Voor de militairen op Haiti is de oorlog al begonnen

PORT-AU-PRINCE, 20 OKT. Een verlaten parlement op een steenworp afstand van de kade, Amerikaanse oorlogsbodems op zo'n drie mijl uit de kust. Een wandeling over de boulevard langs de baai van Port-au-Prince levert het beeld op dat de Haitiaanse crisis het stadium voorbij lijkt te zijn van een via onderhandelingen te bereiken oplossing. Het is evident dat de zaak muurvast zit. Maar wat daarvan de gevolgen zullen zijn is minder duidelijk.

Ook gisteren kwam het parlement niet bijeen om de door de militaire leiders geeiste amnestiewet goed te keuren die de coupplegers van september 1991 een onbezorgde toekomst moet garanderen. In en om het Palais Legislatif waren nog geen tien afgevaardigden en senators aanwezig, allen tegenstanders van de verdreven president Aristide. Nadat "attaches', gewapende eenheden, vorige week het parlement een paar uur in gijzeling hadden gehouden, en vooral na de moord, vorige week, op minister van justitie Guy Malary, durven de pro-Aristide parlementariers zich niet meer op hun werkplek te vertonen.

Daarmee hebben legerleider Raoul Cedras en politiecommandant Michel Francois een prachtig argument in handen om te volharden in hun weigering af te treden. Geen amnestiewet, geen aftreden, zeggen ze, verwijzend naar het "stappenplan' zoals dat in het in juli tussen Cedras en Aristide gesloten Akkoord van Governor's Island is opgenomen. De Verenigde Naties, die via de speciale afgezant voor Haiti, Dante Caputo, de supervisie over de uitvoering van het akkoord hebben, wijzen deze argumentatie van de hand. De VN achten het amnestiedecreet van Aristide afdoende en zeggen dat de bal nu op het speelhelft van de militairen ligt.

Ook de hier vorige week gearriveerde nieuwe Amerikaanse ambassadeur in Port-au-Prince, William Swing, laat weten het niet nodig te vinden om nu contact te zoeken met generaal Cedras. De legerleider is intussen een ware media personality in de Verenigde Staten geworden. In het Quartier General van het leger _ met uitzicht op het lege presidentiele paleis en onder het wakend oog van het hoofdbureau van politie _ ontvangt Cedras momenteel de ene (Amerikaanse) journalist na de andere om steeds maar dezelfde boodschap te herhalen. Gisteravond was hij live in het programma Nightline van de vooraanstaande ABC-journalist Ted Koppel. En voortdurend is hij te zien in allerlei uitzendingen van CNN, dat in kringen van het buitenlandse perskorps in Port-au-Prince inmiddels de bijnaam Cedras No News heeft gekregen.

Onzichtbaar als altijd en onverminderd de sleutel tot de oplossing van de Haitiaanse crisis is politiecommandant Michel Francois. Legerleider Cedras, zo menen sommige waarnemers, is effectief de gevangene van Francois. Zelfs al zou de generaal willen aftreden, dan zal de luitenant-kolonel dat verhinderen. Amnestie voor Francois is immers ondenkbaar. Niet wegens zijn initierende aandeel in de coup, maar wel wegens zijn gedrag daarna. President Aristide zal de politiecommandant nooit willen _ en met het oog op zijn aanhangers ook nooit kunnen vergeven, dat hij het "bloed van duizenden Haitianen' aan zijn vingers heeft kleven, zoals Aristide en mensenrechtenorganisaties menen.

Intussen stijgt de spanning naarmate duidelijker wordt dat het de internationale gemeenschap ernst is met het vertrek van de militairen en de terugkeer van Aristide. Ook al is het nog niet zeker dat Nederland daadwerkelijk een fregat en een verkenningsvliegtuig naar de multinationale blokkadevloot in de wateren van Haiti zal zenden, in de ogen van de kleine, maar machtige _ want bewapende _ groep tegenstanders van Aristide is Nederland nu al een van de plegers van "een misdaad tegen het Haitiaanse volk', zoals de blokkade wordt genoemd. Afgevaardigde Gabriel Sanon van de tegen Aristide gekeerde RDNP-partij verwoordde het gisteren op de stoep van het lege parlementsgebouw op een voor het anti-kamp typerende heftige en emotionele wijze: “De blokkade is tegen de mensheid gericht. Het is een oorlogsdaad van een natie tegen een andere natie, waarmee zij in oorlog is”. In de ogen van de aanhangers van de militairen is de oorlog eigenlijk al begonnen, en dat maakt de situatie in Haiti potentieel explosief.

De tegenstanders van Aristide zijn overigens uiterst dankbaar voor de steun uit onverwachte hoek in Washington. De publiekelijk beleden bedenkingen van de Republikeinse minderheidsleider in de Senaat, Robert Dole, zijn koren op de molen van Cedras en de zijnen.