Discontoverlaging nu nog niet

AMSTERDAM, 20 OKT. Donderdag komt de Bundesbankrat bijeen en zal over het monetaire beleid worden vergaderd.

Meestentijds wordt in de aanloop hiernaar op de financiële markten druk gespeculeerd op een mogelijke renteverlaging. Het ziet er echter naar uit dat weinigen er op rekenen dat al deze donderdag een verlaging van de Duitse, en in navolging hiervan de Nederlandse, officiële tarieven zal plaatsvinden. Zowel de geldgroei als de inflatie in Duitsland worden nog te hoog geacht om een verlaging van de rente te mogen verwachten. Een sterke D-mark is hierbij overigens een conditio sine qua non.

Niettemin is een lagere geldgroei in Duitsland binnen handbereik. Lag de groei van de Duitse geldhoeveelheid (M3) in augustus jongstleden op 7,2 procent, vandaag is een groei van 7,0 procent over de maand september bekend gemaakt. De verdere daling kan deels verklaard worden uit de voortgaande geleidelijke afname van de omgekeerde rente-structuur (korte rente boven lange rente). Hierdoor is recent een substitutieproces in gang gezet waarbij kortlopende bankpassiva (bijvoorbeeld termijndeposito's) behorende tot M3, worden ingeruild voor langlopende financiële titels (geen onderdeel van M3). Het vandaag bekend gemaakte cijfer valt evenwel nog niet binnen de doelzône van de Bundesbank voor de geldgroei (4,5 à 6,5 procent).

De lager tenderende geldgroei zal, aldus de meeste marktpartijen, niet voldoende blijken om de Bundesbank aanstaande donderdag al tot een rentestap te verleiden. Daartoe dient ook de inflatie zich op een duidelijk lager niveau te bewegen. Een drie voor de komma (september jl. 4 procent) is waarschijnlijk het cijfer waarop de Duitse monetaire autoriteiten wachten. Eerst in de loop van de volgende week kan over het niveau van de inflatie van deze maand enige indicatie worden verkregen. Voor die tijd is een rentestap van Duitse zijde onwaarschijnlijk. Ook het fractioneel lagere Repo-tarief, dat vandaag via de inschrijvingen door banken is bewerkstelligd en die voorafgegaan is door eveneens lagere tarieven op de geldmarkt in Duitsland, wijst in deze richting. Wellicht zal de vergadering op 4 november wel tot een verlaging van de officiële tarieven leiden.

Maar men mag nooit geheel uitsluiten dat de Bundesbank het onverwachte moment toch kiest. De lange rente vertoont immers een neerwaartse tendens, en dat is een goede indicatie voor de geloofwaardigheid van haar beleid.

De geldmarkt in Nederland stond in het licht van het einde van de contingentsperiode. Beroep op het contingent is de goedkoopste financieringsvorm van DNB voor de banken. Het is dan ook begrijpelijk dat de banken hiervan niets ongebruikt willen laten. Dit veroorzaakt aan het einde van de contingentsperiode vaak extra aanbod van middelen. Zo ook de afgelopen week. De rente voor eendagsgeld daalde mede hierdoor van 6,41 procent vorige week dinsdag naar 5,88 procent gisteren. Ook uitkeringen van de Staat deden hierbij een duit in het zakje. Zoals uit de weekstaat valt af te lezen, beliep dit per saldo 2,2 miljard gulden. De verruimende werking van de uitkeringen uit de schatkist, gevoegd bij de terugkeer van bankbiljetten uit omloop (0,1 miljard gulden), werd meer dan gecompenseerd door de reeds door DNB aangekondigde verhoging van de geldmarkt-kasreserve met 3,4 miljard gulden. Per saldo is het geldmarkttekort op 8,3 miljard gulden uitgekomen, dit is 1 miljard meer dan vorige week.

Bron: Economisch Bureau ING Bank