Amsterdam als grote wasmachine voor zwart geld

AMSTERDAM, 21 OKT. In de afgelopen maand zijn er in Amsterdam drie grote politieoperaties geweest waarbij wijdvertakte internationale drugsbendes werden opgerold. De bendes wasten allemaal hun geld wit via Amsterdamse geldinstellingen. Binnenkort gaat er weer een "klap' komen, zo kondigt de Amsterdamse officier van justitie mr. M.A.A. Van Capelle aan.

De financiële hoofdstad Amsterdam begint op een grote "wasmachine' te lijken. “Het is een uiterst gevaarlijke ontwikkeling”, zegt de met zware criminaliteit belaste officier van justitie. “Mijn onrust ligt niet zozeer bij de wasmachine zelf, alswel bij de effecten die daarná komen. De misdaadgelden die door Amsterdam stromen, zijn nu al van een omvang dat ze heel goed in staat zijn onze formele economie te ontwrichten.”

De moderne georganiseerde misdaad, zoals die zich in de Randstad nestelt, heeft niet alleen effecten op de economie, maar zal op den duur de hele democratische rechtsorde aantasten. Politieke besluiten kunnen worden uitgehold doordat georganiseerde misdaad zich in het bedrijfsleven vestigt. Van Capelle geeft het voorbeeld van New York, waar Cosa Nostra zich het monopolie had toegeëigend op de verkoop van cement. “Dat betekent dat je op den duur wordt geconfronteerd met prijszettingen door criminelen. Dan kun je als gemeente of overheid wel zeggen: we gaan deze huizen of deze spoorlijn voor zoveel miljoen bouwen. Maar dan lukt je dat gewoon niet meer. Het zijn de criminele organisaties die dan de wet voorschrijven.”

Politie en openbaar ministerie in Amsterdam zijn volgens Van Capelle op de goede weg om deze geheel nieuwe vormen van criminaliteit aan te pakken. Onderzoeken worden in teams opgezet, en bij elke operatie is ook financiële expertise, van de FIOD of van de politie. “Het gaat erom dat we op een nieuwe manier over criminaliteit gaan denken”, zegt Van Capelle. “Ik merk het verschil met de collega's in het oosten en het zuiden van het land. Die hebben nog te maken met misdadigers die banken beroven en mensen op stoelen vastbinden - de meer klassieke Bonny & Clyde-achtige vormen van criminaliteit. Daar gaat het erom mensen op te jagen en zo lang mogelijk achter de tralies te krijgen.”

In de Randstad gaat het daarentegen om wijdvertakte organisaties die de legale economische en financiële wereld binnendringen. Het gaat om de havens in Rotterdam voor de invoer van drugs. En in Amsterdam gaat het om de financiële instellingen. “Elke infrastructuur die geschikt is om legale stromen te verwerken, leent zich in principe ook voor de verwerking van illegale stromen.” Zo zou de Israelische misdaadbende die afgelopen maandag bij de operatie "Gouden Kalf' werd opgerold zich waarschijnlijk nooit in Amsterdam hebben gevestigd als ze niet de mogelijkheid had gehad hier ongecontroleerd wisselkantoren te vestigen.

De praktijken van de moderne georganiseerde misdaad vergen een nieuwe instelling en ook nieuwe instrumenten. Om te beginnen zouden de wisselkantoren aan strakke vergunningen gebonden moeten worden. “Je kunt rustig stellen dat het grootste deel van de 109 Amsterdamse wisselkantoren wordt gebruikt om de buitenlandse opbrengsten van criminelen hier in het circuit te krijgen.” Zoiets tast op den duur de grondslag van de economie aan. Hetzelfde geldt voor de infiltraties op de huizenmarkt en op de beurs. “Je zult het moment meemaken dat criminele organisaties, net als de mafia in Italië, de aandelen gaan aanschaffen van ter beurze genoteerde ondernemingen. Grote delen van de samenleving worden op zo'n manier betrokken bij criminele praktijken.”

