Senaat VS legt Clinton voor sturen troepen niet aan banden

WASHINGTON, 21 OKT. De Amerikaanse Senaat heeft gisteren afgezien van het aan banden leggen van Clintons bevoegdheid tot het sturen van troepen naar Haïti en Bosnië. Het voorstel van de Republikeinse oppositieleider Robert Dole om in een amendement op de defensiebegroting goedkeuring van het Congres vooraf te eisen, kreeg onvoldoende stemmen om voor behandeling in aanmerking te komen. In plaats daarvan is het amendement omgewerkt tot een advies dat de president al of niet hoeft op te volgen.

Gisteren heeft de Senaat ook een resolutie aangenomen waarin staat dat het “het gevoel van het Congres” is dat er geen geld mag worden uitgegeven aan troepenzendingen naar Bosnië, tenzij het Congres goedkeuring vooraf geeft. De resolutie slaat niet op operaties of missies die vóór 20 oktober zijn gestart, inclusief humanitaire hulp. Volgens de leider van de Democratische meerderheid in de Senaat, George Mitchell, legt de resolutie geen beperkingen op aan de president maar geeft ze een mening weer van de senaat.

Clinton zei dat hij “goedkeuring van het Congres voor militaire betrokkenheid bij Bosnië zou verwelkomen en aanmoedigen”. In vroegere uitspraken over het sturen van Amerikaanse troepen naar Bosnië heeft Clinton goedkeuring van het Congres steeds als voorwaarde gesteld. Nu er zowel bij de Amerikaanse kiezers als bij hem weinig enthousiasme bestaat voor grote buitenlandse operaties, wil hij zich verzekeren van steun van het Congres, zodat hij sterker staat tegenover de kiezers of tegenover de wereld als hij de troepen al of niet stuurt.

Toch voelde hij niets voor het oorspronkelijke amendement van Dole omdat het zijn internationale slagvaardigheid zou aantasten. Het was zo gevaarlijk omdat het een amendement op de begroting was, waarmee geld zou worden ingehouden, en geen resolutie. Als voor elke militaire daad een debat in het Congres zou zijn vereist, zou de president sterk aan gezag inboeten. Zijn dreiging aan de Serviërs dat ze de moslims in Sarajevo niet te hard mogen aanpakken, zou nog minder betekenis hebben.

De meeste Congresleden erkennen dat hun instelling niet geschikt is voor het voeren van buitenlands beleid. “We moeten geen 535 ministers van buitenlandse zaken hebben”, zei een senator doelend op het totaal aantal Congresleden. Ook bezwaarlijk is dat de inspraak het Congres zwaar medeverantwoordelijk maakt voor elke militaire daad. Weinig Congresleden willen die verantwoordelijkheid dragen. De compromisvorming in het Congres is ook in strijd met elke regel over krijgshandelingen die resoluut moeten zijn.

Het touwtrekken tussen het Congres en de president over de bevoegdheid tot het voeren van oorlog heeft zich vaak voorgedaan. Het is een klassiek conflict tussen wedijverende overheidsmachten. Volgens de grondwet verklaart het Congres de oorlog maar is de president de opperbevelhebber van de troepen. Hoe het zit met de moderne, onverklaarde oorlogen, is niet duidelijk.

In 1973, tijdens de Vietnam-oorlog, nam het Congres de War Power Act aan, die goedkeuring van het Congres eist als Amerikaanse troepen langer dan zestig dagen in het buitenland verblijven. Toenmalig president Nixon en zijn opvolgers hebben deze wet altijd genegeerd, omdat ze in hun ogen in strijd is met de grondwet. Voor de Golfoorlog heeft president Bush geen toestemming aan het Congres gevraagd voor het sturen van troepen naar Saoedi-Arabië, maar wel voor het inzetten van de aanval. Uiteindelijk willen de meeste presidenten goedkeuring van het Congres voor grootscheepse operaties.

De voorzitter van de commissie van buitenlandse zaken van het Huis van Afgevaardigden, Lee Hamilton, overweegt een “consultatieve groep” van Congresleden op te richten, die de president adviseert over buitenlandse vraagstukken, met name die waar troepenzendingen mee zijn gemoeid.