BIOLOGISCHE OUDERS

Het artikel "Bloedband niet de kern voor kinderen' van J. Soetenhorst-de Savornin Lohman (NRC Handelsblad van 7 oktober) is oppervlakkig en pijnlijk voor veel mensen, die zelf een biologische ouder niet kennen.

Oppervlakkig omdat de schrijfster "het recht op biologische ouders', "het recht op ouders' en "het recht om je biologische vader en moeder te kennen' door elkaar heen gebruikt, terwijl het toch om drie te onderscheiden dingen gaat. Een recht op biologische ouders is gratuit, want bij het wegvallen van zo'n ouder kan ook het beste rechtssysteem een kind zijn bloedverwante ouder niet teruggeven. Dit ligt anders voor een recht op ouders of verzorgers. Daaraan kan juridisch wel inhoud worden gegeven. Hetzelfde geldt voor het recht om te weten wie je biologische vader en moeder zijn.

Hoe vaak hoor of lees je niet over mensen, die hun bloedverwante vader niet kennen en daar problemen mee hebben. Het kan natuurlijk best zijn dat ze hun moeilijkheden ten onrechte in verband brengen met die onbekende vader. Geef je ze echter de keus hun biologische vader te leren kennen, dan kunnen ze zich er zelf van vergewissen of het juist was dat ze hun moeilijkheden daaraan toeschreven.

Het is pijnlijk dat mevrouw Soetenhorst het draagmoederschap niet bij voorbaat afwijst. Weet zij dan niet dat wisseling van ouders en zeker van de moeder in de allereerste fase van het leven van een kind kan leiden tot een aantasting van wat ze in het Engels, geloof ik, "the basic trust' noemen? Dit is het basisvertrouwen in het leven, onontbeerlijk voor de latere emotionele en lichamelijke stabiliteit van een mens. Mijn grootste bezwaar tegen erkenning van het draagmoederschap is dat het dat wrikken aan de basis van een pasgeborene zou legitimeren. Dit mogen we kinderen toch niet aandoen?

De gevolgen van het draagmoederschap gaan mij erg ter harte: mijn moeder was de facto een draagmoeder, ze overleed bij mijn geboorte.

    • Eddy de Cock