Van Capelle zou er “geen enkel bezwaar” tegen hebben de commerciële wisselkantoren in Nederland gewoon te verbieden: “Ik zou zeggen: verbieden en de reguliere kanalen gebruiken van de officiële banken en Grenswisselkantoren. Verder geen gezeur. Dat lijkt me een uitstekend idee.”

Zo zou hij er ook voor voelen de regels op het infiltreren door politiemensen te versoepelen. “De infiltratie zoals we die nu kennen, de zogeheten "pseudokoop', met gecamoufleerde politiemensen die handelaren proberen te arresteren door drugs van hen te kopen, werkt niet meer om de leiders van de organisatie te pakken. Die kijken wel uit om met verdovende middelen in café's en seksshops rond te lopen.”

Volgens Van Capelle zou met het infiltreren de aandacht ook moeten worden verlegd naar de financiële wereld. Hoe ziet hij dat voor zich? De politie van Amsterdam die een BV opricht en op de beurs gaan speculeren? Van Capelle: “Waarom niet. Als je weet wat zich in de financiële wereld afspeelt, waarom zou je jezelf daar dan geen positie verschaffen? Het heeft geen zin daar als dominées verkleed over de beursvloer te gaan lopen. Dan roept iedereen onmiddellijk: daar heb je Jansen en Jansen. Je zult de kleur van het financiële milieu moeten aannemen. Een BV met briefpapier en een keurige juffrouw achter de balie. Waarom eigenlijk niet?”

Van Capelle hamert erop dat er in Nederland een bewustzijn moet groeien over de ondermijnende en corrumperende werking van de nieuwe criminaliteit. Hij ergert zich mateloos aan de "naïeve Hollandse kneuterigheid' die hij nogal te vaak in de zakenwereld en de politiek tegenkomt. Volgens hem heerst er te veel een houding van: ach, het valt allemaal wel mee, we zijn toch allemaal nette mensen. “Er wordt te veel aangenomen dat we allemaal wel te goeder trouw zullen zijn en alleen maar doen waarvoor we worden betaald worden.” Volgens hem worden hiermee de gevaren onderschat die overheid en bedrijfsleven willens en wetens lopen. “De les die we van het buitenland kunnen leren is: naarmate de financiële belangen groter worden, komt steeds meer het belang van de eigen organisatie voorop te staan. Een vraag als "pas ik nog wel binnen de regels van de rechtsorde' wordt steeds minder belangrijk.” Natuurlijk moeten we een balans vinden en niet terechtkomen in een stelsel van paranoïde achterdocht tegen alles wat er om ons heen gebeurt. “Maar degene die ethiek nog steeds als argument gebruikt, weet meestal niet wat hij moet doen”, zo luidt de stelling van Van Capelle.

Afgelopen maandag uitte het hoofd van de Amsterdamse FIOD, C. van der Linden, kritiek op de wet Melding Ongebruikelijke Transacties (MOT) die in januari werking zal treden. Met deze wet worden banken verplicht de namen van mensen die een bedrag boven de 25.000 gulden wisselen te melden aan de Criminele Recherche en Informatiedienst (CRI) in Zoetermeer. Van der Linden voelt niets voor deze verplichte melding. “Hoe meer je reguleert, hoe dieper het wegduikt”, luidt het bezwaar van de belastingman. “Wij werken liever met de goede contacten die we in de bankwereld hebben.”

Van Capelle is het hier niet mee eens. “Dat is weer de oude Hollandse manier van denken. Natuurlijk moet je goede contacten hebben. Maar de meldingsplicht kan de banken ook helpen op een gegeven moment tegen zo'n man met sporttassen vol bankbiljetten te zeggen: sorry, ik geef het door. Dat moet van de wet.” Natuurlijk is deze nieuwe wet ook niet zaligmakend. Het bestijdt alleen de criminaliteit die nog niet in staat is ingewikkelder constructies te bedenken voor het "recyclen' van zwart geld. Zo zag men bij de operatie "Golfslag' vorige maand, waarbij een internationale hasjbende werd opgepakt, dat er al veel ontwikkelder methoden werden gebruikt voor het "witten' van crimineel verdiend geld. Een van de hoofdverdachten uit deze operatie smokkelde zijn zwarte geld naar Amerika, waar hij er oud model Amerikaanse auto's voor kocht. Deze auto's verkocht hij vervolgens op de Europese markt, voor een lager bedrag dan hij ze in de Verenigde Staten had ingekocht. “Dat maakte voor hem niets uit. Het was gewoon het verlies dat hij pakte op zijn criminele geld dat nu plotseling een keurig nette herkomst leek te hebben.”

