VOC-schepen, heel wat afgezongen zijn, al was het maar ter ritmische ondersteuning van het pompen of het brassen van de ra's. Waar zijn echter de bij voorkeur met rossige baarden getooide zangers en zanggroepen die zulke liederen nu nog op hun repertoire hebben staan? En waar dicteert de traditie dat ze dan ook luidkeels door het publiek worden meegezongen?

Nee, dan Engeland. Daar is de shanty tot op de dag van vandaag een graag beoefende liedvorm - en daar komen dan ook de in wollige schipperstruien gehulde Johnny Collins en Jim Mageean vandaan, die twintig jaar geleden de basis legden voor het Shanty-festival. Ze traden toen als muzikale attractie op tijdens de traditionele Strontrace, een feestelijke zeilwedstrijd die zijn onwelriekende naam ontleent aan het historische vervoer van koeiemest over het water. En hun optreden was dermate succesvol dat zes jaar geleden werd besloten de race voortaan te koppelen aan een apart festival voor het zeemanslied. Collins en Mageean zijn sindsdien vaste gasten. Zaterdagavond zingen ze in de doopsgezinde kerk De Vermaning - meezingen is gewenst - en zondagochtend volgt een koffieconcert in gemeenschapshuis De Klameare. Dit jaar staan voorts zangers en muzikanten uit Amerika, Frankrijk en Friesland op het programma.

De shanty (het woord komt gewoon van het Franse chanter) is voor altijd verbonden aan het harde handwerk dat in vroeger eeuwen aan boord van de grote koopvaardijschepen moest worden verricht. Ieders spierkracht werd immers ten beste benut als alle getrek en geduw volstrekt synchroon geschiedde. Eén, de leider van het gezang, nam veelal de coupletten voor zijn rekening. De rest viel in bij het refrein. Een goede leider was veel waard, schrijft de maritiem historicus David Proctor in zijn studie Music of the Sea, en stond dan ook in een goed blaadje bij kapiteins en reders. De lengte van de arbeidsvitaminen was vaak variabel, want afhankelijk van de duur van de arbeid. Naarmate er langer moest worden gesjord, werden er meer coupletten toegevoegd. Dat die soms scabreuzer waren dan de teksten die nadien werden vastgelegd, spreekt vanzelf. Er werd ongetwijfeld méér gezongen dan alleen onschuldige gezangen als We be three poor mariners / newly come from the seas / we spend our lives in jeopardy / while others live at ease...

Overal bewees de shanty haar goede diensten, aldus Proctor - zelfs aan de manschappen van de smokkelschepen aan de oostkant van de Pyreneeën, die hun zware contrabande aan de bergachtige Catalaanse kust moesten bezorgen. Musicologen maken onderscheid tussen verschillende liedsoorten op een verschillend ritme, voor het hijsen van het anker, het pompen of het brassen. De beroemdste van alle is het onstuimige What shall we do with the drunken sailor, aanvankelijk geboekstaafd onder de titel Early in the morning.

Sinds het begin van de negentiende eeuw onderging het angelsaksische zeemanslied, via de haven van New Orleans en andere pleisterplaatsen in de nieuwe wereld, invloeden van de work songs, waarmee de slaven op de Noord- en Zuidamerikaanse plantages hun arbeid trachtten te verlichten. Het principe was immers hetzelfde; ook daar gold de tot een uiterste krachtsinspanning opzwepende koorzang als een efficiënt hulpmiddel bij eentonig handwerk. Wat over de plantage kon schallen, kwam ook op het water te stade.

Aan de functie van de shanty kwam eind vorige eeuw, met de opkomst van de stoomschepen, een logisch einde. Voortaan zou het zeemanslied alleen nog maar als amusement opklinken, ter opluistering van zeilraces als die in Workum - en vooral Engelstalig. “Wij gaan niet zo prat op dit soort tradities,” zegt Rensje Plantinga. “En wij geven de voorkeur aan gezang in het Engels. Als 't maar Engels is, is 't hier al gauw goed.” Beter dan in Nederland zijn daar bovendien de shanty-teksten vastgelegd, zodat ze ook komend weekeinde weer in hun meest oorspronkelijke vorm kunnen opklinken. Langzamerhand begint Workum op dit gebied aardig naam te krijgen; waar op soortgelijke festivals in Engeland en Frankrijk voornamelijk aandachtig wordt geluisterd, beoefent het Workumse publiek met hart en ziel ook het meezingen - alsof degenen in de zaal de bemanning van het schip vormen.

    • Henk van Gelder