Kamer ontziet chemie bij milieuheffing

DEN HAAG, 21 OKT. De belasting op grondwater en het storten van afval, die volgend jaar wordt ingevoerd, wordt 4 procent hoger om een andere milieubelasting, op restbrandstoffen, die vooral de chemische industrie treft, voorlopig in te trekken. Om dezelfde reden worden andere brandstoffen (zoals aardgas) duurder.

In de Tweede Kamer zijn de fracties van CDA en PvdA het hierover eens geworden. Staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) aanvaardde vandaag de voorstellen van de twee fracties. De moeilijke exportpositie van de chemische industrie rechtvaardigt volgens Kamerlid Van der Vaart (PvdA) een tijdelijk nultarief voor de restbrandstoffen (gassen en andere brandstoffen die bij het produktieproces in fabrieken ontstaan). CDA'er Van Houwelingen wees erop dat in geen enkel ander land dan Nederland restbrandstoffen worden belast.

Het nultarief moet volgens de coalitiepartners tot 1 januari 1999 gelden. Dat kost het kabinet 96 miljoen per jaar. Om dit te compenseren hebben CDA en PvdA dus voorgesteld de nieuwe belastingen op grondwater en afval van een hoger tarief te voorzien en ook de milieubelasting op andere brandstoffen met 4 procent te verhogen. Ook zijn de twee fracties het erover eens dat er een belastingheffing op uranium moet komen, de grondstof voor kernenergie. Verder vinden CDA en PVDA dat de tariefverlaging die elektriciteitsbedrijven krijgen wanneer ze hun rookgassen ontzwavelen, kan vervallen.

De Tweede Kamer behandelde gisteren en vandaag de Wet verbruiksbelastingen op milieugrondslag, die er in voorziet dat voor het eerst sinds 1971 (toen accijns op frisdranken werd geheven) een nieuwe algemene rijksbelasting wordt ingevoerd, met een totale opbrengst van bijna 2 miljard gulden. Alleen de VVD keerde zich in de Kamer tegen de nieuwe belasting en riep daarmee de hoon van andere fracties over zich af, omdat zij in haar verkiezingsprogramma wel voor milieubelastingen pleit. De bestaande milieuheffingen op brandstoffen worden in de nieuwe belasting opgenomen evenals de nieuwe heffingen op grondwater en afval. Die laatste twee genereren een opbrengst waardoor het kabinet kan afzien van de eerder voorgenomen verhoging van de belasting op energie.

Duidelijk werd in het debat dat de PvdA liever een aantal brandstofheffingen wel had verhoogd, maar op tegenstand bij het CDA was gestuit. “Politiek ligt hier welhaast een taboe op”, constateerde Van der Vaart. Ter compensatie en juist om het milieubelang van de belasting te onderstrepen, moet er volgens de PvdA in de toekomst een investeringsaftrek komen voor bedrijven die investeren in energiebesparing.

Het kabinet is aan wensen van de fracties tegemoet te komen om boeren die grondwater voor beregening gebruiken, in principe ook te belasten. Omdat dit technisch ingewikkeld is, neemt het kabinet er drie jaar de tijd voor.