Wit-zwart

HET OPROLLEN van vijf wisselkantoren in Amsterdam geeft een onthutsend kijkje op de dubbele bodem van de Nederlandse samenleving. Er blijken bedragen om te gaan die met geen mogelijkheid zijn te verklaren uit het toerisme in de hoofdstad. Alleen al bij deze vijf ging het om honderden miljoenen per jaar. De conclusie ligt voor de hand dat de wisselkantoren slechts dienden als dekmantel voor het witwassen van criminele geldstromen en voor het financieren van drugstransporten.

Het gaat hier naar het zich laat aanzien om een buitenlands syndicaat dat zich in Nederland heeft gevestigd. Maar er zijn ook misdaadgroepen van vaderlandse bodem, getuige het ontmantelen, vorige maand in Amsterdam, van een bedrijfsmatig opgezette criminele organisatie waarvan de topman vanuit de gevangenis door bleef werken. Het tot dusver altijd wat abstracte beeld van de georganiseerde criminaliteit in Nederland begint zich akelig concreet in te vullen.

De Nederlandse overheid slaapt niet, zoals alleen al uit de Amsterdamse successen blijkt, maar ziet zich toch gesteld voor een aantal lastige dilemma's. Dat begint met de moeilijkheid de omvang te bepalen van het “dreigingsbeeld”, zoals dat in het officiële jargon heet. Dat het ernstig is, wordt nu wel duidelijk. Dat het gebrekkig is ook, èn vatbaar voor een “getallenspel”, zoals men in politiekring zelf sommige schattingen betitelt.

De moeilijkheid is dat het diffuse dreigingsbeeld rechtstreeks verband houdt met beslissingen over de aanpak van georganiseerde criminaliteit. Welke methoden dienen te worden ingezet? Beperking van het aantal losse wisselkantoren, zoals de Amsterdamse politie nu vraagt, is alleen maar toe te juichen. Maar het laat zich aanzien dat ook gewone bankinstellingen niet immuun zijn. Er is al een wet over melding van verdachte transacties tot stand gebracht die vrij ver gaat. Binnenkort gaan de notarissen weigeren meer dan enkele tienduizenden guldens contant te accepteren bij de koop van een huis. Dergelijke maatregelen slaan niet alleen op georganiseerde criminelen. En daar blijft het niet bij. De politie dringt aan op onbelemmerde toegang tot allerlei gegevensbestanden. De minister van justitie wil dat het ontwerp van nieuwe telecommunicatiediensten rekening houdt met de "aftapbehoeften' van de overheid.

NEDERLAND HEEFT van oudsher als het om criminaliteit gaat een knus zelfbeeld. Dan is het nu een schril ontwaken. Het grote gevaar van de georganiseerde criminaliteit zit hem in de penetratie van legale instellingen door mafiosi of hun stromannen. Het is niet aangenaam die kwade kans onder ogen te zien, maar hem te verdringen maakt de zaken alleen maar erger. Het is echter evenzeer onjuist zich zozeer te laten verblinden door de gevaren dat de discussie over doel en middelen er bij inschiet.

Aanleiding voor deze waarschuwing vormt het optreden van de minister van justitie Hirsch Ballin, die deze week zijn begroting verdedigt in de Tweede Kamer. De bewindsman heeft terecht de stormbal gehesen, maar dreigt af en toe door te schieten met maatregelen die belangrijke beginselen van ons strafrecht ontwrichten. Hirsch Ballin stelt soms kritiek op deze aanpak voor als gebrek aan besef van de ernst van de situatie. De situatie is buitengewoon ernstig, maar het vraagstuk van de rechtshandhaving gaat zo'n primitieve loyaliteitstest te boven.