Grafisch vormgeven na de Rietveld

Ze werken niet onder één naam, één noemer of binnen één discipline, maar op de een of andere manier toch volgens één formule. Annelieke Grob, Boudewijn Boer en Olivia Ettema vinden dat vorm uitdrukking moet geven aan inhoud en engagement. Om de spruitjessfeer van het thuiswerken te ontvluchten, delen ze een studio in Amsterdam, low budget natuurlijk. Op en rondom De Werkplaats.

Ze zitten drie hoog in de Amsterdamse Van Eeghenstraat, met z'n drieën, inmiddels ruim een jaar. Ze zijn bij elkaar gekropen om, zoals één van hen zegt, "zo snel mogelijk uit de spruitjessfeer te komen van het eenzame geploeter in de huiskamer'. "In een werkruimte met anderen neem je jezelf meer serieus", vult een tweede aan.

Ze werken individueel en samen, net hoe het uitkomt, maar altijd freelance. Annelieke Grob, Boudewijn Boer en Olivia Ettema. Ze werken niet onder één naam, of één noemer, of binnen één discipline, maar op de een of andere manier toch volgens één formule, die zegt dat de vorm een uitdrukking moet zijn van de inhoud, en de inhoud iets is waarin je je moet verdiepen, of een uitdrukking moet zijn van je eigen engagement. In hun woorden: "Klopt het verhaal dat je vertelt? Het moet van een stevige compositie getuigen, niet priegelig zijn'.

Op hun individuele projecten, alsook op hun samenwerking met mensen van buiten, laten ze elkaars kritiek los. En hun "verhaal' strekt zich inmiddels uit van magazines tot illustraties, tot reizende exposities, folders, affiches, en binnenkort zelfs tot tapijten.

“Boudewijn,” zegt Annelieke Grob, “is veel diplomatieker dan ik. Hij heeft een veel groter inlevingsvermogen en slaagt er ook in bij een opdrachtgever die strakke marges aangeeft zijn eigen gang te gaan. Voor mij is dat volstrekt onmogelijk. Ik zat op een bepaald moment te vloeken bij sommige opdrachten. Ik heb ze moeten afzeggen, om meer ruimte te scheppen voor wat ik zelf wil met vorm.” Boudewijn Boer zelf zegt dat hij vormgeving in eerste instantie ziet als "toegepaste kunst', en misschien daarom gemakkelijker kan luisteren naar een minder voor de hand liggende opdrachtgever, om er vervolgens zijn eigen visie op los te laten. Volgens hun leermeester Kees Nieuwenhuizen is Boudewijn Boer “een gedegen vormgever zonder flauwekul; een betrouwbaar mens en net als Olivia Ettema en Annelieke Grob maatschappelijk georiënteerd.” Boudewijn noemt hij bovendien "een kommaneuker'.

Hun Van Eeghen-etage kost twaalfhonderd gulden in de maand en is met het te hooi en te gras bij elkaar verzamelde meubilair te omschrijven als een low-budget-studio. De kosten worden nog eens extra gedrukt door een mede-"gebruikster' die op haar PC manuscripten verwerkt voor een muziekuitgeverij.

Boudewijn Boer en Olivia Ettema en Annelieke Grob studeerden zes jaar geleden af als grafisch vormgevers aan de Rietveld-academie in Amsterdam. Alledrie met geheel eigen projecten en een eigen benadering van het grafische ontwerp. Oud-docent Kees Nieuwenhuizen spreekt zelfs over "een nieuw soort journalistiek'.

Zo richtte Olivia Ettema na een studiereis naar Barcelona in het Casa d'Espagna in Utrecht een installatie in rondom het thema Don Quichote. Daarna ging ze op eigen kosten naar San Francisco waar ze een vrije opdracht binnen haalde bij Rudy VanderLans van het blad Emigré. Voor hem maakte ze het nog altijd uit te geven boekje Mystics of America. Foto's, teksten en tekeningen, die haar kijk op de Verenigde Staten weergeven.

Boudewijn Boer ontwierp het decor voor een muziekstuk met teksten uit Im Westen nichts Neues; maakte een nieuwe huisstijl voor een verpleeghuis en ontwierp samen met een fotograaf 13 affiches die tot doel hadden de leden van de Grafische Bond van de FNV te vertellen wat zij terugkregen voor hun verplicht lidmaatschap.

Annelieke Grob kwam tijdens het maken van een videofilm over arm en rijk in Londen op het idee om een klein zwart koffertje in elkaar te timmeren en naar een kennis in Berlijn te sturen. Het koffertje bevatte uitnodigend materiaal zoals een reispaspoort, briefpapier, een boekje over "haar' stad Amsterdam, en ging van Berlijner naar Berlijner, in Oost en West, met het verzoek een oordeel te geven over de toen nog gespleten metropool, of over lokaties aldaar waar iets interessants was gebeurd, of iets leuks, of iets vreselijks.

