De massa manipuleert de media in "Een vijand van het volk'

Voorstelling: Een vijand van het volk van Henrik Ibsen/Arthur Miller door Theater van het Oosten. Vertaling: Laurens Spoor. Regie: Koos Terpstra. Decor: Manda Bakker. Spel: Victor Löw, Esgo Heil, Cees Geel, Harriët Stroet e.a. Gezien: 16/10 Schouwburg, Arnhem. Tournee t/m 17/12.

Het verzet van de eenling tegen een hypocriete en boosaardige maatschappij; in het theater is dat een klassiek conflict. Ten tijde van McCarthy's heksenjacht maakte Arthur Miller, zelf een slachtoffer van de communistenhaat, een bewerking van Henrik Ibsens toneelstuk Een vijand van het volk. Niet alleen de bewerker, ook de auteur moet zichzelf herkend hebben in de held van het drama: een onverzettelijke idealist die eenzaam voor de waarheid strijdt. Ook Ibsen lag met zijn tijdgenoten overhoop, zo erg zelfs dat hij Noorwegen moest ontvluchten. Uit Duitsland bestookte hij de burgers die hem in de ban hadden gedaan met kritiek, in de hoop dat hij betere mensen van hen zou kunnen maken via zijn toneelwerk.

Een vijand van het volk, en zeker de licht gemoderniseerde versie van Arthur Miller, is een ideale tekst voor wereldverbeteraars. Dat Koos Terpstra's enscenering bij het Theater van het Oosten toch geen drammerige indruk maakt, is waarschijnlijk te danken aan de sceptische manier waarop hij het verhaal in beeld brengt. Dokter Tomas Stockmann, zo luidt dat verhaal, heeft ontdekt dat het water van het kuuroord in zijn stad vergiftigd is. Daar wil hij samen met zijn stadgenoten iets aan doen. De plaatselijke krant staat op het punt het nieuws te drukken, maar de burgemeester, Tomas' eigen broer, verhindert dat. Er staan grote economische belangen op het spel, men stopt de zaak in de doofpot en de dokter, een gehaat man inmiddels, wordt ontslagen. Aan het eind van de voorstelling begrijp je waarom het decor uit een verzameling losjes aan kettingen bungelende spiegelruiten bestaat: de ruiten gaan een voor een aan diggelen, als blijk van spontane volkswoede tegen de ontdekker van het gifschandaal.

Bij zoveel onrecht ligt het voor de hand om partij te kiezen voor de uitgestotene, maar de regisseur wil het de toeschouwers ook weer niet al te gemakkelijk maken. Tomas Stockmann, mooi gespeeld door Victor Löw, is geen innemend mens. Hij commandeert zijn vrouw Katrien en hij ziet er nogal pafferig uit. Als hij zijn bril niet op heeft, tast hij hulpeloos in het rond: hij is niet alleen even heerszuchtig en zelfingenomen als zijn tegenstanders, maar ook minstens even blind.

En wat te denken van zijn grote toespraak, het dramatische hoogtepunt van de voorstelling? Terwijl zijn stadgenoten, badend in donkerpaars licht, groot en dreigend om hem heen staan, balanceert de dokter op het randje van een stoel. Zijn zendingsdrang krijgt iets maniakaals wanneer blijkt dat zijn verontwaardiging allang niet meer uitsluitend de "bagatel van het verontreinigde water' geldt, maar de vergiftiging van het hele burgerlijke denken.

Nadat Ibsen de mentale toestand van zijn landgenoten heeft vergeleken met "morele scheurbuik', volgt de uitspraak die het motto van Terpstra's voorstelling zou kunnen zijn: "De meerderheid heeft nooit gelijk.'

Probeerde toneelgroep Globe in de woelige jaren zeventig met Millers Ibsen-drama nog aan te tonen dat de media de massa manipuleren, bij Terpstra manipuleert de massa de media. De primitieve, bloeddorstige en kortzichtige massa hoeft maar één kik te geven, lijkt Terpstra te willen zeggen, en iedereen - pers, politiek en ambtenarenapparaat - danst naar haar pijpen.

Regisseur Koos Terpstra, maker van de mooie lunchvoorstelling Zweet, levert met Een vijand van het volk zijn eerste grote-zaalproduktie af. Hij verpakte zijn eigentijdse boodschap in een ouderwetse vorm van politiek theater, bevolkt door monumentale personages.

    • Anneriek de Jong