Minder groei verpleegbedden

DEN HAAG, 21 OKT. Tot eind volgend jaar zullen er deze kabinetsperiode geen 4.000 maar ten hoogste 2.500 extra verpleeghuisbedden zijn bijgekomen. Dat is niet voldoende en het is tegen de afspraak.

Dat zei waarnemend voorzitter H. Straus van de Nederlandse Vereniging voor Verpleeghuiszorg (NVVZ) vandaag op de algemene vergadering van de vereniging in Ede. Vorige week heeft de NVVZ aan de vaste Kamercommissie voor de volksgezondheid laten weten “zeer verontrust” te zijn over de “ernstige vertraging in de uitvoering van de geplande capaciteitsuitbreiding”.

Straus wijt de huidige vertraging met name aan de wettelijke procedures en de afgifte van goedkeuringsdocumenten. Hij wees erop dat de vereniging al twee jaar verschillende keren keren op de problemen heeft gewezen, “maar de problemen zijn nog steeds niet opgelost”. Renovatieplannen kunnen daardoor niet tijdig worden gerealiseerd. Instellingen komen in de problemen bij het verlenen van opdrachten en krijgen daardoor ook te maken met kostenverhogingen.

Voor minister d'Ancona (WVC) en staatssecretaris Simons (volksgezondheid) is uitbreiding van de verpleeghuiszorg een van de grootste prioriteiten. Bij hun aantreden, eind 1989, waren er in de verpleeghuizen 50.700 plaatsen. Volgens het Financieel Overzicht Zorg 1994 was dat eind vorig opgelopen tot 52.200.

Uit periodiek onderzoek van het Nationaal Ziekenhuisinstituut blijkt dat de wachtlijsten voor verpleeghuizen niet afnemen. De wachttijd voor een somatische patiënt is vijf á zes weken, voor een psychogeriatrische patiënt bijna een half jaar. “En dat is heel veel”, aldus Straus. “Want het gaat bijvoorbeeld om mensen die uit het ziekenhuis ontslagen worden, maar nog niet naar huis kunnen of om mensen die zoveel zorg nodig hebben, dat die thuis echt niet meer gegeven kan worden.”