Kaartjes

Om half acht 's morgens, tweeëneenhalf uur voordat de kassa opengaat, haast ik mij naar de opera. Zou ik vroeg genoeg zijn? De hele nacht heeft die vraag mij bestookt. Om de volgende hoek zal ik het weten. Wanneer er een lange rij staat, zal ik meteen rechtsomkeert maken.

Ik zie niemand. Zou de rij ergens anders staan? Binnen misschien? Nee, de boel zit op slot.

Dan hoor ik een man roepen. In de zijvleugel staat een deur open die toegang geeft tot de parkeergarage.

“Oehoe, we staan hie-ier!” We? Ben ik toch te laat?

Gelukkig tref ik binnen slechts een kleine groep mensen aan. Ze zitten op vouwstoelen en traptreden. Het ziet er blauw van de rook. Nog voor ik de koppen heb kunnen tellen, zegt de oehoe-roeper: “En u bent achter die meneer.” Op mijn vraag of hij zeker weet dat er elders niet nòg een rij staat te wachten, begint de hele groep zo overdreven hard te lachen, dat duidelijk wordt dat die mensen net zo gespannen zijn als ik. Horen die veertien bij elkaar? Zo ja, hoeveel kaartjes kunnen ze dan samen wegslepen? Want voor groepen gelden wellicht andere regels.

Buiten staat weer iemand voor de hoofdingang. “Oehoe, hie-ier! En u bent achter die mevrouw.” Ik lach minzaam. In de wedloop om kaartjes zijn zij die mij voor zijn, mijn vijanden, maar wie na mij komt, is ongevaarlijk. Ik begin meteen met mijn vijanden samen te zweren om alles op te vangen wat van belang kan zijn.

Zo leer ik dat de veertien geen groep vormen, ik leer hoeveel kaartjes je voor deze Mozartopera per persoon kunt krijgen en hoeveel plaatsen er in de vrije verkoop zijn. Koortsachtig begin ik te rekenen. De uitslag is gunstig: ik maak een goede kans.

Mijn angst voor de koplopers vermindert, maar de rij groeit aan en van die staart gaat ook dreiging uit. Stel dat die nakomers straks voordringen!

“We gaan bij de ingang staan”, roept "onze leider' plotseling. “Om acht uur gaat de deur open!” Dit is een gevaarlijk moment: een rij in beweging wordt onoverzichtelijk. Iedereen houdt echter zo angstvallig alle anderen in de gaten, dat er vanzelf een bewegingspatroon ontstaat waarbij de volgorde het gemakkelijkst te controleren is: de ganzenmars. Met meer dan militaire discipline lopen wij naar de hoofdingang en stellen ons onder de overkapping opnieuw op. Nu er geen direct gevaar meer dreigt, voel ik hoe koud het hier is en hoe tochtig.

Onze leider staat met zijn rug breed tegen de dichte deur. Zijn generaalsoog controleert het slagveld-in-ruste. De rij heeft al één haarspeldbocht zodat wij nu oog in oog staan met die verontrustende aanwas. En nog steeds stromen nieuwe dames en heren toe. Ik huiver als ik eraan denk dat ik hier voor brood in de rij zou moeten staan.

Om acht uur precies gaat de deur open: een àndere deur. Even wordt het werkelijk oorlog. “Halt”, brult de generaal. Voordringers wijken terug en laten ons, eerstgekomenen, door. Van achter uit de rij komt een zeer gesoigneerde heer naar voren rennen. Met overslaande stem schreeuwt hij dat degenen die voorgedrongen zijn, terug moeten. Wij stellen hem gerust. Bij ons is niemand voorgedrongen. Wij kennen elkaars gezicht te goed.

Binnen is het warm; er klinkt gratis muziek. Wij staan voor de eerste kassa. Maar is dat wel de juiste? Want er zijn vier kassa's naast elkaar en als de verkeerde opengaat...

Om tien voor tien zien wij, door een kier onder het rolgordijntje, beweging bij "onze' kassa. Boeken en computer-uitdraaien gaan terug in de tassen; men recht zijn rug.

Om vijf voor tien zien wij ook bij de andere kassa's beweging. Alle gesprekken zijn gestopt. Iedereen staat met vierkante schouders. Klokslag tien worden alle vier de rolgordijntjes tegelijk omhooggetrokken. Nog net zie ik vier geüniformeerde caissières ons toelachen. Dan word ik van achteren af opgeduwd. Druk op mijn flanken doet mij happen naar adem. Ik word opgetild en kapseis.

Hoe ik, met zeven onbekende mensen voor mij, in een rij bij kassa vier terechtgekomen ben, weet ik niet meer. Wel, dat ik een kwartier later mét kaartjes, met beurse ellebogen en een verzwikte enkel, langs een ellenlange rij naar buiten hinkte.