Huisvuil

Er wordt gebeld. “Goedemiddag, de Reinigingspolitie.” De Reinigingspolitie? Bestaat die ook al? Vooruit dan maar. Twee uniformen van een jaar of dertig komen de trap op. De een met een snor die niet wil, de ander met een oorring. Niet bepaald het toonbeeld van gezag, maar misschien is dat bij dit onderdeel van de politie niet nodig. Toch spreekt de snor op indrukwekkende toon: “Wij troffen een vuilniszak op straat en vonden in de inhoud enveloppen met uw naam er op. Het is vandaag donderdag en de inzameldag van huisvuil in uw buurt is dinsdag. U hebt de wet overtreden.”

“Dat kan wel zijn, maar in mijn geval kan dat niet anders”, reageer ik. “Op maandag en dinsdag ben ik in het buitenland, dus zit er niets anders op dan mijn huisvuil op een andere dag buiten te zetten. Toen ik nog wel vaak thuis was, zette ik mijn volle vuilniszak altijd zolang op het balkon tot maandagavond. Maar zelfs dat kregen de muizen in de gaten en muizen zijn mijn grote fobie. Vandaar dat ik geen andere uitweg zie. Ik moet aan mijn gezondheid denken.”

“Dan hebben wij een mooie oplossing voor u”, zegt de agent, die duidelijk vindt dat hij de meeste macht heeft. “U kunt uw huisvuil alle dagen van de week kwijt aan de Zeeburgerkade.”

“Alsof ik met een vuilniszak in de tram een uur heen en weer ga naar Oost”, antwoord ik.

“Het is niet onze zorg als u dat niet wilt doen. Maar om herhaling te voorkomen krijgt u voor dit eerste vergrijp een boete van acht tientjes.”

“Krijg ik dan niet eerst een waarschuwing?”

Nu ziet voor het eerst de oorring zijn kans schoon. “Nee, de boete is al een waarschuwing.”

“Hebt u tot slot nog iets te zeggen?” vraagt de snor met een intonatie alsof ik alleen nog maar kan vragen om een laatste sigaret. “Ik vind het belachelijk”, zeg ik, “dat de ophaaldienst nog maar eens per week komt in plaats van twee keer. Met muizen in de huizen komt de volksgezondheid veel meer in gevaar dan door die ene argeloze zak op de stoep.”

Dit is het moment om mjn gezag te laten gelden: “En mag ik de heren nu vriendelijk verzoeken dit pand wegens huisvredebreuk te verlaten?” Ze lachen schamper, maar gaan weer naar beneden. En ik heb l'esprit de l'escalier: een fractie te laat, net als ze de deur achter zich dichttrekken, roep ik op luide toon door het trappenhuis: “Zakken!”