Tsjechië is klaar voor de NAVO

Ondanks bedenkingen van de Russische president Jeltsin laten de vier zogeheten Visegrád-landen, Tsjechië, Slowakije, Polen en Hongarije, zich niet afbrengen van hun politiek van volledige integratie in Europa, inclusief het lidmaatschap van de NAVO. “We zijn deel van de Europese beschaving en willen de waarden daarvan verdedigen”, zei de Tsjechische president Václav Havel onlangs.

PRAAG, 20 OKT. In een oogwenk weet de Tsjechische minister van defensie, Antonn Baudys, zijn werkkamer om te toveren in een schietbaan. Hij zet z'n computer aan, kiest een programma, schikt iets aan de doelen die in de hoek van de kamer staan opgesteld, trekt z'n colbertje uit, pakt een pistool dat met een kabel aan de computer is verbonden, stelt zich in de andere hoek van de kamer op en richt. Het elektronische schot valt. Het beeldscherm van zijn computer laat vervolgens zien hoe dicht hij bij de roos zat, wat voor bewegingen zijn handen maakten bij het richten. Met wetenschappelijke precisie kan hij op die manier zijn score verbeteren en zijn reputatie als een van de beste scherpschutters van het land op peil houden.

Baudys, 47, een rijzig no-nonsense type, weet wat hij wil. In de politiek is hij even doelbewust en trefzeker als op zijn particuliere schietbaan. Sinds 1 januari van dit jaar is hij minister van defensie van de Tsjechische republiek en in die tijd is de hele, op Warschaupact-basis georganiseerde structuur van ministerie en strijdkrachten overhoop gehaald en aangepast aan de eisen van de toekomst. Een toekomst als lid van de NAVO.

“Van de 150 generaals die er in 1989 waren, zijn er nog zeven over”, vertelt Baudys, “en wie 55 jaar wordt mag de dienst verlaten. Dat betekent een enorme verjonging. We hadden veel te veel officieren die automatisch werden bevorderd. Er is nu een systeem van geplande carrières ingevoerd. Ze noemen dat hier mijn kolonelscoup!”

Per 1 juli van dit jaar heeft Baudys een volledige verandering van de organisatie van het Tsjechische leger doorgevoerd. De troepensterkte is met dertig procent teruggebracht, het vroegere divisiesysteem is vervangen door een brigadesysteem en er heeft een "herlocatie' van eenheden plaats. Dat alles volgens de regels die bij de NAVO gelden. Datzelfde geldt voor de logistiek, de militaire opleiding, de gezondheidszorg en het personeelsbeleid. Op het ministerie van defensie zijn veel meer burgers komen werken. Terwijl vroeger in communistische landen het leger en de militaire bureaucratie een staat in de staat vormden - zelfs de stoker van de verwarmingsketels was een dienstplichtig soldaat - is er nu sprake van een ware civilisering: in de eerste plaats de minister zelf, verder de staatssecretarissen, de directeur van buitenlandse zaken, de chef personeelszaken.

Baudys reageert geïrriteerd als ik hem eraan herinner dat in 1990, in de prille maanden na de revolutie, het toen nog federale Tsjechoslowakije pleitte voor de opheffing van niet alleen het Warschaupact maar ook van de NAVO. “Daar hebben we ons nooit voor uitgesproken, want we hebben ons nooit door de NAVO bedreigd gevoeld”, zegt Baudys. “Ik ken geen enkel voormalig satellietland dat de NAVO als zijn vijand ziet. Integendeel, we zien de NAVO als garantie voor onze veiligheid.”

Vandaar ook dat de Oosteuropese landen en masse zijn toegetreden tot de NASR, de in november 1991 opgerichte samenwerkingsraad van de NAVO. “De veiligheid van Europa had door de ineenstorting van de communistische regimes een heel andere dimensie gekregen”, zegt Baudys. “De NASR kon toen gaan fungeren als consultatie-orgaan waar meningen worden uitgewisseld over de toekomst van de veiligheid.” Dat de raad zo'n groot aantal leden (38) heeft maakt het functioneren ervan wel moeilijk, geeft de minister toe, “maar het is een belangrijke stap in de richting van integratie”.

