Kees Hin en K. Schippers maken een reconstructie van een déjà vu; Schimmenspel op boterhampapier

Het schaduwrijk. Regie: Kees Hin. Met: Kiki van der Noordt, Tanja den Broeder, Peter Noland, Jannie Pranger, Victor Löw. In: Amsterdam, The Movies; Rotterdam, Lantaren/Venster.

De samenwerking tussen regisseur Kees Hin en scenarioschrijver K. Schippers strekte zich uit over zeventien jaar (1965-82) en een groot aantal films. Voor zover beider oefeningen in waarnemen en herinneren te etiketteren zijn, waren het eerder documentaires dan speelfilms. In Hins meer recente, overwegend fictieve films (Soldaten zonder geweren over de Februaristaking en De laatste reis over componist Matthijs Vermeulen) ontbrak de speelsheid van Schippers. In Hins eerste volbloedspeelfilm Het schaduwrijk werd de draad van de samenwerking weer opgepikt; het resultaat is een gecompliceerde, uit meerdere lagen opgebouwd werkstuk, waarvan componist Otto Ketting bijna de derde auteur is, omdat de muziek een eigen, vaak op zichzelf staande lyrische rol speelt.

Schippers' scenario is uiterst ingenieus. Het lijkt te gaan over het diffuse mechaniek van het geheugen, dat zich weinig aantrekt van specifieke namen, plaatsen en data, maar des te meer van onverwachte details, situaties en sferen. Je zou Het schaduwrijk kunnen betitelen als de reconstructie van een déjà vu. Het zesjarige meisje Laura neemt afscheid van haar vader, die niet meer bij haar moeder wil wonen. Een van hun laatste, intens beleefde gezamenlijke momenten bestaat uit het rondzwaaien aan zijn armen, op de muziek van een Frans liedje, op de rommelmarkt van "de hoofdstad', die we als Brussel herkennen. Als volwassen vrouw probeert Laura, die inmiddels een winkel in oude grammofoonplaten bestiert, uit alle macht dat moment opnieuw te beleven. Een essentieel hulpmiddel is het schimmenspel dat ze als afscheidscadeau van haar vader kreeg. Als ze er een kaars achter zet en een silhouet van zichzelf in het scherm plaatst, ziet ze op het boterhampapier de film van haar herinnering geprojecteerd worden. Helaas is het schimmenspel kort na de ingebruikneming al in vlammen opgegaan.

Bij een bezoek aan haar vader leent Laura een ander exemplaar van het schimmenspel, maar dat blijkt aan haar jongere halfzusje toe te behoren. Het schenkt filmbeelden uit andermans herinnering, spannend om naar te kijken, maar gestolen voyeursgenot, als in een echte film.

Vanaf het moment van die ontdekking lijkt Het schaduwrijk niet meer over een onderzoek naar de verloren tijd te gaan, maar over het nauw verwante surrogaat van de cinema. Want een toevallig in de handeling binnenlopende figurant, een nijver en bazig heertje (Victor Löw) biedt de helpende hand. Hij stapt de geprojecteerde wereld binnen en gaat daar, als een filmregisseur, aan de slag om met geleende rekwisieten en gecommandeerde acteurs dat ene moment te herscheppen. Aan het slot van Het schaduwrijk is de missie volbracht. Opnieuw zweeft Laura aan haar vaders armen in het rond. Het is een ontroerende, romantische katharsis, en ook het enige moment dat de film de kijker een bevrijdende emotie biedt.

Tot dan bestaat de film uit zorgvuldig gefiguurzaagde puzzelstukjes, die allemaal een betekenis hebben voor de handeling èn voor het thema van de film. Niets is toevallig in deze minutieus bedachte, essayistische speelfilm. De vader is een oogarts, wiens tweede dochter Iris heet; een prentenboek bevat uitsluitend plaatjes van voorwerpen, waarvan de naam met een p begint; de medereizigers zijn een paar Portugese psychologen, die net zo goed Nederlands verstaan als Laura's vader Portugees, terwijl beide partijen denken dat de ander niet mee kan luisteren. Je waant je soms eerder in een verfilming van Battus' Opperlandse Taal- en Letterkunde dan in een speelfilm, waarin het drama als krachtcentrale dienst zou moeten doen.

Niet alleen in het scenario is de constructie voortdurend merkbaar; het lijkt wel of Hin bij het verfilmen ervan nauwelijks meer oog had voor denkbare attracties als soepel en geloofwaardig acteren, de dwingende logica relativerende details, een aanstekelijk ritme van montage en cameravoering.

Het schaduwrijk voelt aan als een bewonderenswaardig, maar kil en onpersoonlijk mechaniek. De personages onderscheiden zich nauwelijks van de sprekende poppen die Laura op haar zoektocht begeleiden; zij dienen het betoog en zingen zich geen moment los van hun functie voor het "verhaal': geen drama, maar een tentoonstelling van gedachten.

Slechts de muziek van Ketting ontsnapt soms uit het keurslijf, maar gaat dan zo haar eigen gang, dat de film er weinig meer aan heeft.