Samen op weg door de krochten van Amsterdam

Lolamoviola: En route, Ned.3, 23.21-0.06u.

De televisie heeft zich in de geschiedenis van de Nederlandse film niet vaak gedragen als laboratorium voor experimenten. De moeizame verhouding tussen beide, elkaar wantrouwende segmenten van de beeldenindustrie en -nijverheid stond slechts toe dat de televisie haar bijdrage leverde aan de financiering van bioscoopfilms of weinig interessante, plichtmatige eigen opdrachten verschafte. Dit alles begint nu te schuiven, vooral doordat de traditionele bioscoopsector steeds minder soelaas biedt. Een schoolvoorbeeld van hoe het zou kunnen is het initiatief van de VPRO om onder auspiciën van de redactie van het magazine Lolapaloeza vijf veelbelovende filmregisseurs een low-budget-film van drie kwartier te laten draaien. De keuze van de deelnemers aan het Lolamoviola-project wekt hoge verwachtingen: Paul Ruven, Ian Kerkhof, Nicole van Kilsdonk, Wolke Kluppell en Karim Traïdia zijn stuk voor stuk pas (of nog niet) afgestudeerde leerlingen van de Filmacademie van wie talent en inventiviteit verwacht mogen worden.

De allerhandigste van dit stel opent de rij. Paul Ruven (de maker van De tranen van Maria Machita, How to Survive a Broken Heart en een klein dozijn minder klassiek geworden genre-exercities) bewijst met En route, een brutale Amsterdamse "road movie', niet voor de eerste keer dat hij over lef en ideeën beschikt. Wederom is de uitvoering en vormgeving van die ideeënrijkdom, met het lage budget als alibi, de minst sterke kant van het resultaat.

De film is opgedragen aan Joseph H. Lewis, de regisseur van B-films uit de jaren vijftig als Gun Crazy en The Big Combo, die zijn noeste en bescheiden arbeid bekroond zag met de aan hem door de "Cahiers du Cinéma' toegekende status van "filmauteur'. Ook in En route wordt met bescheiden middelen het portret geschilderd van een man, een vrouw en een revolver. De grap is dat de camera van Joost van Gelder, die tot aan de laatste scène alle beelden in een oranje waas hult, gefixeerd is op de achterbank van een auto met telefoon en dat de hele handeling zich binnen en vlak buiten die auto afspeelt. We zien dan ook voornamelijk de rug van de beide acteurs Jack Wouterse en Marieke Heebink. De man heeft een dag verlof uit de gevangenis, naar zal blijken omdat hij verteld heeft zich van de vrouw te willen laten scheiden. De vrouw heeft inmiddels stiekem een mooie relatie met de reclasseringsambtenaar, die af en toe opbelt. De eigenlijke reden van de rit is dat Wouterse zijn celmaat een dienst wil bewijzen, door diens eveneens Turkse verloofde gewapenderhand te schaken om haar te behoeden voor een gedwongen huwelijk met een ander.

Binnen de dynamiek van een, zo blijkt, ongewenste scheiding en een al even ongewenst huwelijk, schuimt het wankele paar door de straten van de hoofdstad. Niet alleen toevallige passanten moeten het ontgelden. Van de eerste tot de laatste minuut schelden Heebink en Wouterse elkaar de huid vol met godgloeiende kankertyfushoer-teksten. In Lewis' tijd mocht dat nog niet, maar we kennen de uit vierletterige woorden opgebouwde dialogen maar al te goed uit de moderne misdaadfilm à la Scorsese of Van Peebles. Voor het eerst in het Nederlands weet Ruven de onmacht en de neurotische vernietigingskracht van zulke dialogen voelbaar te maken, maar het is nog wel even wennen. Vooral Heebink, de al voor de bioscoopuitbreng de hemel in geprezen ster van Hartverscheurend, gooit er in haar fysieke acteren nog een paar schepjes boven op. Laten we hopen dat dit iets te gemaniëreerde gedoe niet de standaard wordt van goed acteren in films.

In al zijn onbehouwenheid opent En route wel nieuwe wegen voor de Nederlandse film, die zich nog nooit zo expliciet waagde in de krochten van het grotestadsleven. Met bewondering valt waar te nemen hoe Ruven een relatiefilm, een misdaadthriller en een taalspel vermengt met het stramien van de "road movie'. Het is een totaal nieuwe ervaring, een soort van Who's Afraid of Virginia Woolf voor de Bonnie en Clyde van de Czaar Peterbuurt.

    • Hans Beerekamp