Democraten hebben geen goed woord over voor buitenlands beleid Clinton

WASHINGTON, 20 OKT. Ruim een maand nadat president Clinton glimlachend op het gazon van het Witte Huis de handen van de Israelische premier, Rabin, en PLO-leider Yasser Arafat in elkaar had gelegd, heerst er chaos in het State Department, het Pentagon en de afdeling buitenlands beleid van het Witte Huis.

Deze week moet Clinton zich verdedigen tegen de Senaat, die zijn bevoegdheid tot het sturen van troepen naar Haïti en Bosnië wil inperken. Een Democraat eiste het ontslag van minister van buitenlandse zaken Warren Christopher. “Het is het uur voor de amateurs”, klaagde een Congreslid. “Ze hebben geen idee wat ze doen”, zei een ander. Gisteren klaagden Congresleden over een briefing van de minister van defensie, Les Aspin. Onmiddellijk daarna eiste een zijn aftreden.

Vorige week moest Clintons oorlogsschip voor de haven van Port-au-Prince smadelijk de aftocht blazen voor enkele tientallen gewapende handlangers van het militaire regime. Deze omgekeerde vorm van kanonneerbootdiplomatie was slechts een klein incident geweest, als het niet een paar dagen na het militaire drama in Somalië was gevolgd waarbij 17 Amerikaanse doden en 78 gewonden vielen en enkele honderden vaak onschuldige Somaliërs sneuvelden.

Gisteren dreigde het Witte Huis de Serviërs met bombardementen, als die het artillerievuur op Sarajevo voortzetten. Dergelijke dreigementen zijn er na de gebeurtenissen van afgelopen weken niet geloofwaardiger op geworden.

Er heerst nervositeit in het Congres. De Amerikanen eisen terugtrekking en nog eens terugtrekking. Aspin en Christopher hadden tijdens een briefing de Congresleden timide gevraagd of zij een idee hadden voor een beter Somalië-beleid. Het Republikeinse Congreslid Gingrich noemde het “de minst effectieve, minst coherente, minst verantwoordelijke briefing die ik ooit heb gezien”.

De Democraten hadden evenmin een goed woord over voor hun eigen president. Het is inmiddels al zover dat Christopher een einde heeft verklaard aan de “eurocentrische” houding in Washington. En nu staat ook de Amerikaanse betrokkenheid bij Haïti ter discussie, waar hoge militairen drugs naar de VS exporteren en waar elk nieuw politiek ongeluk leidt tot nieuwe stromen bootvluchtelingen naar Amerikaanse kusten.

Het is even niet duidelijk wat Amerikaanse belangen zijn en waar Amerikaanse soldaten hun leven voor moeten wagen en waar ze ver van moeten blijven. Is vroegtijdige terugtrekking uit Somalië geen signaal aan de wereld dat schurken vrij baan hebben, mits ze maar een paar Amerikaanse soldaten doden? Was het wachten op een "eervolle' aftocht niet de oorzaak van het Vietnam-debâcle?

Pag.5: Al drie Amerikaanse strategieën voor na de Koude Oorlog mislukt

Drie nieuwe Amerikaanse strategieën voor de wereld van na de Koude Oorlog hebben gefaald: de Nieuwe Wereldorde, de Powell-doctrine en het VN-interventionisme. De door voormalig president Bush bedachte Nieuwe Wereldorde stelde Amerika aan de leiding van de wereld om in een zelf gevormde coalitie met goedkeuring van de Verenigde Naties onrust in de wereld te bestrijden. Bij de Golfoorlog lukte dat maar daarna kreeg Bush het te druk met zijn eigen herverkiezing om het - afgezien van voedselhulp aan de Koerden en Bangladeshi's en van een vliegverbod boven Irak - elders te proberen.

Bovendien stelde zijn topgeneraal, meesterbureaucraat Colin Powell, zware eisen aan militair optreden. De Amerikaanse troepen moesten met een overweldigende overmacht binnenstormen. Overwinning moest zo goed als zeker zijn. De operatie moest een duidelijke strategie en een duidelijke afloop hebben.

President Clinton had grotere ambities dan Powell en Bush. Zijn ministerie van defensie kreeg een afdeling mensenrechten. Hij wilde zelfs enkele Amerikaanse legeronderdelen permanent ter beschikking stellen aan de Verenigde Naties die met medewerking van de VS moesten waken over de democratisering van de wereld. “Idealist” Clinton legde het accent meer op de VN in New York dan “realist” Bush. Omdat hij zich zelf meer op binnenlandse vraagstukken wilde storten, kwam het hem wel goed uit dat New York meer denkwerk zou verrichten.

