Humanitair drama dreigt in desintegrerend Georgië

In Georgië tekent zich een humanitair drama af. Als gevolg van de opeenvolging van burgeroorlogen - eerst in Abchazië, later in Mingrelië - zijn honderdduizenden mensen op de vlucht gedreven. In de rest van Georgië dreigt hongersnood door de voortgaande strijd in het Westen.

In Genève hebben VN-hulpverleners een grimmig beeld geschetst van de toestand van de vluchtelingen uit Abchazië, waar 260.000 van de 280.000 Georgiërs die er oorspronkelijk woonden, van huis en haard zijn verdreven. Volgens de voorzitter van het Georgische Comité voor de rechten van de Mens, Akexander Kavsadze, zijn meer dan 300.000 mensen op de vlucht. Voor een deel is die vluchtelingenstroom het resultaat van het maandenlange oorlogsgeweld, maar er zijn ook tienduizenden mensen op de vlucht gedreven in het kader van een bewust beleid van "etnische zuivering' door de Abchaziërs. Honderdvijftigduizend Georgiërs zijn erin geslaagd de aangrenzende Georgische provincie Mingrelië te bereiken. Tienduizenden anderen bevinden zich nog in de besneeuwde bergen. Zij vormen volgens de schaarse berichten uit het gebied een prooi voor honger en kou die velen, vooral bejaarden en kinderen, het leven hebben gekost, en voor plunderaars uit de buurt. Georgiërs die Mingrelië bereiken berichten over roofovervallen en moordpartijen; bandieten beroven vluchtelingen van het weinige dat ze hebben kunnen redden en verkopen de buit later in Mingrelië op de zwarte markt aan dezelfde vluchtelingen terug - als die er tenminste in zijn geslaagd Mingrelië te bereiken. Vluchtelingen die zich verzetten als ze worden beroofd worden zonder pardon vermoord. Langs de wegen liggen lijken waarbij de Abchaziërs bordjes hebben geplaatst met de tekst “Georgisch vlees te koop”.

Tienduizenden mensen zijn tijdens hun vlucht uit Abchazië gered door Russische en Oekraïense helikopterpiloten, die vanuit Mingrelië talloze vluchten naar de afgelegen berggebieden hebben uitgevoerd. Alleen al tussen 10 en 14 oktober redden zeventien Oekraïense helikopterbemanningen vijfduizend vluchtelingen die zich in kritieke toestand bevonden uit de Abchazische bergen.

Veilig zijn de vluchtelingen in Mingrelië echter niet. In dit gebied is na de Georgische nederlaag in Abchazië de strijd tussen president Sjevardnadzes regeringsleger en troepen van zijn begin vorig jaar verdreven voorganger Zviad Gamsachoerdia hoog opgelaaid. De "zviadisten' hebben daarbij het ene succes na het andere geboekt: ze hebben heel Mingrelië in handen, inclusief de havenstad Poti en de strategisch belangrijke stad Samtredia. Samtredia is een weg- en spoorwegknooppunt: het ligt op de weg van Batoemi, de laatste haven in Georgië die na de val van de Abchazische hoofdstad Soechoemi en Poti nog door de regering wordt gecontroleerd, en het oosten van Georgië, Armenië en Azerbajdzjan. Voor zijn bevoorrading is Armenië in hoge mate aangewezen op de spoorlijn die via Samtredia loopt.

Internationale hulporganisaties kunnen vanuit Tbilisi, vanwaar ze opereren, de dringend noodzakelijke voorraden voedsel, medicamenten en dekens niet langer naar de vluchtelingencentra in Mingrelië overbrengen. Daar komt bij dat het aantal vluchtelingen blijft stijgen. Duizenden inwoners van steden als Poti, Samtredia en Khoni zijn de afgelopen weer voor het geweld op de vlucht geslagen.

Omgekeerd kunnen Tbilisi en het oosten van Georgië door de verbreking van de verbindingen met Batoemi niet meer vanuit het westen worden bevoorraad. Dat levert een acuut gevaar voor hongersnood op. In Georgië is de afgelopen weken en maanden door de ernstige economische crisis en de opeenvolging van burgeroorlogen de staatsmacht volledig ingestort. Van het gezondheidssysteem, vroeger een van de beste in de Sovjet-Unie, is niets meer over. Geneesmiddelen zijn alleen op de zwarte markt te krijgen en er is sprake van een sterke stijging van de zuigelingensterfte. Voor de komende winter wordt gevreesd voor epidemieën.

Ook de voedseldistributie is gedesintegreerd, in een mate die het spookbeeld van de hongersnood zeer dichtbij heeft gebracht. In Batoemi ligt 77.000 ton graan dat niet naar Tbilisi kan worden gebracht. Begin deze maand al waarschuwde de Georgische minister van economische zaken, Michael Djiboeti, voor broodrellen als gevolg van het ontbreken van meel uit Mingrelië, de traditionele graanschuur van het land. Hij zei dat Tbilisi “een ramp” te wachten staat als er vanuit het westen nog meer vluchtelingen naar de hoofdstad komen, naast de honderdduizend mensen die in eerdere stadia al voor de diverse oorlogen - in Ossetië, Abchazië, Mingrelië en Nagorny Karabach - naar Tbilisi zijn gevlucht. De Georgische televisie roept de bevolking dagelijks op tot kalmte. De voedselprijzen hebben in Tbilisi astronomische hoogten bereikt: een kip kost 50.000 coupons, een kilo aardappelen 5000; het gemiddeld maandloon ligt tussen 15.000 en 25.000 coupons en het gemiddeld pensioen is 4500 coupons - per maand. Reizigers uit Tbilisi hebben bericht over vechtpartijen om voedsel en brandstof.

Een vroeg slachtoffer van de desintegratie van de staatsmacht is de politieke democratie in Georgië: daarvan is inmiddels niet veel over. Sinds de afkondiging van de uitzonderingstoestand in september en het oplaaien van de strijd tegen de "zviadisten' van Gamsachoerdia is Tbilisi het toneel van wraakacties op en razzia's tegen echte en vermeende aanhangers van de ex-president, vooral onder leiding van militiechef Dzjaba Josseliani. Honderden mensen zijn opgepakt en velen zijn ernstig mishandeld. Een van hen is Irakli Gotseridze, de 70-jarige hoofdredacteur van het Gamsachoerdia-gezinde blad Iberia Spektr. Hij zit volgens Josseliani als “vijand van de regering” vast. Dat Gotseridze ernstig was mishandeld sprak Josseliani tegen: “Ik begrijp dat hij van een paar trappen is gevallen.”

    • Peter Michielsen