Het grootste probleem met de wet zal zijn: hoe zorg je ervoor niet te verzuipen in het aantal meldingen. Zo loopt men in Amerika drie jaar achter met de verwerking van de gegevens. “Ook hiervoor zul je nieuwe methoden moeten bedenken”, zegt Van Capelle. Er zullen systemen van "intelligent zoeken' moeten worden bedacht. Gerichte steekproeven waardoor je het "vreemde' en het "verdachte' eruit kunt halen. “Met een wet alleen ben je er dus nog niet. Er moet elke keer goed worden nagedacht over de uitvoering.”

Zo zitten er ook nogal wat haken en ogen aan de zogenoemde Plukze-wet die 1 maart dit jaar is ingegaan. Deze wet biedt politie en justitie de kans beslag te leggen op alles wat iemand met crimineel verdiend geld heeft aangeschaft. Van Capelle vindt het een "schitterende' wet. “Je pakt die mensen op een punt dat voor hen het meeste pijn doet. Opeens moeten ze hun luxe villa inleveren, hun mooie leventje inleveren, hun rolex afleggen. Ik heb het gezien. Dat doet ongelofelijk zeer.” Toch wordt er in Amsterdam nog heel terughoudend van deze wet gebruikgemaakt. Het is namelijk nog niet duidelijk waartoe al deze in beslagnames leiden. “Alleen al met de operaties van de afgelopen weken zitten we hier met miljoenen guldens, 84 dure auto's, villa's, loodsen en een hele paardenrenstal. Waar ga je dat allemaal laten?”

Als Van Capelle een verlanglijstje naar Den Haag mocht sturen. Welk cadeau zou hij dan het leifst krijgen? “Het openbreken van het beroepsgeheim van advocaten, notarissen en accountants”, antwoordt hij zonder aarzelen. Volgens hem werkt de wettelijk beschermde geheimhoudingsplicht van deze beroepsgroepen in een aantal gevallen als "kamerscherm' waarachter criminele organisaties zich verstoppen. “Soms zie je rondom bepaalde BV's opeens grote concentraties notarissen verschijnen. Je hebt op een gegeven moment panden die op één dag zes keer van eigenaar wisselen. Dan zou ik wel eens in de administratie van dat soort mensen willen kijken. Maar dat stuit dan op allerlei bezwaren.” En als je intussen ziet hoezeer mensen met een bijstandsuitkering zich over alles moeten verantwoorden, dan vind hij het bijna "oneerlijk' worden.

“Ik vind het ongebrijpelijk hoe er vanuit de politiek soms laatdunkend over dit soort problemen wordt gedaan.” Regelmatig wordt hem tegengeworpen: we hebben hier toch geen Italiaanse toestanden. “Alsof wij hier Italiaanse toestanden zouden moeten hebben om eindelijk eens wat te gaan doen. Dat vind ik een idiote redenering. Want als we die krijgen, is het te laat.” Zo kwam er gisteren nog een agent bij hem met een foto van een rij huizen die in bezit is van een verdachte in de zaak die nu op stapel staat. “Dat was zo'n lange rij huizen dat het niet eens op één foto paste. Dan zeg ik: dat lijkt me toch wel verontrustend. Een meneer die niet eens een verblijfstitel heeft in ons land, die bezit zomaar een straat met pandjes van nummer één tot en met zestien. Als je dan hoort dat we hier geen Italiaanse toestanden hebben, dan mag God de dames en heren helpen dat we die hier ook krijgen.”