Uit het materiaal dat ze anoniem kreeg toegestuurd, stelde ze acht prachtige reis-themaboekjes samen, met acht affiches. “Ik wilde het zó doen,” zegt ze. “Want als ik zelf naar Berlijn was gegaan had ik te maken gehad met de invloed van mijn aanwezigheid. De mensen moesten vergeten wie de initiator was, en uit zichzelf gaan schrijven, en het koffertje doorgeven.”

Maar wat gebeurt er ná zo'n kunstopleiding? Opdrachtgevers staan over het algemeen niet te wachten op al te eigenzinnige vormfanaten en jonge aanstormende ontwerpers moeten veelal zelf een stap terug doen als het gaat om ideeën, willen ze aan de bak komen.

Terug uit Amerika nam Olivia Ettema zelf contact op met NRC Handelsblad. Haar sterk beeldende linoleumsneden bij onder andere de brievenrubiek en op de kinderpagina en haar geënsceneerde foto's bij de serie Scènes van Willem Jan Otten (in samenwerking met Wim Hardeman) zijn behalve illustrerend materiaal ook figuraties in their own right.

Voor respons op haar ideeën, voor overleg etcetera, ging ze langs bij haar jaargenote Annelieke Grob die kort na haar afstuderen het geluk had om samen met kunstconservator/publiciste Selma Klein Essink voor Drukkerij Mart Spruijt B.V. een boekje te mogen maken over het gebruik van tekens en symbolen in de beeldende kunst. “Daarna was ik nooit meer werkloos,” aldus Annelieke.

Op haar beurt zocht zij weer vormgeverssteun bij Boudewijn Boer. En op de een of andere manier ontstond er tussen de drie Rietvelders een stimulerend samenwerkingsklimaat met daarbij ook aandacht voor en kritiek op elkaars individuele projecten.

De vruchten daarvan zijn inmiddels legio. Annelieke Grob maakte drie tentoonstellingen, samen met bouwkundig ingenieur Willem de Boer. Een voor het Verzetmuseum, en twee voor de Anti-Apartheidsbeweging Nederland (in samenwerking met fotograaf Paul Weinberg). In alledrie de gevallen verdiepte ze zich als een journalist in haar thema. In de woorden van Kees Nieuwenhuizen: “Zij kan mensen op een vriendelijke manier achter de vodden zitten en laat zich niet uit het lood slaan.”

De middag van mijn bezoek is Boudewijn Boer bezig met een boek. Allerlei affiches worden aangesleept, dia's, mappen, brochures. De volgens Nieuwenhuizen "oorspronkelijke, van ouderwetse technieken gebruikmakende' Olivia Ettema vertelt over haar tapijtontwerpen. Naast haar werk als illustratrice geeft ze ook nog een dag per week les.

“Van collega-ontwerpers krijgen we wel eens het verwijt,” zegt Grob, “dat we te consciëntieus zijn; dat we het snelle grote geld links laten liggen. Maar ik heb geen zin in dat gezeur over huisstijltjes. De sociale en culturele interesses van een opdrachtgever moeten bij mij aansluiten, anders kan ik er niet mee uit de voeten.”

Een van de belangrijkste opdrachtgevers voor deze "Van Eeghengroep' is het Academisch Medisch Centrum (AMC)in Amsterdam. Samen met Simon Knepper maakte Grob eerst een brochure voor het AMC; daarna de basis-layout voor het interne blad Status, waar Olivia Ettema de illustratie bij maakte. En sinds twee jaar samen met Boudewijn Boer het extern verspreide AMC Magazine.

Een strakke, aan de Zwitserse school herinnerende, maar allesbehalve steriele vormgeving kenmerkt dit informatieve "visite-kaartje' van het AMC. “Ingetogen chic,” zegt Grob, “zonder dat de patiënten zouden denken: jeetje, wat gaat daar een geld in om!”

Voor Johan Kortenray, hoofd voorlichting van het AMC, is het ontwerp en de uitvoering van AMC Magazine naar volle tevredenheid. “Mooi, strak, veel wit, een eigen gezicht. Speelse bekoppingen en fantasierijke beletteringen in een streng kader,” zo beschrijft hij het uiterlijk van het blad. “Het blad Mainline, een straatmagazine over aidspreventie, bedoeld voor drugsverslaafden, is ook van hen. Dat heeft een totaal andere opmaak, maar draagt toch hun signatuur.

De ontwerpers noemt Kortenray "origineel', maar ook "opvallend kritisch'. “We hebben vaak van hen op onze kop gekregen vanwege het slechte foto-materiaal. Ze verdiepen zich in het blad, en laten ons telkens wat leren. Dat is uitzonderlijk.”

    • Fred Backus