Afscheid van de vuilnisman

De grote steden, met Amsterdam als eerste, hebben plannen het inzamelen van het vuilnis grondig te veranderen. Kwam eerst de vuilniswagen één keer per week door de straat om de vuilniszakken op te laden, binnenkort moet de burger zelf het vuil naar een inzamelpunt in zijn wijk brengen. Dat wordt dus het einde van de vuilnisman. De man met het groene pak, die dagelijks zo'n 2700 zakken met vuil de vuilniswagen in slingert. Zakken die maximaal 15 kilo mogen wegen, maar die vaak zwaarder zijn, want de burger is zuinig met zijn plastic zakken en stampt ze liefst zo vol mogelijk.

Zo vertilt de vuilnisman zich soms aan andermans vuil, terwijl een toeterende file achter hem in de straat hem opjaagt. Hij tilt zich letterlijk een breuk of verziekt zijn rug of zijn knieën als hij al niet overspannen raakt van de 'hele kelerezooi' en het aan zijn hart krijgt. Want van de vuilnismannen haalt maar een uiterst gering percentage het pensioen. De meesten raken voor die tijd in de WAO.

Maar waarom kwamen ze bij de reiniging? Omdat ze nauwelijks scholing hadden en buiten wilden werken met een zekere vrijheid. Omdat ze niks anders konden krijgen. Omdat familie of vrienden hen overhaalden er ook te komen werken, omdat het zo goed betaalde. Door allerlei premies, meer dan een ongeschoolde elders zou kunnen krijgen. Ze kwamen niet omdat ze het leuk werk vonden. Vaak schaamden ze zich voor hun werk. Hun vrouwen hadden moeite te zeggen dat hun man vuilnisman was. En de mannen kleedden zich om op het werk, om niet in de buurt als vuilnisman herkend te worden.

Overal ter wereld heeft de vuilophaler een lage status. In India behoort hij tot de onaanraakbaren. In Nederland wordt het kind dat op school zijn best niet wil doen, bedreigd dat het nog eens als vuilnisman zal eindigen. Een vreselijk lot. En naarmate de maatschappij luxueuzer wordt, vindt men het vuil vuiler en heeft men meer minachting voor degenen die het moeten doen. Men laat zijn hond tegen vuilniszakken aanpoepen, men gooit vuilniszakken uit etagewoningen naar straatvegers, met als record een zak die van de elfde etage op straat uiteenspatte.

Een deel van het werk is inmiddels gemechaniseerd. De putjesschepper, ook al zo'n bedreiging voor de jeugd, bestaat al lang niet meer. Er zijn veeg- en spuitmachines. Er is de "kakkinette', die nerveuze motorfiets, voor de hondepoep. Want men leert zijn hond liever een pootje te geven dan zijn drol te draaien in de goot. In de machines werden de straatvegers al minder aantastbaar en dus minder minachtbaar.

En nu zal dus ook de vuilophaler verdwijnen. Zo raakt de burger zijn laagste knecht kwijt. De laagste plaats van de maatschappelijke ladder is weer vacant. Wie maken we nu tot de meest geminachte?

    • Jan Godschalk