Het Poolse plan om de politiek van de vier Visegrád-landen (Polen, Tsjechië, Slowakije en Hongarije) onderling te coördineren werd ooit door Praag afgewezen. Waarom eigenlijk? Baudys: “Zo'n politiek zou tot gevolg hebben dat er een quasi-blok ontstaat, dat je in een uitzonderingspositie wordt gemanoeuvreerd. Maar onze filosofie is duidelijk: alle Westeuropese structuren worden gekenmerkt door stabiliteit, zowel wat betreft de samenleving, als wat betreft de veiligheidssituatie. De Tsjechen hebben door de eeuwen heen deelgenomen aan de vorming van Europese historische processen. We willen weer meedoen aan die processen en ontwikkelen ons nu in de richting van een stabiele democratie en een markteconomie. Als de Tsjechische republiek eenmaal een functionerende democratie is en zo'n markteconomie heeft, dan kan de EG, of de NAVO, of de WEU die republiek niet meer uitsluiten.”

Wat betreft de NAVO gelooft Baudys dat uitbreiding in oostelijke richting verhoging van de veiligheid van de huidige leden zelf betekent: “Het is een lange-termijnproces: de NAVO zoekt naar een nieuwe optimale structuur. Daarvoor moeten nieuwe mechanismes worden ontwikkeld, maar moet ook alles worden behouden wat goed functioneert. Dat is het probleem voor de NAVO. Ons probleem is dat we hier een stabiele, welvarende staat stichten met goede perspectieven. Het is eigenlijk het principe van de markt: wij kunnen niemand dwingen om ons te "kopen', het moet voor de NAVO (of de EG) voordelig zijn ons als geschikte partners van goede kwaliteit erbij te krijgen.”

De onlangs door de Russische ambassadeur bij de NAVO, Nikolaj Afanasevski, opgeworpen vraag “waartegen de NAVO de Oosteuropese aspirantleden eigenlijk zou moeten verdedigen” vervult Baudys met woede: “Europa heeft in de afgelopen eeuwen honderden oorlogen moeten doorstaan met enorme verliezen aan mensenlevens. Het zou stupide zijn te veronderstellen dat er nooit meer oorlogen zullen komen. Alleen door te bestaan heeft de NAVO al een afschrikkende werking gehad. Kijk naar de Balkan waar al meer dan 200.000 doden zijn, kijk naar Abchazië, naar Georgië. Niet dat dat brandhaarden zijn die voor ons een directe bedreiging betekenen, maar het is een waarschuwing. De sleutel voor de toekomstige veiligheid van Europa ligt in de verhouding tussen de Oekraïne en Rusland en hangt af van de mate waarin die twee landen in staat zijn een democratie en een functionerende economie op te zetten. Maar zolang dat niet het geval is zal het een regio zijn van grote instabiliteit. En die instabiliteit is niet alleen gevaarlijk voor die landen zelf, maar ook voor de omringende landen.”

Baudys gelooft dat het belang van de brief waarin president Jeltsin onlangs zijn bezorgdheid over een mogelijke uitbreiding van de NAVO uitte “door de media zeer is overdreven”. “Over de inhoud is niets meer bekend dan dat men zich zorgen maakt geïsoleerd te raken.”

De vraag of dat dan zou inhouden dat, om die vrees weg te nemen, ook Rusland lid van de NAVO moet worden, beantwoordt de minister met grote omzichtigheid: “Wil men dat een structuur goed functioneert, dan moet die zijn opgebouwd uit compatibele elementen. Zodra er onstabiele delen inzitten valt het bouwsel uiteen.”

Van de komende NAVO-raad in januari verwacht Baudys geen “concrete resultaten” wat betreft een toekomstig lidmaatschap van Oosteuropese landen. “Het is al heel belangrijk dat het vraagstuk van uitbreiding bespreekbaar wordt. De oplossing en het tijdstip ervan zullen afhangen van de ontwikkeling in heel Europa. Wij zullen van onze kant alles in het werk stellen om de periode zo kort mogelijk te laten zijn. Elke stap die ons dichter bij de NAVO brengt is een juiste stap.”