Breimachines, hoedjes en orgels op Refobeurs

UTRECHT, 21 OKT. Meteen op de eerste dag van de reformatorische gezinsbeurs Wegwijs in Utrecht was het er al flink druk: vooral veel kinderen, mannen in stemmige pakken en vrouwen met lange rokken. Elk anderhalf jaar, de ene keer in de voorjaars-, de andere keer in de najaarsvakantie, stromen reformatorische christenen (meest aanhangers van de Staatkundig Gereformeerde Partij) naar de Domstad. Niet uit koopzucht of materiële nieuwsgierigheid alleen, maar ook om elkaar te ontmoeten en om naar politieke voormannen en naar uitvoeringen van het jongerenkoor Sjalom, het gemengd koor Jubilate Deo of het mannenkoor Rehoboth te luisteren.

Dit jaar worden er op de vier dagen durende gezinsbeurs 70.000 à 80.000 bezoekers verwacht. Ze komen van overal, maar vooral uit de christelijke randgemeenten van Rotterdam, van de Zuidhollandse eilanden en van de Veluwe. Streken waar de zondagsrust nog strikt gehandhaafd wordt.

Wie het evenement in het jaarbeurscomplex in Utrecht bezoeken kan de heer W. van 't Hul, hoofdbestuurslid van de Reformatorisch Maatschappelijke Unie (RMU) precies vertellen. “Dat is de rechterflank van de reformatorische gezindte, dat deel van de Nederlandse christenen dat de bijbel van kaft tot kaft voor waar en voor Gods - in het dagelijkse leven na te volgen - Woord houdt.”

Van 't Hul weet ook nauwkeurig aan te geven hoe ver het met de gehoorzaamheid aan bijbelse voorschriften gaat. Wetten die alleen voor de joden bestemd waren, “waarvan Christus ons dus verlost heeft, die gelden voor ons niet. Dus mogen wij gerust varkensvlees eten”.

Veel aandacht op de beurs gaat uit naar breimachines en broek- en bruidshuizen. Hier wordt trouwkleding geshowd, ietsje verder in hal bestaat veel interesse voor de traditionele of iets vrolijker zondagse dameshoed, omdat een vrouwenhoofd bij het bidden nu eenmaal niet onbedekt mag blijven. En dan de orgelbouwers en -verkopers. “Dat is nog altijd een uitstekende branche”, zegt een vertegenwoordiger van een Katwijkse firma. “Het goedkoopste orgel kost zo'n duizend gulden. Het duurste vijfentwintigduizend maar daaruit klinkt dan ook digitaal gesampelde muziek, een vooruitgang die we aan de ruimtevaarttechniek te danken hebben. We exporteren niet alleen naar Duitsland en Japan, maar hebben ook in eigen land een ruime afzet. Voor reformatorische christenen die heel erg behoudend zijn, geen televisie in huis hebben en voor wie andere muziekinstrumenten ook te werelds zijn, is een orgel praktisch het enige dat is toegestaan”.

Op de beurs wemelt het ook van christelijke boek- en tijdschriftenverkopers. Er heerst een gezellige drukte zonder enige wanklank. Alyda Koster, medewerkster van het Reformatorisch Dagblad, geeft enige toelichting op de achtergronden van het abonneebestand. “Dat zijn geen intellectuelen”, zegt ze, “maar middenstanders, vooral kleine winkeliers”.

Hoofdredacteur P. Boer van het familieblad Terdege weet bovendien te vertellen dat “de mensen hier naar Utrecht komen om bij geloofsgenoten te kopen”. Tegelijkertijd waarschuwt de christelijk gereformeerde hoogleraar W.H. Velema in het Congrescentrum van de beurs voor de kwalijke gevolgen van de Wet gelijke behandeling en voor het gevaar dat de kerk zich naar de grondwet zou moeten gaan schikken. “Wat dan weer een stap verder is op de weg van de opmars van de antichrist in Nederland”, aldus de Apeldoornse theoloog.