De barones ontmoet het gewone publiek

LONDEN, 20 OKT. Er werd geduwd. Er werd beschaafd voorgedrongen. En er werd zelfs - de dader onzichtbaar in het gedrang - venijnig tegen schenen geschopt. Zo'n duizend nostalgische Britten vergaten gisteravond in het Barbican Centre in Londen hun befaamde goedgemanierdheid en grepen stiekem naar het recht van de sterkste om hun doel te bereiken. Dat doel zat, honingkleurig gekapt, in purper gehuld, achter een tafel minzaam koninklijk en tegelijkertijd uiterst commerciëel te wezen. De schrijfster van "The Downing Street Years', Margaret Hilda Thatcher, signeerde haar boek.

Er zijn nog ruim tien dagen te gaan in de publiciteitscampagne voor het boek, die Harper & Collins georganiseerd heeft, maar gisteravond had het eerste hoogtepunt in de Thatcher-roadshow plaats: de barones ontmoette het gewone publiek. De massa krijgt hierna nog één gelegenheid om door de ex-premier zelf over haar memoires toegesproken te worden. Het Barbican-optreden was voor Zuid-Engeland en Wales. In een theater in Leeds komen dezer dagen nog Noord-Engeland en Schotland aan de beurt.

Het gehoor van gisteravond had 30 pond per persoon betaald voor het privilege de ex-premier te horen spreken. De toegangsprijs garandeerde ook een exemplaar van het boek. Dat kost 25 pond. De oudere heer die geen kaartje meer had kunnen krijgen voor “Tambouraine”, vond 5 pond een koopje voor het genoegen Lady Thatcher in den vleze te horen spreken. Hij miste haar, zei hij weemoedig.

Dat scheen het sentiment te zijn bij de meesten van de 1.000 toehoorders. Beschaafde dames, City-types in streepjeskostuum, vaders met hun zonen, middelbare echtparen en een verrassend groot aantal jonge mensen van eerstejaars-studenten-leeftijd verrezen in applaus toen de ex-premier het podium op kwam glijden in een lange jurk met gewaagd split van achteren. Die veel beschreven “duizelig makende mengeling” van macht en seksuele aantrekkingskracht had nog steeds haar potentie niet geheel verloren. Een late twintiger stootte een dierlijk gehuil uit en stak daarmee zijn omgeving aan. Het iets oudere meisje naast hem had al eerder gezegd: “Ze is mijn hele leven, weet u. Mijn hele jeugd.”

Honderden parkeermeters waren buiten gebruik gesteld en dertig geüniformeerde politieagenten hadden rond het gebouw gepatrouilleerd, toen Margaret Thatcher eerder op de dag een sessie signeren bij Harrods had gehouden. In het bestek van een paar uur gaf ze een tiental interviews. Er was een privé-bijeenkomst voor intieme vrienden om het verschijnen van The Downing Street Years te vieren.

Jeffrey Archer, de gevallen engel van de Conservatieve Partij en schrijver van ongelofelijk slechte, maar immens goed verkochte romans, was er. Hij heeft zich sinds de val van Thatcher, op 23 november 1990, als haar particulier adviseur/secretaris opgesteld en vergezelt haar op haar buitenlandse reizen. Gisteravond bekende hij jaloers te zijn op de recordverkoopcijfers van haar boek: in het Verenigd Koninkrijk alleen 26.000 exemplaren in de eerste 36 uur.

Al dat publicitaire geweld van de eerste twee dagen heeft in de uitlatingen van Lady Thatcher een patroon te zien gegeven, dat zich ook gisteravond herhaalde. Geen woord meer over de weasel words die haar kabinetscollega's tot haar spraken in de uren vóór de beslissende leiderschapsverkiezing en geen herhaling van de vernietigende kritiek op ministers persoonlijk. De tactiek is nu subtieler. Zo wordt Geoffrey Howe's functioneren als Foreign Secretary tot niets gereduceerd met de uitlating: “Ik kan hem niet genoeg prijzen voor zijn beleid als minister van financiën.” En toen er één iemand klapte: “Kom op! Eentje maar?”

Nigel Lawson, dat andere lid van het kabinet dat met zijn vertrek haar val inluidde, krijgt ferm de schuld voor de economische crisis in de schoot geworpen. Hij is in Thatchers ogen degene die de inflatie heeft opgedreven door met het pond stiekem de D-Mark te schaduwen. Lawson heeft die versie al als een cock and bull-story afgedaan, maar Thatcher houdt vol dat ze pas merkte wat Lawson aan het doen was, toen journalisten van The Financial Times haar naar de wijziging vroegen.

Er is, ogenschijnlijk, lauwe bijval voor John Major - Vraag: “Is hij een groot premier?” Merkbare pauze. Antwoord: “Geef hem tijd” - maar tegelijk grote nadruk op de kwaliteit die Major mist: “leidinggevend”. En er is nauw verhulde waarschuwing: over mogelijke verdere bezuinigingen op defensie en over irritaties in de relatie met de Verenigde Staten.

De ex-premier heeft niets van haar oude vuur verloren wanneer zij spreekt over de twee onderwerpen die haar het meest aan het hart hebben gelegen in de elf-en-een-half jaar dat “wij Groot Brittannië weer een naam hebben gegeven die met ontzag wordt uitgesproken”: de oorlog met Argentinië over de Falklands en de verhouding met “Ron” Reagan.

Over de Falklands-episode spreekt zij in bijna genant-poëtische bewoordingen: de beslissing om Britse troepen te sturen “achtduizend mijl weg in de wrede koude zee en de bittere wind” omdat ze de minister van defensie bij de eerste melding van mogelijke invasie had voorgehouden: “Als ze dat doen, dan móet je zorgen dat we die eilanden terug krijgen.” In de zaal van gisteravond kon je een speld horen vallen, toen Thatcher het beeld schetste van de eenzame premier - de chef defensiestaf weg, de minister van buitenlandse zaken weg - die laat in de avond overlegt met admiraal Leach, een van de laatsten aan de militaire top die zelf nog in de Tweede Wereldoorlog heeft gevochten. De admiraal zei haar dat hij binnen 48 uur een task force gereed kon hebben die kon opstomen naar de Falklands.

“Ik zei: welke is de goedkeuring die u daarvoor nodig hebt?”

“De admiraal: de uwe!”

“Ik: die hebt u dan bij deze.”

Driekwart van de zaal rees in donderend applaus overeind. Dat was taal die al drie jaar niet meer gehoord is: Great Britain great again. Dat leidde tot het verbond met Ronald Reagan, a dear friend and a staunch ally. In haar boek noemt Thatcher Reagan “ondergewaardeerd”. Gisteravond gaf zij hem alle eer voor het begin van het “vreedzaam offensief” dat tot de val van het communisme leidde. “Hij begon het nota bene met een toespraak in ons parlement. En ik deed een beetje talent spotting in de Sovjet-Unie zelf en vond mister Gorbatsjov.”

Toen het tijd was voor de vragen beleed een jongeman dat hij ongelukkig was geweest sinds de dag van haar vertrek, een mevrouw smeekte haar weer terug te komen als leider en een ander wilde weten welke beslissing Thatcher achteraf gezien het meeste betreurde. Dat was gemakkelijk: de toetreding tot het EMS natuurlijk. En toen was er nog een meneer die volhield dat de huidige regering de Conservatieven een slechte naam geeft: moest de partij niet in oppositie?

Thatcher aarzelde weer een fractie. “Nee,” zei ze toen. “Geef nooit je greep op de macht op. Hou hem met beide handen vast. Het kan zijn dat je hem anders nooit meer terugkrijgt.”