"Huidige systeem van vrijhandel maakt Europees herstel onmogelijk'

DEN HAAG, 20 OKT. Nederland werd in de jaren tachtig voor het bedrijfsleven een melkkoe. De bedrijven profiteerden van de lage lonen en wentelden risico's af op de sociale zekerheid. Het binnenstromende geld werd gebruikt voor investeringen in het buitenland, de wijze waarop de overheid zich liet terugdringen naar de marge was “potsierlijk”.

Deze stelling verdedigde prof. Arie van der Zwan vanmiddag in zijn oratie als bijzonder hoogleraar in de ontwikkeling van de verzorgingsstaat aan de universiteit in Utrecht, op kosten van de Willem Drees Stichting.

Bang om zijn nek uit te steken is Van der Zwan, inmiddels 58 jaar, nooit geweest. In de jaren zeventig behandelde hij in zijn eerste oratie economisch crisis van 1975, zijn tweede oratie behandelde in 1988 'rationaliteit en magie' bij managers. Na een carrière in het bedrijfsleven - topman van de Nationale Investeringsbank, vice-voorzitter van de raad van bestuur Vendex - is Van der Zwan tegenwoordig actief als rapporteur uit de samenleving, voor Dr. A. van der Zwan Consultants B.V. Met een uiterst kritisch rapport over de bijstand (“de norm is zoek”) baarde hij recent groot opzien.

In zijn derde oratie "Regressie en voortijdige rijpheid, ontbindingsverschijnselen van de verzorgingsstaat' betoogt Van der Zwan dat een herijking van de verzorgingsstaat geen zin heeft zonder een herijking van het investeringsklimaat en een versterking van de industrie. “Herijking van de verzorgingsstaat is een eufemisme voor lagere uitkeringen en strengere uitkeringsrechten. Ik ben een voorstander van volumebeleid, dus van strengere rechten. We zullen ook de hoogte van de uitkeringen moeten beperken, maar daar ligt niet het zwaartepunt. Dat alles zal echter zonder een herstel van de werkgelegenheid zinloos zijn.”

U pleit voor protectie, u heeft het over 'herschikkingen in de grondslagen van de internationale handelsbetrekkingen zowel als in het internationale kapitaalverkeer'.

Van der Zwan: “Pleit ik daarvoor? Je kunt je ook afvragen: Is het afwendbaar? Ik pleit niet voor protectie. Maar in het huidige systeem van vrijhandel is een Europees herstel onmogelijk.”

U wilt "de bewegingsvrijheid van financiële instellingen en internationaal opererende megaconcerns beperken'.

“Europa verkeert in de grootste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. We kampen met structurele problemen die we móeten oplossen, anders verdwijnt de stabiliteit binnen de Europese samenleving. We kunnen de lonen aanpassen, maar teruggaan tot het niveau van bijvoorbeeld India is natuurlijk uitgesloten. We hebben bovendien te maken met concurrenten die zich weinig gelegen laten liggen aan strenge milieunormen. Maar tòch hebben zij een vrije toegang op onze markten. Mijn idee is: Europa moet zich kunnen beschermen tegen overtrokken concurrentie, zij het tijdelijk, en die tijd gebruiken om zich aan te passen.”

Net zoals ontwikkelingslanden zich volgens de Gatt mogen beschermen?

Lachend: “Dat is de traditionele casus. Een zekere mate van bescherming is niet zo vreemd. Dat zag je na 1870 in Duitsland onder Bismarck, en na de Tweede Wereldoorlog in heel Europa. Per slot vertonen we ook nu weer trekken van een ontwikkelingseconomie: wegvloeiende investeringsgelden en een chronische werkloosheid.”

U hekelt de rol van de internationale financiële markten, de speculatie tegen de munten, de speculatie op de beurs.

“De beurzen beleven een enorme hausse, terwijl de recessie voortduurt. Het verschil tussen de financiële en de economische ontwikkeling is nog nooit zo groot geweest. De overheden voerden een monetaristisch beleid, maar omdat de onzekerheid voortduurde is de reële rente nu al vijftien jaar extreem hoog.”

U levert felle kritiek op de nationale elites die zich "zo weinig verantwoordelijk achten of zich verbonden voelen met het wel en wee van de bevolking waartoe ze behoren'.

