Senaat dreigt wijzigingen van grondwet te vertragen

DEN HAAG, 21 OKT. De Eerste Kamer dreigt enkele grondwetswijzingen te vertragen als de regering het voornemen doorzet om de Senaat vervroegd te ontbinden. Dit blijkt uit een brief die de voorzitter van de Eerste Kamer, H.D. Tjeenk Willink, gisteren aan minister Dales (binnenlandse zaken) heeft gestuurd.

De regering wil via een wijziging van de grondwet de tijdelijke vervanging van zwangere Kamerleden en de afschaffing van de dienstplicht in 1994 doorvoeren, een jaar eerder dan gepland. Voor grondwetswijziging is ontbinding vereist van de Staten-Generaal. De Tweede Kamer wordt ontbonden door de verkiezingen van volgend jaar, maar de Senaat pas in 1995 bij de Statenverkiezingen. Dales heeft kenbaar gemaakt de Eerste Kamer een jaar eerder te willen ontbinden om de grondwetswijziging volgend jaar te kunnen doorvoeren.

“Ik moet U mededelen dat de Kamer geenszins overtuigd is van de noodzaak van ontbinding”, aldus Tjeenk Willink in de brief. “Zij acht deze ook niet in overeenstemming met de bedoeling van de grondwet. Ontbinding zal niet leiden tot nieuwe politieke krachtsverhoudingen”.

De Eerste Kamer wordt gekozen door de Provinciale Staten. Omdat er volgend jaar echter geen Statenverkiezingen zijn, zal de samenstelling van de Eerste Kamer niet veranderen als deze eerst wordt ontbonden en vervolgens weer door de Provinciale Staten samengesteld. “De meer directe binding van de Kamer met het electoraat wordt verbroken. De beoogde ontbinding maakt daarmee van het kiesrecht van Provinciale Staten een betekenisloos gebaar in plaats van een inhoudelijke wilsuiting”, zo stelt de voorzitter van de Eerste Kamer.

Tjeenk Willink noemt het voornemen van de regering “een slechte gewoonte” die, indien doorgezet, “schadelijk is voor de parlementaire verhoudingen”.

De senaatsvoorzitter vindt dat de Eerste Kamer niet goed kan functioneren als deze “regelmatig met een gebroken zittingstermijn wordt geconfronteerd”. Het dreigement om als antwoord op vervroegde ontbinding wijziging van de grondwet met een jaar te vertragen, zodat de tijdwinst wegvalt, verpakt Tjeenk Willink in bedekte termen. “De Kamer zal uw reactie ongetwijfeld zorgvuldig willen meewegen bij het bepalen van het tijdstip en de wijze van behandeling van de voorgestelde grondwetswijzigingen”. Dales zal, naar verwachting, Tjeenk Willink volgende week per brief antwoorden.