"Directorium' grote landen; Lubbers: rol kleine landen in EG bedreigd

DEN HAAG, 21 OKT. De grote landen in de Europese Gemeenschap proberen volgens premier Lubbers op dit moment “de rol van de kleinere lidstaten te marginaliseren en kleiner te maken”.

Lubbers ziet dit als de “hoofdteneur” in de huidige onderhandelingen over institutionele veranderingen in de Gemeenschap. De premier zei dit gisteravond in de Tweede Kamer tijdens een debat naar aanleiding van de uitspraak van het Duitse Constitutionele Hof over "Maastricht' en van de komende EG-topconferentie.

“De grote landen willen de verkeerde richting op”, aldus een aan het einde van het debat steeds openhartiger wordende Lubbers. Ze streven naar een “directorium”, waarin hun groter overwicht veel duidelijker tot uitdrukking komt en de “effectiviteit van het macht van het getal” geldt.

Een beweegreden voor dit optreden van de grote landen is de komende uitbreiding van de Gemeenschap met vier kleinere landen, Noorwegen, Zweden, Finland en Oostenrijk. Lubbers vatte de gedachtengang van de grote landen als volgt samen: “Luister eens even, nu komen er een aantal kleinere lidstaten bij en wij zijn - om het zo maar te zeggen - wakker geworden en wij komen nu tot de conclusie dat ons belang als groot land relatief her en der minder wordt en dat willen wij graag corrigeren.”

Lubbers' antwoord daarop is, zei hij, heel simpel: “Heren, heren, wij kunnen toch allemaal optellen en aftrekken en dat wisten wij toch allemaal in Maastricht ook al en ook al in Lissabon. Het is dus een beetje merkwaardig dat je je er nu over gaat beklagen dat met die Zweden, Finnen en Oostenrijkers erbij het aandeel van een groot land relatief wat minder wordt. Het aandeel van Nederland wordt ook wat minder, maar goed, wij zijn eraan gewend om een bescheiden rol te spelen.”

Lubbers en ook staatssecretaris Dankert gaven aan dat er vooral een probleem zit in het toedelen van het aantal stemmen aan de lidstaten, een verhouding die enigszins wordt gerelateerd aan het inwonertal. De grote landen hebben op dit moment in de Europese ministerraden elk tien stemmen, Nederland bijvoorbeeld vijf. De grote landen kunnen op dit moment met steun van één klein land alles blokkeren. De kleineren kunnen dat ook, met steun van één groot land. Met de toetreding van de Scandinavische landen en Oostenrijk wordt die verhouding veranderd ten gunste van de kleinere landen.

Deze stemverdeling dient ter sprake te komen op de topconferentie op 29 oktober in Brussel. Het Belgisch voorzitterschap moet daarover met voorstellen komen, zoals ook over de samenstelling van de Europese Commissie in een situatie met zestien (tegen nu twaalf) lidstaten. Uit de uitlatingen van Lubbers en Dankert gisteravond bleek dat het niet zeker is dat men er op 29 oktober uitkomt. Een Europese Commissie met 21 commissarissen, zoals die zou ontstaan na uitbreiding met vier lidstaten, acht men te groot. De grote landen, die nu elk twee commissarissen mogen aanwijzen, willen dit privilege niet opgeven.