Magic Johnson effect goed voor aids-lijders maar helaas tijdelijk

Op zeven november 1991 hield de Amerikaanse superbasketballer Earvin "Magic' Johnson een persconferentie waarin hij bekend maakte dat hij besmet was met het HIV-virus, een infectie die uiteindelijk leidt tot AIDS.

Johnson was hiermee niet de eerste beroemdheid die in verband met AIDS werd gebracht, maar de manier waarop hij het publiek op de hoogte stelde van zijn ziekte was bijzonder. Hij toonde grote moed en waardigheid en liet de hele wereld weten dat God hem een nieuwe taak had gegeven. Hij zou voortaan de boodschap over AIDS uit dragen.

Dit was nodig ook, want in de Verenigde Staten zijn mensen met AIDS sterk gestigmatiseerd. Vooral personen die de ziekte hebben opgelopen door homoseksuele contacten of intraveneus druggebruik, kunnen rekenen op negatieve reacties uit de omgeving.

Ook andere AIDS-patiënten stuiten vaak op veel onbegrip. Tijdens experimenten bleek bijvoorbeeld dat personen die AIDS hebben gekregen door een bloedtransfusie minder aardig gevonden worden en minder medegevoel opwekken dan iemand bij wie straling leukemie heeft veroorzaakt. Johnson moest zich door een hele berg vooroordelen heenworstelen, maar uit het onderzoek van de Amerikaanse psychologen Louis Penner en Barbara Fritzsche (Journal of Apllied Social Psychology, Vol. 23, Nr. 13, 1993) blijkt dat zijn missie in ieder geval tijdelijk effect heeft gehad.

Penner en Fritzsche hadden vlak voor de persconferentie van Johnson een experiment afgesloten, waarbij proefpersonen met een gezond uitziende, blanke AIDS-patiënt waren geconfronteerd. Deze vertelde dat hij door veel vrienden in de steek was gelaten en daarom was hij in de knel gekomen met zijn studie sociologie. Om te voorkomen dat hij van school gezet zou worden moest hij in korte tijd een project afronden en hij had enige administratieve hulp nodig. De mannelijke proefpersonen bleken echter geen van allen bereid om brieven in enveloppen te doen of telefonisch een enquête te houden.

De vrouwelijke proefpersonen reageerden veel positiever. Van hen was meer dan zestig procent bereid om zich twee uur in te spannen. In de week na de aankondiging van Johnson waren de uitkomsten van een herhalingsexperiment dramatisch anders. Nu bleek de meerderheid van de mannen wel bereid een handje te helpen. Het aantal hulpbiedende vrouwen bleef ongeveer gelijk, maar zij trokken gemiddeld een uur extra uit voor de patiënt.

Tweeëneenhalve maand later was het Johnson-effect nog steeds duidelijk zichtbaar, maar viereneenhalve maand later was de totale hoeveelheid aangeboden hulp weer terug op het basisniveau. Penner en Fritzsche denken dan ook dat Johnson veel heeft betekent voor het dagelijks leven van AIDS-patiënten, maar tot een wonder was Magic' niet in staat. De proefpersonen waren nog steeds geneigd de AIDS-patiënt negatief te beoordelen.

    • Ad Bergsma