“De elite laat het momenteel afweten. In de jaren dertig en na 1945 verbonden de elites hun eigen lot aan het bestrijden van de werkloosheid. De huidige elite doet dat niet. Dat kun je niet los zien van de trend van de afgelopen vijftien jaar, waarin grote delen van de nationale elites zich wisten te onttrekken aan de nationale belastingheffing en hun carrières richtten op instellingen en ondernemingen die er prat op gaan footloose te zijn.”

Die elite moet zich volgens u "grondig heroriënteren op nationale prioriteiten en doelstellingen'. Zo niet, dan blijft "een renaissance van de Nederlandse verzorgingsstaat illussie, hoe sober die ook gemaakt wordt'.

“In Nederland verloopt de discussie heel anders dan internationaal, zoals in Frankrijk of Duitsland. Wat er nu gebeur met Daimler-Benz is voor de Duitsers een enorme schok. Een onaantastbaar geacht concern moet afslanken, en kijkt om zich heen en besteedt produktie uit. Dat zet de Duitsers aan het denken. We dachten altijd dat de internationale concurrentie zich beperkte tot de industrie, maar dat is niet langer zo. Kijk maar naar de diensten. Banken zetten intellectueel gevormde mensen in Azië aan het werk tegen salarissen die een fractie bedragen van wat men hier verdient. Zelfs de topmanagers lopen gevaar, je ziet in de VS en Duitsland nu ook werkloze topmanagers. Ook het midden- en kleinbedrijf, waar tien jaar geleden nog volop banen werden geschapen, laat het afweten.”

Vaak wordt Nederland, of Europa, het voorbeeld van de VS voorgehouden. Daar is de arbeidsmarkt wèl flexibel, daar is de sociale rechtstaat minder uitgedijd.

“In Amerika heb je wel een expansie in laagwaardige diensten-jobs, en ik wil dat niet bagatelliseren, maar je kunt een economie niet blijvend op de been houden met dat soort betrekkingen. In Nederland is de werkgelegenheid bij schoonmaakbedrijven weliswaar fors gestegen, maar dat kwam door de uitstoot van dat soort werk bij grote bedrijven. Kleine bedrijven betalen nu eenmaal lagere lonen. Die outsourcing gaat nu door, maar dan tot over de grenzen. En meer naar Azië dan naar Oost-Europa. We verkeren in een gevaarlijke situatie. Na Japan kwamen Korea en Taiwan, en nu dringt zich ook China op.”

U stelt dat "de erosie van het vermogen om arbeid op te nemen chronisch is geworden'. Maar er kwamen tussen 1984 en 1992 in Nederland toch 900.000 banen bij, in voltijdbanen omgerekend 600.000?

“Die nieuwe arbeidsplaatsen zijn inmiddels weer voor een groot deel verdwenen. De afgelopen twaalf maanden kwamen er honderdduizend werklozen bij. En in de jaren tachtig bleef, ondanks die banengroei, het beroep op de sociale zekerheid stabiel.”

Waarom zouden er in de volgende fase van hoogconjunctuur niet opnieuw, pak weg, 500.000 banen geschapen kunnen worden?

“Ik denk dat de laagconjunctuur behoorlijk chronisch is. De economische barometer gaat op en neer. Dit is een multi dip-recessie, ook in Japan. Bovendien is de uitstoot van arbeid bijzonder groot, als je ermee rekening houdt dat het bruto binnenlands produkt in Nederland niet daalt. We zijn blijkbaar enorm kwetsbaar.”

Het bedrijfsleven gebruikt volgens u Nederland als cash cow, als melkkoe. U omschrijft Nederland als een beleggerseconomie.

“De bedrijven herinvesteren niet hier, dat doen ze elders. Want je investeert waar de dynamiek is. De Europese economie is weinig dynamisch. Men creëert dus een uiterst aangename situatie: je genereert op de Europese afzetmarkt je cash flow - in Nederland profiteerde het bedrijfsleven daarbij van een langdurig volgehouden loonmatiging, terwijl de sociale zekerheid arbeidsvrede garandeerde - en je investeert dat geld elders. Men groeit via acquisities, meer niet. Diepte-investeringen blijven uit. En dat is voor een economie natuurlijk funest. Waarom verzetten de werkgevers zich hier zo weinig tegen allerlei sociale regelingen? Omdat de kasstroom in stand moet blijven. Men wil rust.”

Kun je ondernemers stimuleren tot het nemen van risico's?

