Sociaal pact moet frank redden

BRUSSEL, 20 OKT. De speculanten op de internationale wisselmarkten mogen dan als laffe hyena's op België azen, klaar om op elk moment toe te happen als de frank maar even een teken van zwakte vertoont, gouverneur Alfons Verplaetse van de Nationale Bank laat zich het hoofd niet op hol brengen. Afgelopen weekeinde nog sprak hij over “een tijdelijke onderwaardering van frank”, gevoed door “geruchten die nergens op slaan”.

De forse koersdaling van vorige week tot onder de historische ondergrens van 22 frank voor 1 D-mark relativeerde hij daarmee tot een weliswaar vervelend maar lang niet fataal accident de parcours. Hij zei in feite dat het allemaal wel weer goed zou komen indien België zijn geloofwaardigheid zou terugwinnen “in de sociale zekerheid”. En zie, de afgelopen dagen kon de Belgische frank al weer iets overeind krabbelen.

Inmiddels heeft Verplaetse opnieuw een belangrijke poging ondernomen om bij te dragen aan herstel van de Belgische geloofwaardigheid - ditmaal niet als hoogste baas van de centrale bank, maar als voorzitter van een commissie van deskundigen die door premier Dehaene was gevraagd om de komende onderhandelingen over een veelomvattend sociaal pact met werkgevers en werknemers voor te bereiden.

Gistermiddag overhandigde Verplaetse het rapport van zijn "vriendenclub' aan de premier, en wat meteen opvalt is het ongeschonden vertrouwen dat de bankier/politicus uitspreekt in het Belgische consensusmodel. “Wat ook de moeilijkheden mogen zijn, dit verslag is een oproep tot dialoog en overleg”, aldus het rapport. “Ons overlegmodel biedt op lange termijn de beste waarborg voor een duurzame economische en sociale vooruitgang.”

De jaarlijkse groei van het tekort in de sociale zekerheid - de gezondheidszorg voorop - is de belangrijkste oorzaak van de almaar aanzwellende schuldenlast van de Belgische staat. De eerste opdracht voor regering en sociale partners is volgens Verplaetse c.s dan ook het realiseren van “evenwicht” in de sociale zekerheid, en zorgen voor een “arbeidsvriendelijker” financiering van die sociale zekerheid. Het gewenste evenwicht moet worden bereikt door zowel echte bezuinigingen als door - volgens beproefd Belgisch recept - het zoeken naar nieuwe inkomsten via belastingen.

Voorts legt Verplaetse het accent op de noodzaak van bevriezing van de reële lonen en op het verlagen van arbeidskosten voor de werkgevers. Een volledige “loonblokkering” tussen 1994 en 1996 - of als alternatief het uitsmeren van de al gesloten CAO's voor 1994 over een periode van 3 jaar in combinatie met een vertraagde toepassing van de in België nog steeds bestaande automatische prijscompensatie - zal ondernemend België tot 1996 ongeveer 100 tot 120 miljard aan besparingen opleveren.

Die besparingen zijn volgens de commissie-Verplaetse hard nodig om het verlies van concurrentiekracht (3 procent in de periode 1987-1993) op te vangen en om nieuwe banen te scheppen, vooral voor jongeren en langdurig werklozen. Werkgevers zouden er ook toe kunnen worden overgehaald om dergelijke banen aan te bieden, als ze geen sociale premies meer hoeven af te dragen over de minimumlonen, aldus het rapport.

Verplaetse doet ook een oproep om actie te ondernemen ter bestrijding van het zwartwerkcircuit, de koppelbazen en de illegale arbeid. Volgens internationale berekeningen wordt meer dan 15 procent van het BNP van België verdiend in het grijze en zwarte circuit. Het zou om maar liefst 300.000 à 400.000 banen gaan.

Om inkomsten en uitgaven in de sociale zekerheid in evenwicht te brengen, moet er tegen 1997 een geprognotiseerd tekort (bij ongewijzigd beleid) van 120 miljard frank (ongeveer 6,20 miljard gulden) zijn weggewerkt, aldus het rapport. De meeste bezuinigingen moeten worden opgebracht in de gezondheidszorg. De commissie bepleit onder andere een stringenter voorschrijfbeleid van geneesmiddelen en “een bewuste vermindering” van het verzorgingsaanbod. Ook stelt de commissie voor om zaken als sportletsel uit de collectieve ziekteverzekering te halen en om een verplichte verzekering voor bijstand aan bejaarden in te voeren.