In Somalië vloeiden de drie doctrines samen. Voor Bush waren de hongerlijdende Somaliërs op de televisie een goede aanleiding om na zijn verlies de draad van de Nieuwe Wereldorde weer op te pakken. Colin Powell was niet zo terughoudend als normaal en vond de operatie een “showcase” die aan alle voorwaarden van zijn doctrine zou voldoen. Met Kerstmis vorig jaar werd het Amerikaanse publiek verwarmd door de beelden van Amerikaanse soldaten die voedsel uitreikten aan hongerende Somaliërs, en gewapende mannen op afstand hielden.

Er ontstond al gauw een conflict met VN-secretaris-generaal Boutros-Ghali die de operatie wilde uitbreiden tot het vormen van een nieuwe natie. De 28.000 Amerikaanse militairen stoorden zich niet aan Ghali's bevelen om de Somaliërs te ontwapenen en beperkten zich tot het escorteren van voedselkonvooien.

Clinton heeft de Somalië-operatie van Bush geërfd en liet zich overreden om de laatste 4.000 Amerikaanse militairen ook na de afgesproken datum van terugtrekking te laten blijven. Mede door zijn geringe zelfvertrouwen op militair gebied ging hij af op het oordeel van de populaire Powell, die feitelijk een militair vetorecht had gekregen. Maar Powell was nog steeds enthousiast over de missie in Somalië. “We hebben geen haast om daar weg te gaan”, zei hij op 5 april. En zo kwam het dat in Somalië de Powell-doctrine zich in de eigen staart beet.

De horizon van vrede en democratie bleef op afstand en de operatie werd steeds onveiliger. Toen op 5 juni 24 Pakistani's in een hinderlaag werden gedood, stelde VN-gezant Jonathan Howe, meer militair dan diplomaat, krijgsheer Aideed vrijwel meteen verantwoordelijk. Later zond Washington nog elitetroepen naar Somalië.

Zo begon met goedkeuring van het Pentagon en het Witte Huis een zoektocht, die als er niet honderden onschuldige doden aan Somalische zijde en tientallen doden aan VN-zijde waren gevallen, kluchtig zou zijn. De columnist George Will vergeleek de soldaten, die VN-hulpposten en Somalische politie aanvielen, met de Britse padvinder-kolonialen in de operette Pirates of Penzance. Aideed was niet te vinden want “ze lijken daar allemaal zo op elkaar”.

Oud-president Carter heeft Clinton gewaarschuwd voor de militaire aanpak. Aideed had Carter gevraagd te bemiddelen. Clinton begon te begrijpen dat hij zijn koers moest wijzigen. In zijn toespraak voor de VN gebruikte hij een variant op de poppsychologische bestseller "Learning how to say no': Amerika moet leren nee te zeggen tegen VN-operaties.

De voorwaarden die hij stelde aan een nieuwe VN-operatie leken op die van de Powell-doctrine, waar de situatie in Somalië inmiddels al niet meer aan voldeed. Ondertussen opende het Witte Huis de onderhandelingen met Boutros-Ghali om een meer politieke missie op te zetten. Op dat moment begon de veldslag van de Amerikaanse elitetroepen met de soldaten van Aideed. Clinton citeerde Powells woorden nog in zijn televisietoespraak: “Als de dingen moeilijk worden, pak je je bullen niet.” Powell was inmiddels met pensioen en nu stond Clinton er alleen voor.

Voor het eerst waagden zich weer de aanvankelijk met de dood bedreigde Amerikaanse journalisten in Somalië. Die beschreven hoe leden van Aideeds clan die sympathiseerden met Amerika of zelfs voor de VN hadden gewerkt, tijdens gevechten genadeloos door Amerikaans helikoptervuur werden neergemaaid. Het onderscheid tussen good guys en bad guys bleek in Mogadishu toch niet zo duidelijk te maken als in Washington.

Volgens Clinton is het ook een kwestie van nationale wil. “Als we met andere naties samenwerken in omstandigheden waar er een duidelijke missie is, maar een onzekere uitkomst, dan zeggen veel mensen dat de missie onduidelijk is. Maar de missie s duidelijk. De uitkomst is niet duidelijk, dan moeten we gewoon besluiten of we alleen zekere dingen willen”, zei hij tegen The Washington Post. Maar, zoals bleek, kan de zekerheid van vandaag het fiasco van morgen zijn.