Helft van Britse kolenmijnen wordt alsnog gesloten

LONDEN, 21 OKT. Ten minste de helft van de dertig kolenmijnen die in Groot-Brittannië nog in bedrijf zijn, zullen op korte termijn verdwijnen. Naar schatting 20.000 banen zullen verdwijnen en hele mijngemeenschappen zullen afsterven.

De meeste van de kolenmijnen die de regering eerder dit jaar beloofde te zullen pogen te redden, zullen alsnog worden gesloten. De overblijvende 10 à 15 mijnen, waarvan zo'n 10.000 werkers afhankelijk zijn, zullen volgend jaar worden verkocht aan de particuliere sector.

Dat is het verwachte gevolg van een "heroverweging' van British Coal, die gisteren in het Lagerhuis werd aangekondigd. De oppositie reageerde furieus en zei dat de regering zich schuldig maakt aan verraad jegens de mijnwerkers en de kolenindustrie. Haar razernij werd nog verhoogd door de mededeling dat de regering de oude mijnwet van 1908 zal intrekken. Die beperkt het aantal uren dat mijnwerkers ondergronds mogen werken in een particulier geëxploiteerde mijn en stelt grenzen aan de omvang van de ploeg. De regering trekt de wet in om privatisering aantrekkelijker te maken. Om dezelfde reden stelt zij mijnwerkers, langer dan aanvankelijk beloofd, in staat zich te laten uitkopen.

Op de dag af een jaar geleden veroorzaakte een aankondiging van de regering dat zij 31 mijnen wilde sluiten oproer in het Lagerhuis, ook bij Conservatieve Lagerhuisleden. Minister van handel en industrie, Michael Heseltine, werd onder pressie van massale publieke verontwaardiging gedwongen tot een vernederende terugtrek-manoeuvre. In maart kwam hij terug met de belofte dat 20 mijnen voorlopig open zouden blijven en dat de regering zou proberen Britse steenkool concurrerender te maken met buitenlandse import. Sindsdien zijn 19 mijnen geruisloos - want één voor één - gesloten en hebben ruim 22.000 mijnwerkers en stafleden de industrie verlaten.

De markt voor Britse steenkool is afgekalfd sinds de mijnwerkersstakingen onder achtereenvolgende Conservatieve regeringen. De door de militante Arthur Scargill geleide staking van een jaar in de tweede kabinetsperiode van Margaret Thatcher, bracht de regering ertoe de komst van kerncentrales te stimuleren. Die hebben nu, dankzij substantieë overheidssubsidies, éénderde van de markt in handen. Privatisering van de elektriciteitsindustrie leidde ertoe dat elektriciteitsmaatschappijen werden ontslagen van de verplichting om Britse steenkool af te nemen. Zij gingen de dash for gas aan en met hun eigen gasgestookte centrales beslaan ze nu de helft van de markt. De kolenindustrie werd daarmee in een toenemend krimpende sector van de markt gedrongen en kon niet profiteren van het feit dat haar prijzen in tien jaar gehalveerd zijn.

De Conservatieve Lagerhuisleden lijken dit keer lijdzaam accoord te zullen gaan met de uitkomst van de nieuwste “herziening”.