Bezuinigingen moeten volgens de commissie-Verplaetse ook worden gevonden in de kinderbijslag (“rekening houdend met het gezinsinkomen”), de werkloosheidsuitkeringen en de pensioenen (die anders dan in Nederland volledig uit de lopende uitgaven van de sociale zekerheid worden gefinancierd). De commissie bepleit hier onder andere het optrekken van de (vervroegde) pensioenleeftijd en verhoging van de persoonlijke bijdragen.

Hoeveel echte besparingen in totaliteit moeten worden opgehoest, laat Verplaetse over aan de wijsheid van de gesprekspartners aan de onderhandelingstafel. Als de uitgaven de komende vier jaar zouden worden bevroren, zou het tekort in de sociale zekerheid tegen 1997 zijn verminderd tot ongeveer 20 miljard frank. Een schitterend gegeven, maar “dit scenario lijkt om praktische redenen moeilijk tijdig haalbaar”.

Realistischer lijkt het scenario waarbij wordt uitgegaan van een vermindering van de jaarlijkse groei van de uitgaven tot maximaal 0,9 procent (waardoor het verwachte tekort ongeveer gehalveerd zal worden) of het scenario waarbij de uitgaven worden teruggeschroefd tot maximaal 0,5 procent.

Bij dat laatse secenario zal het tekort in de sociale zekerheid tegen 1997 met ongeveer tweederde zijn verkleind. Uitgaande een tekort van 120 miljard frank bij ongewijzigd beleid, betekent dat dat er nog 40 miljard frank moet worden gevonden in de vorm van in de vorm van extra belastingen.

Die belastingen moeten in de eerste plaats dienen om de boekhouding in de sociale zakerheid sluitend te maken, onderstreept de commissie-Verplaetse, maar ze kunnen ook worden aangewend om de werkgeversbijdrage in de sociale zekerheid te verminderen (waardoor "arbeid' goedkoper wordt en er dus meer banen komen) en om speciale werkgelegenheidsprogramma's te financieren.

Verplaetse is opvallend concreet bij het aangeven waar nieuwe inkomstenbronnen zitten. Zo ziet hij nog wel enige ruimte voor het verhogen van de indirecte belastingen in België en voor de invoering van een belasting op onroerend goed. Daarnaast speelt de commissie het spel via de Europese band. In het rapport wordt opnieuw gepleit voor een COheffing en voor een belasting op energieconsumptie, zoals voorgesteld door de Europese Commissie. Ook moet België, als voorzitter van de EG, werk maken van het optrekken van de roerende voorheffing op beleggingen (in België nu nog 10 procent) tot een Europees niveau van 15 procent, aldus het advies aan premier Dehaene.

Verplaetse ondersteept in zijn rapport nogmaals dat de gouverneur van de Nationale Bank niet van plan is zijn harde-frankbeleid op te geven, ook nu na de EMS-crisis van begin augustus de Belgische munt in feite zwevende is. “Al met al is in België, meer dan in welk ander Europees land ook, voldaan aan de vpoorwaarden die op concrete wijze pleiten voor een vaste-wisselkoerspolitiek”.

Tegelijkertijd stelt Verplaetse onder het kopje "concurrentiekracht' dat het principe van de loonindexering moet worden behouden. Maar hij vindt wel dat het systeem van de automatische prijscompensatie moet opgeschoond en minder stringent moet worden aangepast. Bevriezing van de reële loonontwikkeling in de komende jaren is volgens hem nodig om de in de afgelopen jaren opgelopen concurrentie-achterstand van het Belgische bedrijfsleven op te vangen.

“We hebben ons werk gedaan. Aan u de taak om het werk af te maken”, zei Verplaetse gisteren bij de overhandiging van zijn rapport. Premier Dehaene heeft al laten blijken dat hij snel wil handelen. Morgen al zou hij de onderhandelingen met de werkgevers en werknemers willen openen. Mogelijk zal dan ook snel blijken hoe het "sociale pakt' er uit zal zien en of de Belgische frank er voldoende houvast aan krijgt om zich staande te houden tegenover de speculanten.

    • Wim Brummelman