Partnerverdrag als inleiding; Navo bereid Oost-Europa toe te laten

PAG.5 NAVO ALERT OP NUCLEAIRE TERREUR / POLEN VINDT NAVO BELANGRIJKER DAN EG / PAG.7 HOOFDARTIKEL

TRAVEMÜNDE, 21 OKT. De NAVO is in principe bereid landen van het vroegere Warschaupact als volwaardig lid toe te laten. Via aparte "partnerverdragen' moeten belangstellende landen op het lidmaatschap worden voorbereid.

Op deze lijn verenigden de NAVO-ministers van defensie zich vanochtend tijdens een informele bijeenkomst in de Duitse badplaats Travemünde.

Volgens minister Ter Beek is de NAVO op het niveau van de ministers van defensie nu “politiek klaar voor de toetreding van alle ex-Warschaupact-landen”. Een Amerikaans voorstel om een "partnership in peace'-programma te ontwikkelen met de bedoeling nauwer militair samen te werken met de ex-Warschaupactlanden werd algemeen aanvaard. Behalve de ex-Warschaupactlanden als nieuwe partners noemde Aspin ook de voormalige neutrale Westeuropese landen Zweden, Oostenrijk, Finland en Zwitserland. De VS willen deze landen geen veiligheidsgaranties geven; over de politieke integratie die deze landen wordt geboden bestonden onder de lidstaten nog verschillende opvattingen.

Het gaat de VS vooral om gezamenlijke oefeningen, samenwerking bij VN-operaties, uitwisseling van personeel, aanschaf van materiaal, opleiding en afstemming van de verbindingen. Kandidaten voor het "partnership in peace'-programma moeten wel aantonen dat de nationale krijgsmacht is geïntegreerd in een democratische rechtsorde.

NAVO-secretaris-generaal Wörner zei dat de ministers het Amerikaanse voorstel unaniem steunden. Hij noemde het partner-programma “een goed voorbeeld van Amerikaans leiderschap”. Wörner waarschuwde echter dat lidmaatschap voor de voormalige Oostbloklanden “een zich ontwikkelend proces is, dat tijd zal kosten”. NAVO-regeringsleiders zullen op 10 januari tijdens een speciale top hierover beslissingen nemen. Aspin ontkende met nadruk een “surrogaat” voor NAVO-lidmaatschap te hebben aangeboden. Hij sprak van een “eerste stap” op weg naar lidmaatschap, dat alleen geen automatisme kan zijn.

Ook Ter Beek ontkende dat het partner-programma een substituut is voor lidmaatschap. Van Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije is bekend dat zij sterk aandringen op aansluiting bij de NAVO. Thans werken de Oosteuropese landen met de NAVO samen in de Noordatlantische Samenwerkingsraad, wat algemeen als te vrijblijvend wordt ervaren. Deze landen zijn vooral uit op de veiligheidsgarantie die NAVO-lidstaten elkaar bieden. Het "partnership'-programma bevat zulke garanties niet, zo zei de Amerikaanse minister. Het gaat er volgens hem vooral om de banden met de voormalige Warschaupactlanden aan te halen. Aspin acht een dergelijk verdrag ook met Rusland denkbaar.

Pag.5: Isolement Rusland

De bijeenkomst in Travemünde is een opmaat tot de NAVO-top in januari, waar het bondgenootschap een nieuwe koers uit moet zetten voor de toekomstige veiligheid in Europa. Het isolement van Rusland wordt gezien als grootste probleem van een mogelijke NAVO-uitbreiding. Ook met de Oekraïne zal de NAVO tot een nieuwe verstandhouding komen.

De Duitse minister Rühe, die felle pleidooien heeft gehouden voor uitbreiding naar het oosten, interpreteerde het Amerikaanse plan als een “stap op weg naar lidmaatschap”. Rühe heeft steeds gezegd dat Duitsland niet als “grensstaat” van de NAVO wil blijven dienen. De stabiliteit en de veiligheid die NAVO-lidmaatschap biedt moest daarom snel naar het Oosten worden uitgebreid, meent hij.

Rühe zei te geloven dat de partnerverdragen de mogelijkheid bieden om het “jaren durende proces van aansluiting bij de NAVO” te bespoedigen. Ook zouden zij als een tussenfase daarvoor kunnen dienen. Rühe sprak van een “toegroeien naar de NAVO”. Volgens hem zijn partner-verdragen alleen geschikt voor die landen waarvan aangenomen kan worden dat ze ook op termijn bij de EG zullen aansluiten. Met landen als Rusland die “wegens hun omvang” niet bij de EG zullen horen moet de NAVO dan tegelijkertijd een “strategisch partnerschap ontwikkelen”, aldus Rühe. Hij meent dat de NAVO in Travemünde al een “beduidende kwalitatieve sprong voorwaarts” maakte.

De Britse minister Rifkind onderstreepte gisteren dat de NAVO eerst een algemene strategie jegens nieuwe leden moet zien te bepalen. Volgens hem moet de NAVO zich concentreren op het aanhalen van de militaire banden met die Oosteuropese landen “die dat willen”. Hij zei niet te vrezen dat er in Europa een nieuwe scheidslijn zou ontstaan; tussen landen die wel en landen die niet met de NAVO samenwerken. “Ook Polen en Hongarije zullen het met ons eens zijn dat Europa ondeelbaar is en blijft”. Over uitbreiding van de NAVO was Rifkind tamelijk koel. Hij achtte dat “op termijn niet uitgesloten”.

Minister Ter Beek zei niet te geloven dat de Amerikanen een domper hebben gezet op de hoop van een aantal Oosteuropese landen op een snel lidmaatschap. Het was hem wel opgevallen dat de Amerikanen de Midden- en Oosteuropese landen allemaal op één hoop hebben geveegd. Een aantal Europese landen, waaronder Nederland, is voorstander van een differentiatie; de zes Oost-europese landen waarmee de EG al "Europa-akkoorden' sloot, zouden in aanmerking moeten komen voor een voorkeursbehandeling, aldus Ter Beek.

    • Folkert Jensma