Een eenzaam beroep

Vorig jaar begon Diana Jansen (27) als kersverse docente geschiedenis op twee scholen tegelijk. Negen klassen, 270 leerlingen en 190 collega's. Die eerste tijd voelde ze zich nog het meest verwant met de brugklassers. Net als hun beginnende lerares doolden zij door het gebouw op zoek naar het juiste lokaal, en ook zij moesten de ongeschreven wetten van de nieuwe omgeving nog ontdekken. Een appel eten op de gang is voor een docent niet echt zoals het hoort, kreeg Diana van haar collega te horen. En een leerling wees haar er fijntjes op dat een juf geen "shit' hoort te zeggen als het krijtje breekt.

Op de keper beschouwd is er in het voortgezet onderwijs maar weinig veranderd sinds Diana Jansen in 1984 eindexamen deed. Docenten die nu haar collega's zijn gaven toen ook al les, en zelfs veel schoolboeken herkent ze uit haar eigen tijd. Maar het schoolleven ziet er totaal anders uit als je aan gene zijde van de lessenaar terecht komt. Dat is voor veel beginnende leraren meestal nog de grootste schok. ""Ik heb het gevoel dat ik in één jaar tijd in een andere generatie ben gestapt'', zegt Diana. ""Ik ben mevrouw Jansen geworden, maar dat ben ik niet, dat is mijn moeder.'' Ineens wordt ze geacht gedrag van kinderen af te keuren waar ze eigenlijk wel begrip voor kan opbrengen. ""Zelf maakte ik ook regelmatig huiswerk voor een ander vak tijdens de les. Moet ik dan nu tegen de kinderen zeggen dat het niet mag?''

Uitgeteld

Toen zich vorig jaar herfst de mogelijkheid voordeed om een tweedaagse conferentie voor pas gestarte geschiedenisleraren bij te wonen, greep ze die kans met beide handen aan. "'Tegen de herfstvakantie was ik uitgeteld'', herinnert Diana zich. ""Ik was er hard aan toe.'' De ontmoeting met andere beginnende collega's bracht haar een prettig soort opluchting. ""Vaak bleek dat dingen die bij mij moeilijk gingen ook voor anderen een lastig punt waren.'' Orde houden is een geliefd thema onder starters. Zoiets eenvoudigs als het begin van de les, wie denkt er bij na dat jonge leraren dát juist een lastig moment vinden? ""Je komt de klas binnen en dan zit daar zo'n meute van kletsende kinderen'', herinnert Diana Jansen zich van de eerste weken, ""die daar rustig mee doorgaan tot ik er wat van zeg. Het verbaasde me in het begin dat ze dan inderdaad ophielden met kletsen, hun boeken pakten en recht gingen zitten." Dit najaar wordt er door de VGN, de vakvereniging van docenten geschiedenis en staatsinrichting weer een "startersconferentie' georganiseerd. Voor het ongedwongen uitwisselen van ervaringen wordt veel tijd ingeruimd, de maaltijden schijnen van een bourgondische omvang te zijn, maar centraal staan de workshops met praktische onderwerpen als: vertellen kun je leren, de anekdote in de klas, het gebruik van de televisie in de les, omgevingsgeschiedenis en de actualiteit in de geschiedenisles. Diana Jansen heeft zich er opnieuw voor opgegeven, want ze mag dan een jaar verder zijn een beginner voelt ze zich nog steeds.

Na het eerste "hectische" jaar is haar docentschap in wat rustiger vaarwater terecht gekomen. Ze geeft alleen nog op het Sancta Maria Lyceum in Haarlem les en heeft daar zelfs voor vijftien uur een vaste aanstelling gekregen. De overige twee - niet vaste - uren zijn voor het mentoraat van de brugklas bedoeld, een klus waar Diana zich vrijwillig voor heeft aangemeld. Als voormalig akela van de Scouts weet ze dat het begeleiden van kinderen haar goed afgaat.

Na een jaar voelt Diana Jansen zich nog steeds dichter bij de leerlingen staan dan bij de meesten van haar collega's. Een onverwachte overhoring zal ze nooit geven, want ze herinnert zich maar al te goed hoe "gemeen' ze dat altijd vond. Aan strafwerk uitdelen heeft ze een "pesthekel" en een één geven bij spieken gaat haar evenmin makkelijk af.

Hard optreden

Soms kan ze er echter niet om heen, en dan moet ze bijna tot haar schrik vaststellen dat hard optreden werkt. Van leerlingen kreeg ze in het begin wel eens tips. ""Na de les kwamen ze naar me toe en dan kreeg ik het advies om gewoon boos worden of kinderen er uit sturen als ze vervelend zijn.'' Onderwijzen en onderwezen worden is een spel, stelt ze vast: kinderen verwachten gewoon van je dat je ingrijpt.

Een goed evenwicht vinden tussen orde en een losse, gezellige sfeer in de klas is Diana's grootste uitdaging. ""Ik wil niet honderd procent orde. Kinderen die doodstil in de bank zitten vind ik onnatuurlijk. Ik houd van een speelsere manier van lesgeven, maar het moet wel werkbaar blijven.'' Een puinhoop heb je zo, herinnert ze zich uit haar stagetijd, waar haar begeleider liet zien hoe je door open vragen aan een klas te stellen binnen de kortste keren chaos creëert. Ook een eenvoudige zinsnede als: "de revolutionairen probeerden de koning te wippen', kan een klas tot plotselinge hilariteit en wanorde brengen. Diana Janssen vindt dat het scheppen van een prettige sfeer een van haar sterker kanten is. Als een 4-HAVO leerling opmerkt dat het bij haar in de klas tenminste een beetje relaxed toegaat, beschouwt ze dat als een groot compliment. De twijfel die ze vorig jaar had - doe ik het wel goed? - die heeft ze niet meer. De behoefte om er met andere beginnende docenten over te praten is gebleven. ""Want'', zo stelt ze vast, ""je mag dan met z'n dertigen in een lokaal zitten, lesgeven blijft een eenzaam beroep."

Op 4 en 5 november organiseert de VGN weer een startersconferentie'. Informatie bij W.Bouman, tel: 04920-34709

    • Michaja Langelaan