Amerikaanse "sterren' missen verfijning en blijven onder de maat

Stars of American Ballet met: Suite uit La Bayadère, 2de acte, choreografie: Natalia Makarova/Marius Petipa. Pas de deux uit La Sylphide, choreografie: Erik Bruhn/Auguste Bournonville. Too early seen unknown and known too late, choreografie: Johan Renvall. Salute to Fred Astaire and Ginger Rogers, choreografie: Robert LaFosse. Gezien: 20/10 Stadsschouwburg Rotterdam. Verder: 21/10 Den Bosch, 22 Venlo, 23 Eindhoven, 25 Utrecht, 26 Groningen.

In een aantal landen is het heel gebruikelijk dat gerenommeerde solisten uit befaamde balletgezelschappen samen met een eigen programma door de wereld reizen en daar volle zalen mee weten te trekken. Artistiek gezien zijn dergelijke programma's vaak ondingen en gaat het louter om de virtuositeit en de persoonlijke magie van de uitvoerenden. De laatste jaren zijn we in ons land vergast op zulke optredens van sterren uit Rusland. Ditmaal zijn het de Stars of American Ballet, die een korte tournee door Nederland maken.

Beloofd werden solisten van het New York City Ballet en het American Ballet Theatre en dat leek interessant want die gezelschappen zijn zelden of nooit in Nederland te zien. Uiteindelijk blijkt het alleen om solisten van het American Ballet Theatre te gaan en wat zij lieten zien was, om het mild uit te drukken, zeer teleurstellend. De suite uit de klassieker La Bayadère, waarmee het programma opent, is een volstrekte misser. De dansers missen stijl en verfijning, zijn technisch niet meer dan redelijk en blijken absoluut geen spirituele persoonlijkheden. Dat zijn nu precies de zaken, waarin het in zulke nummers om gaat.

Hetzelfde geldt voor het duet uit La Sylphide, het oudste klassiek-romantische werk dat nog bewaard gebleven is. Onder de pretentieuze titel Too early seen unknown and known too late maakte Johan Renvall op bijeengeharkte stukken uit Prokofjevs Romeo en Julia een 25 minuten durende fast-food versie van Shakespeare's beroemde liefdestragedie. Een wanprodukt, met onbeholpen, knullige mime-scènes. Het enig lichtpunt was een fraai duet van de twee gelieven en het dansen van Susan Jaffe als Julia, een mooie, gevoelige en stijlvolle danseres, die goed werd gesecondeerd door de technisch bekwame maar wat weke Jeremy Collins.

Robert LaFosse, de hier ontbrekende beloofde solist van het New York City Ballet, verzorgde de choreografie van Salute to Fred Astaire and Ginger Rogers op een medley van bekende songs. Een gladde, oppervlakkige, aan elkaar gebreide compositie zonder de energie, scherpte, exactheid en inventiviteit die je aan de namen Astaire en Rogers verbindt. De uitvoering bij de dames had de kwaliteit van "ik lach wel, maar ik ben niet blij", met opnieuw als uitzondering de elegante, levendige Susan Jaffe. De mannen kwamen overtuigender over, al vond ik hen toch te weinig pit hebben. Al met al een voorstelling artistiek onder de maat, armoedig gepresenteerd en dans-technisch van een te laag niveau om van "sterren" te mogen spreken. Het enige positieve van zo'n programma is, dat duidelijk wordt dat Nederland in dit geval niet voor het buitenland hoeft onder te doen, integendeel, wij hebben op alle fronten meer kwaliteit in huis.

    • Ine Rietstap