Phillippe Elan wendbaar en expressief in chansons

Voorstellling: Met Elan, door Philippe Elan en Martijn Breebaart (toetsen). Gezien: 20/10 in Klein Bellevue, Amsterdam. Aldaar t/m 23/10, daarna elders.

Philippe Elan is niet bang: hij opent zijn chansonprogramma met Le moribond, het afscheidslied van Jacques Brel, en eindigt het met Leo Ferre's Avec le temps, tout s'en va - twee van de reuzen in wier schaduw hij durft te staan. En het zijn niet de enigen, want er staat nog meer Brel op zijn repertoire (Voir un ami pleurer, Le plat pays) en verder zingt hij, om maar iets te noemen, ook nog het intens verdrietige On ne voit pas le temps passer van Jean Ferrat, het eenzame Aznavour-lied Que c'est triste Venise en Barbara's tedere Mon enfance. Een programma, kortom, als een artistieke staalkaart.

Sinds hij een jaar of zeven geleden bij toeval in Nederland belandde, heeft Philippe Elan gestaag gewerkt aan een carriere als chansonnier. Een cd met het Gemini-ensemble werd in 1991 bekroond met een Edison. Nu werkt hij met de veelzijdige pianist en toetsenist Martijn Breebaart, die tevens als aangever fungeert, refreintjes meezingt en een grappig tegenwicht vormt voor de tengere zanger. Samen hebben ze een voorstelling samengesteld met verrassende vondsten tussen het bekende repertoire, zoals het stemmige Winterdorp van Drs P. (waarin de woorden "groep en knorrigheid" hem onoverkomelijke moeilijkheden bezorgen), een spits Frans-Nederlands duet dat ooit bij het Cabaret Ivo de Wijs opklonk, een charmant chanson van eigen hand (Mamie) en zelfs een in Aznavourig Engels gezongen Every time we say goodbye van Cole Porter.

Elan beschikt over een wendbare zangstem, een expressieve voordracht en een innemende presence. Hij geeft de meeste liedjes een korte inleiding in het Nederlands en zingt ze dan zonder een epigoon van zijn grote voorbeelden te worden - vaak ingetogener dan het origineel en heel zorgvuldig, als om aan te geven dat hij telkens een kostbaar kleinood in handen heeft. Hij laat er dan ook, vind ik, haast niet een vallen.

    • Henk van Gelder