“Nu lopen de belangen van de grote bedrijven en die van de nationale economie volstrekt uiteen. Je moet de belangenverstrengeling enigszins herstellen. ”

Welke rol is daarbij weggelegd voor de nationale overheid?

“Dit vergt natuurlijk een Europese aanpak. De huidige crisis treft Frankrijk en Duitsland maar ook de zuidelijke landen in volle hevigheid. De druk om iets te doen neemt toe. Europa móet in beweging komen.”

Maar wat moeten we doen?

“We moeten bijvoorbeeld produkten van stevig vervuilende Oosteuropese fabrieken weren.”

Maar in Nederland vinden we juist dat we Oost-Europa het best kunnen helpen met open grenzen.

“Hier raak je een uiterst moeilijk vraagstuk. Kies je voor effectiviteit of voor solidariteit. Hetzelfde dilemma als in de verzorgingsstaat. Heeft iemand er belang bij als de Westeuropese economie en het Westeuropese sociale stelsel desintegreren? We hebben behoefte aan een Gründerzeit waarin we orde op zaken kunnen stellen en in de wereldeconomie onze dynamiek kunnen hernemen.”

U stelt een tijdelijke vorm van protectie voor.

“Je hebt in de geschiedenis altijd golven gehad, golven van vrijhandel en golven van protectionisme. Wat nu dreigt is een defensieve vorm van protectie, om de staal te behouden, of de bulkchemie. Ik pleit voor een rechtvaardige, offensieve vorm van protectie, waarbij we in de telecommunicatie, de autosector en de vliegtuigsector onze positie versterken. In Amerika spreekt men al over managed trade, of fair trade.”

En de landbouw?

“Daar is de protectie defensief. Maar de Franse regering is bezig met een heel ritueel van gewenning en accomodatie.”

Als u pleit voor een zekere mate van protectie strijkt u negentig procent van de economen in Nederland tegen de haren.

“Ach, negentig procent van de Nederlandse economen was nog Keynesiaan toen de werkelijkheid er al anders uitzag. Diezelfde negentig procent denkt nu neo-klassiek en gaat daarin opnieuw te lang door. Economen veranderen de maatschappij niet, ze veranderen met d emaatschappij mee.”

U beschrijft de rol van de overheid als "potsierlijk, ware het niet dat de maatschappelijke gevolgen zo ernstig zijn'.

“De overheid trok zich tien jaar geleden terug. Daar zat wat in, men verwachtte dat er een nieuw evenwicht zou ontstaan met countervailing powers. Terwille van de dynamiek. Maar het resultaat was een verdergaande verstarring. We hebben geen overheid als albedil nodig, maar wel één die opkomt daar waar dat onmisbaar is.”

Met een actieve industriepolitiek?

“De overheid kan de slagkracht vergroten door zichtbaar te maken waar onze kansen liggen. Ze kan ook faciliteiten geven, of zelf activiteiten ontplooien. Dat hoeft niet maar het kan wel. De PTT was om de jaren dertig één van de modernste ondernemingen van Nederland, heel wat managementvernieuwing kwam daar vandaan, ook het personeelsbeleid was zijn tijd vooruit. Maar de aanpak die ik voorsta is veel breder. Zo moet de vakbeweging samen met de werkgevers de werkgelegenheidsdoelstelling herstellen. Laat het loon afhankelijk worden van de winsten, maar maak ook afspraken over de besteding van die winsten.”

Afspraken over het aantal banen in de komende vijf jaar, dat werkt toch niet?

“Nee, zo kan het niet. Garanties kun je nooit geven. Maar je kunt wel echte, reële inspanningsverplichtingen aangaan. Ook op internationaal terrein. Je moet de instabiliteit op de valutamarkten beheersen. Die instabiliteit belemmert het herstel. De Amerikanen houden de dollar nu kunstmatig zwak, en de yen sterk. Dat is ook een vorm van beschermende politiek. En je moet niet bang zijn voor handelsafspraken. Europa moet zich kunnen beveiligen tegen ontspoorde concurrentie. Als we dat niet doen moeten we al onze normen prijsgeven, ook onze milieunormen, en onze normen van de verzorgingsstaat, hoezeer die ook wordt afgeslankt.”

En als het allemaal niet lukt?

“Dan gaan we bergafwaarts. Ik sluit zo'n stagnatie en aftakeling niet uit. En dat zou ik tien jaar geleden nooit gedacht hebben.”

    • Kees Calje